Alle ouderen aan het werk?

DEBAT, MAATSCHAPPIJ MONITOR ARBEIDSPARTICIPATIE

Financieel en demografisch is het niet langer haalbaar om ouderen te faciliteren eerder te stoppen met werken, integendeel. Maar bij de arbeidsparticipatie van ouderen lopen ‘moeten’, ‘kunnen’ en ‘willen’ nog wel eens verwarrend door elkaar. En hoe zit het met vrouwen, en hebben mensen die niet werken eigenlijk wel recht op AOW?

Lees meer
Verslag

Alle ouderen aan het werk?

Sprekers

Jaap SmitMichael van StraalenBas JacobsCorien Wortmann-Kool

Als halverwege het debat een man uit het publiek een mentaliteitswijziging bij werkgevers nodig acht, krijgt hij de handen op elkaar. Werkgevers gaan voor jong, zegt hij. Mensen van 55 jaar hebben slechts 2 procent kans om aan een baan te komen, 60-jarigen 1 procent. Een goede arbeidsparticipatie van ouderen kan slechts als werkgevers kijken naar capaciteiten en ervaring. Bas Jacobs, hoogleraar Economie en Overheidsfinanciën, is het daar niet volledig mee eens. Hij noemt de arbeidsmarkt voor ouderen ‘stilstaand water’ als gevolg van steeds stijgende lonen bij het ouder worden, een streng ontslagbeleid en een lange WW-duur. Met die twee behoren we tot de strengste en langste in de wereld. Met andere woorden: ouderen zijn door onze instituties gewoon te duur.

Een andere man, een oud-vakbondsbestuurder, snapt dat de aanpassing wel even duurt: decennialang was een vertrekpremie dé oplossing om van ouderen af te komen. Zorgen dat mensen langer kúnnen werken, zal dan ook een van de pijlers van het Pensioenakkoord moet worden, stelt Jaap Smit, CNV-voorzitter, anders heeft het geen zin.”

Naast ouderen passeert ook de arbeidsparticipatie van vrouwen de revue. Daar zijn de ontwikkelingen bemoedigend volgens Michael van Straalen, vice-voorzitter MKB Nederland. Waren we dertig jaar geleden nog het slechtste jongetje, of liever meisje, van de Europese klas, tegenwoordig zijn we koploper. Enige nuance is wel goed: het betreft door onze ‘anderhalf cultuur’ – één fulltime en één part-time baan per stel – wel vaak deeltijd. Corien Wortmann-Kool, Europarlementariër voor het CDA, vindt juist dat we nog meer kunnen doen aan flexibiliteit om mensen uit te dagen om te participeren. Moeders die in de drukste periode van hun leven een aantal maanden verlof willen om even op adem te komen bijvoorbeeld. Of ouderen die parttime jongeren kunnen helpen.

De uitkomsten van de Maatschappij Monitor zijn hard vindt ze, en tonen de verruwing van het politieke debat. Ruim zestig procent van de ondervraagden vindt dat nu niet willen werken, later ook uitsluiting van de AOW betekent. Als ze met buitenlandse collega’s praat, schaamt Wortmann-Kool zich soms. Dat zo’n rijk volk zo snel haar tolerantie is kwijtgeraakt. “Ik probeer het wel in juiste proporties te zien. Stemmers op Wilders zijn gelukkig niet in de meerderheid.”

Smit ergert zich ook aan de ‘ferme jongens, stoere knapen’ mentaliteit. Dat het gemakkelijk is om te roepen dat iedereen moet werken, maar dat er nu eenmaal groepen zijn die moeilijk bemiddelbaar zijn. Hij is van mening dat de meeste mensen wel willen werken. “Doortochten van het huis is prima, maar richt je niet alleen op de onderkant van het gebouw.”

‘Het houdt een keer op met het aanstellen van magazijnmeesters’, Michael van Straalen, vice-voorzitter MKB Nederland.
‘Zet mensen op eigen benen, maar niet zonder een uitgestoken hand’, Jaap Smit, CNV-voorzitter.

Wat gebeurt er op de arbeidsmarkt?

TWEEGESPREK, PERSPECTIEVEN OP ARBEIDSPARTICIPATIE

Binnenkort zal op de arbeidsmarkt de vraag het aanbod overstijgen. Voor een deel wordt dat probleem opgelost door de steeds grotere groep zzp’ers, veelal jonge, slecht organiseerde individualisten. Maar als ze zich niet organiseren en solidair met elkaar zijn, kan ook dat veel sociale problemen veroorzaken, denken zowel Doekle Terpstra, Arend Jan Boekestijn als Mei Li Vos.

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Wat gebeurt er op de arbeidsmarkt?

Sprekers

Mei Li VosDoekle TerpstraArend Jan Boekestijn

Mei Li Vos, ex-PvdA-politica, nu hoogzwangere zzp’er, is oprichter van de AVV, Alternatief Voor Vakbond. Ze deed het uit ergernis over de grote vakbonden, omdat die vooral het belang van ouderen zou dienen. Doekle Terpstra, “die vijf kilometer van Achlum geknikkerd heeft”, was tot 2005 voorzitter van zo’n grote vakbond (CNV). Sinds kort staat hij aan het roer van Hogeschool Inholland, en is dus, zoals hij zelf benadrukt, tegenwoordig werkgever. Historicus Arend Jan Boekestijn, voormalig VVD-Kamerlid, schrijft voor onder meer Elseviers Weekblad en verdient verder zijn brood met optredens. “Alweer een zzp’er”, concludeert gespreksleider Martijn de Greve. Hij is het zelf ook – illustratief voor een van de grote verschuivingen die zich op dit moment op de arbeidmarkt voltrekt. “We worden van werknemer werkondernemer”, zal Terpstra aan het eind van de discussie concluderen. “En een groot probleem daarbij is de onderlinge solidariteit.”

In tegenstelling tot Vos en Boekestijn (“Mensen onder de 30 hebben niks met vakbonden”) ziet hij daarbij wel een rol weggelegd voor de huidige vakbonden, maar het punt is duidelijk. Steeds meer zzp’ers bevolken de markt, en ze zijn slecht of niet georganiseerd. Ook Boekestijn is er bezorgd over, om verschillende redenen. Eerst verbaast hij Vos met de opmerking dat er voor een stabiele maatschappij evenwicht moet zijn tussen arbeid en kapitaal, dan met de opmerking dat rijke zzp’ers zich wel redden, maar dat de anderen in het huidige systeem vreselijk in de problemen kunnen raken. Vos: “Wanneer keer je terug in de Kamer?” Nooit, lacht Boekestein. Maar hij zal er nog een paar keer op terugkomen: “Wat doen we met arme zzp’ers? Die kunnen zich geen pensioen en geen ziektekostenverzekering veroorloven. Een bouwvakker valt van een ladder, en dan?” Vos knikt: “Als je je niet verenigt, kan het niet. Veel zzp’ers zijn eigenwijze individualisten, maar je wordt er beter van als je samenwerkt.” De vraag is hoe. Wat de arbeidsongeschiktheidsverzekering betreft, ziet ze de oplossing in een premiestelsel – voor allemaal. “De rijke zzp’er zal mopperen in het begin, maar uiteindelijk is het voor iedereen beter.”

De tijden veranderen, en ze veranderen snel. Daar zijn ze het over eens - zoals over veel, trouwens. Dat de CAO nu te collectief wordt ingericht. Dat de vakbonden nuttig zijn geweest, maar niet met hun tijd zijn meegegaan. Dat door de veranderende markt de bedrijven binnenkort weer voor de 55-plussers in de rij zullen staan. Dat de banken veel te lang een veel te grote vinger in de pap hebben gehad, en het immoreel is om wel de winsten op te strijken en vervolgens de verliezen te socialiseren.

Toch zijn, na afloop, de conclusies duidelijk als glas. Ook de zzp’ers zullen solidair moeten zijn. En ook zij zullen zich moeten verenigen. Vos: “Individualisten aller landen verenigt u.”

Doekle Terpsta: 'We worden van werknemer werkondernemer. En een groot probleem daarbij is de onderlinge solidariteit.'

Ik ben ook ooit een excuustruus geweest

DEBAT, VERWENDE PRINSESJES

Kunnen ze niet of willen ze niet? Waarom zijn er zo weinig vrouwen aan de top? Aaf Brandt Corstius, Heleen Mees en Barbara Baarsma durven het 'verwende prinsesjes-debat' best nog een keer aan. Een discussie tussen vrouwenquotum en herenkabinet, tussen pamperen en ontkalken.

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Ik ben ook ooit een excuustruus geweest

Sprekers

Heleen MeesAaf Brandt CorstiusBarbara Baarsma

De discussie Hoe zorg je ervoor dat vrouwen meer gaan werken, en op topposities terecht komen? is al veel vaker gevoerd. Toch raakt het de toehoorders (m/v) in de zaal. Er stijgt soms staccato gemurmel op: "Echt niet"; "Ik zou nooit een nanny willen"; "Die blikken op het schoolplein..." De debaters die er in Achlum over gaan: Heleen Mees, juriste, econome en columniste, Barbara Baars, directeur van het economisch onderzoeksinstituut SEO, en schrijfster/journaliste Aaf Brandt Corstius. Kortgezegd is Heleen Mees voorstander voor een vrouwenvoorkeursbeleid, omdat het in de huidige bedrijfsstructuren onmogelijk is vrouwen om de top te bereiken. Ze kunnen dus wel een steuntje in de rug gebruiken. Waarbij ze graag aantekent dat premier Mark Rutte daar vroeger ook een groot voorstander van was, wat je totaal niet terugziet in zijn witte herenkabinet.

Barbara Baarsma is ronduit tegen een vrouwenquotum. "Je moet een vrouw niet pamperen, ik zeg: gewoon doorgaan en op eigen kracht de top bereiken." "Aan de andere kant”, vult Aaf Brandt Corstius aan, "ben ik ooit een excuustruus geweest. Bij NRC Next wilden ze per se een vrouwelijke columnist. Maar dan moet je je nog wel bewijzen. En als het goed is vergeet iedereen later om welke reden je ook weer was aangenomen." Aaf vindt het wel vervelend dat het debat altijd over topvrouwen gaat. "Wat heb ik nou met Neelie? Alsof mijn enige streven zou moeten zijn om ergens in een Raad van Bestuur te komen." Ze kijkt liever naar de combinatie zorg en werk, en roemt het initiatief van Margriet. Het blad is samen met Tempo Team een uitzendbureau voor vrouwen begonnen.

De debaters zijn het op één punt eens. Dat het zo ontmoedigend is dat de combi vrouw en werk altijd wordt geproblematiseerd. Barbara Baarsma: "De gang naar de top is iets positiefs en brengt je veel. Ook als je kinderen hebt." Aaf Brandt Corstius: "Toen ik vertelde dat ik zwanger was, kreeg ik alleen maar te horen, 'oh wat zwaar, en je bent freelancer, hoe ga je dat allemaal doen.' Terwijl ik dacht, je kunt ook zeggen, 'leuk, geweldig, je krijgt een kind.' En ik heb juist een baan waarbij kinderen en werk heel goed samen gaan. Ik vind wel dat vrouwen vaak te veel willen. Dat ze dan van zichzelf geen werkster mogen nemen om de een of andere reden. Terwijl, waarom zou je dat kleine beetje vrije tijd besteden aan het ontkalken van de vaatwasmachine."

Aaf Brandt Corstius: ‘Wat heb ik nou met Neelie? Alsof mijn enige streven zou moeten zijn om ergens in de Raad van Bestuur te komen.’

Wat verwacht Rouvoet van jong zijn in 2028?

JONG IN 2028

In gesprek met André Rouvoet (oud-fractievoorzitter Christen Unie) blikken we terug op de ambities en idealen van Rouvoet (het gezin als hoeksteen van de samenleving) voor zijn werk in de politiek. In zijn kabinetsperiode heeft hij als minister van Jeugd en Gezin bijgedragen aan het realiseren van ondersteuning van jongeren en gezinnen, anders dan de bekende kinderbijslag. Wat verwacht hij van jong zijn in 2028?

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Wat verwacht Rouvoet van jong zijn in 2028?

Sprekers

André Rouvoet

Gespreksleider Patrick Lodiers vraagt welke lessen Rouvoet wil meegeven aan jongeren die nu de politiek ingaan. Hij meent dat lessen meegeven lastig is, omdat de jongeren van nu in 2028 niet jong meer zijn. Maar hoewel langetermijndenken vaak een probleem is omdat elk kabinet weer op zijn termijn wordt afgerekend, is het wel heel erg belangrijk. Rouvoets overtuiging is bijvoorbeeld, dat er veel eerder vooruitgekeken en bezuinigd had moeten worden. Voor jongeren is ver vooruitkijken ingewikkelder, omdat zij meestal nog niet goed georganiseerd zijn en tot hun 18e jaar niet mee kunnen beslissen.

Zijn tip voor jongeren van nu: “De politiek gaat niet alleen over vandaag of morgen, maar ook over de toekomst en die van anderen. Stijg boven jezelf uit, kijk wat je belangrijk vindt en stel vragen, bijvoorbeeld in het politiek vragenuurtje.” Rouvoet betreurt dat er vaak negatief wordt gesproken over jongeren in relatie tot drank en drugs. Hij wijst erop dat dit maar een klein deel van de jongeren treft. Verreweg de meesten doen het prachtig in het leven. Rouvoet is van nature een optimist, ingegeven door zijn kennis dat veel jongeren ernaar streven betrokken te zijn bij de politiek en samenleving. Rouvoet roept op niet te ‘somberen’, maar aan de slag te gaan!

Lodiers vraagt hoe jongeren zich voorbereiden op de samenleving in 2028. Rouvoet geeft aan dat de rol van de overheid is beperkt tot en toegespitst op facilitering; de opvoeding en voorbereiding op het leven en de wereldeconomie is in de eerste plaats een taak van de ouders. Onderwijs speelt wel een rol in de voorbereiding op wat er gaat komen, maar niet op hoe daarmee om te gaan. Dát ligt bij de ouders. Wel vindt Rouvoet de bezuinigingen in het (hoger) onderwijs onbegrijpelijk in relatie tot de broodnodige en zeer gewenste investeringen in jongeren en in onze kenniseconomie. Aan de andere kant kan er wel veel efficiënter worden georganiseerd in het onderwijs.

De toekomst is niet te voorspellen, maar de ‘best guess’ van Rouvoet is dat de meest wezenlijke vragen over de jeugd, opgroeien en opvoeden, niet verschillen met die van 17 jaar geleden. Er zijn wel verschuivingen. De toename van overgewicht is nu bijvoorbeeld heel belangrijk, maar dat kan in 2028 weer een ‘minor problem’ zijn. Moeilijker is gedragsontwikkeling: drank en drugs zijn inmiddels heel gewoon geworden. De overheid kan voorlichten hierover, maar de echte beïnvloeding komt van degenen dichtbij’. Jongeren rechtstreeks confronteren met deze zaken doet meer dan een postercampagne van de overheid. Gespreksleider Patrick Lodiers neemt deze suggestie vast ter harte voor zijn programma ‘spuiten en slikken’.

‘De overheid licht voor, maar de beste opvoeders zijn degenen dichtbij’.

Jongeren met techniek hebben perspectief

COLLEGE, WILLEN WIJ NOG ASPERGES STEKEN?

Rotterdam heeft grote behoefte aan vaklui in de haven. Roc Albeda College uit de havenstad maakt werk van talentontwikkeling aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Maar de veelal allochtone jongeren op het vmbo hebben geen enkele beleving bij de haven en kiezen liever opleidingen zonder vooruitzicht. Buiten school verdrinken ze in criminaliteit en sociale problematiek. Anja van Gorsel, voorzitter bestuur Albeda College: "Als we jongeren de techniek in krijgen, hebben ze perspectief."

Lees meer
Verslag

Jongeren met techniek hebben perspectief

Sprekers

Anja van Gorsel

Ruim 50.000 leerlingen proberen op het Albeda College een vak te leren. Dat valt nog niet mee in deze omgeving, legt Anja van Gorsel uit: “In Rotterdam-Zuid zie je een concentratie van grote problemen. 30 procent van de jongeren heeft er na de basisschool een taalachterstand, 25 procent stroomt zonder startkwalificatie het onderwijs uit en ruim 40 procent van de jeugd is er werkeloos.
In de stadsregio Rotterdam wonen in totaal zo’n 300.000 jongeren waarvan 20 procent flinke problemen heeft. Denk aan prostitutie, criminaliteit en schulden. 35 procent van de schoolverlaters op niveau 1 of 2 wordt verdacht van een misdrijf. Geen goede voedingsbodem voor een stabiele toekomst.”

Van Gorsel probeert met gemeente en andere instanties perspectief te bieden aan de jongeren door de problematiek aan te pakken, leren te stimuleren en taboes te doorbreken. Want waar in de regio veel jongeren zonder baan langs de kant staan, is er tegelijkertijd een groot aanbod van laagbetaalde banen in de Rotterdamse haven. Ze zegt: “Veel van onze jongeren hebben helemaal geen beleving bij de haven. Ook hun ouders hebben een negatief beeld en denken dat er alleen vies en zwaar werk te doen is. Dit beeld klopt niet, maar is wel de reden dat jongeren geen techniek kiezen, maar bijvoorbeeld een opleiding administratie waarin helemaal geen werk is te vinden.” Voor docenten en beleidsmakers is het bijna helemaal ondoenlijk om meisjes voor techniek te interesseren. “Die zijn helemaal niet bezig met werk en krijgen in hun omgeving status door het krijgen van kinderen. Terwijl hier een gigantisch potentieel ligt. In Zweden wordt 40 procent van het schilderwerk door vrouwen gedaan. Bij ons is dat percentage bijna nul. Ze willen trouwens ook niet naar meer typische meisjesopleidingen als zorg, want ze mogen vaak niet samenwerken met mannen. Een groot probleem.”

Ook het kabinet erkent dat de problemen in Rotterdam gigantisch zijn. Van Gorsel: “Ministers noemen de problematiek zelfs ‘on-Nederlands’.” In de regio wordt inmiddels hard gewerkt aan verbetering van de situatie. “We gaan veel aan taalontwikkeling werken”, vertelt Van Gorsel. “Nu komen er nog veel 4-jarige kinderen op school die nog nooit Nederlands hebben gesproken. Daarvoor gaan we scholing aanbieden aan kinderen vanaf anderhalf jaar. We leren ouders wat opvoeden is en gaan in gesprek met moslimorganisaties en moslims over taboes, vooral met betrekking tot meisjes.”

De bestuursvoorzitter vertelt haar heftige verhaal in het basisschooltje van Achlum, waar toehoorders in de studiebankjes, tussen de kindertekeningen luisteren. “Hoe houd je de moed erin?”, vraagt een van de aanwezigen. Van Gorsel erkent dat dit niet altijd meevalt. “Gelukkig zie ik wel positieve veranderingen, zo is er meer aandacht vanuit de politiek. Ik spreek ook met docenten die het ene moment echt moedeloos zijn, maar het volgende moment ook zeggen dat wanneer het lukt om echt verbinding te maken met de jongeren er ook goede resultaten worden geboekt. Daar moeten we mee doorgaan. Er is enorme behoefte aan vakmanschap. Het potentieel is er, hopelijk kunnen we ze voldoende bereiken om ze te helpen aan een betere toekomst.”

‘In Zweden wordt 40 procent van het schilderwerk door vrouwen gedaan, hier is dat percentage bijna nul. Een enorm potentieel,’ aldus Anja van Gorsel.

De top is een Old boys network

IN GESPREK MET HELEEN MEES

De rol van de vrouw op de arbeidsmarkt – anno nu – is nog altijd ondergeschikt aan die van de man. Er is volgens Heleen Mees veel te winnen op het gebied van arbeidsparticipatie door de vrouw. Vooral wanneer het gaat om vrouwelijk leiderschap. Amper een op de tien leden van de raad van bestuur van de grootste Europese beursgenoteerde bedrijven is een vrouw.

Lees meer
Verslag

De top is een Old boys network

Sprekers

Heleen Mees

Heleen Mees (econome, juriste en publiciste) vertelt over haar leven in New York, waar ze zo van houdt. Een totaal andere maatschappij in vergelijking met de Nederlandse. New York is een kansenmaatschappij. Mensen worden er minder tegengehouden door allerlei wet- en regelgeving. Hierdoor is er ruimte voor kleine persoonlijke initiatieven. New York is een metropool waar ‘persoonlijke dienstverlening’ een belangrijke bedrijfstak is. Denk hierbij aan de Doorman in bijvoorbeeld een appartementencomplex. De Doorman is een soort huismeester, die in shifts 24 uur voor bewoners klaarstaat. Een functie waarvoor weinig scholing nodig is maar mensen wel kansen biedt op verdere persoonlijk groei. Een ander voordeel van persoonlijke dienstverlening is de succesvolle integratie van immigranten in de New Yorkse maatschappij. Taal en cultuur worden snel aangeleerd en eigen gemaakt.

In het huiskamergesprek wordt de vergelijking met de Nederlandse arbeidsmarkt snel gelegd. Door wet- en regelgeving, de maatschappelijke structuur, maar volgens Heleen ook het huidige sociale zekerheidsstelsel worden mensen en vooral vrouwen beperkt in hun ontwikkeling. Het sociaal zekerheidsstelsel is goed, maar ontneemt mensen wel ontplooiingsmogelijkheden. Neem bijvoorbeeld de dure kinderopvang. Hierdoor is het voor vrouwen bijna onmogelijk fulltime te werken. Driekwart van de Nederlandse vrouwen werkt in deeltijd. Daarmee is Nederland, in vergelijking met andere Europese landen, koploper in deeltijdwerk.

De huiskamerdiscussie gaat verder, over vrouwelijk leiderschap. Heleen heeft zich hier met veel verve voor ingezet. “We staan wat dit betreft nog steeds op dezelfde lijn als immigranten”, zegt Mees. “Ik ben hierover enorm teleurgesteld. Op het gebied van vrouwelijk leiderschap is heel veel te winnen. Vrouwen komen nog steeds bijna niet in aanmerking voor een functie in een raad van bestuur- of commissarissen. Vrouwen worden weggezet als minder waardevol”. Er moet volgens Mees snel een omslag komen.

Deze wens lijkt binnenkort uit te komen. In december 2009 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel goedgekeurd waarin een streefgetal van minimaal 30 procent vrouwen in Raden van Bestuur en Raden van Commissarissen van grote NVs en BVs is opgenomen. Binnenkort wordt over dit wetsvoorstel gestemd in de Eerste Kamer. Dit wetsvoorstel lijkt echt nodig te zijn. ‘Het gaat er oneerlijk aan toe in de top van bedrijven. Het is een ‘Old boys network’. Europees commissaris Neelie Kroes heeft zelfs aangegeven dat vrouwen systematisch worden overgeslagen.

‘Persoonlijke dienstverlening kan de oplossing zijn om werkeloosheid terug te dringen’.
‘Ons sociale zekerheidsstelsel is goed, maar neemt wel de ruimte weg voor persoonlijke initiatieven op het gebied van arbeid’.

Echt HEMA?

ONBEPERKT ONLINE LEREN MET HEMA

De tijd van met z’n allen in een klaslokaal zitten is voorbij. In plaats daarvan leren we thuis, achter de computer. Vrijwel alle grote bedrijven in Nederland stimuleren – of verplichten – hun werknemers daartoe. Van een module klantgerichtheid tot een cursus Thaise massage. En grote kans dat HEMA Academie erachter zit.

Lees meer
Verslag

Echt HEMA?

Sprekers

Helma van den Berg

Het begon met een paar online cursussen die gewoon in de winkel te koop waren. Toen HEMA het hele winkelassortiment ook via internet ging verkopen, verhuisden de cursussen mee naar het web. “En toen merkten we dat allerlei bedrijven onze cursussen in het groot inkochten. Tien cursussen Excel voor ING, zoveel cursussen voor Nuon”, vertelt Helma van der Berg, account consultant HEMA Academie.

“Dat bracht ons op het idee ons helemaal op de zakelijke markt te richten. Dat idee is in twee jaar tijd uitgegroeid tot HEMA Academie, een online opleidingsinstituut dat cursuspakketten verkoopt aan zo’n driehonderd grote ondernemingen. Werkgevers realiseren zich dat de medewerkers het goud van de onderneming zijn. Elke medewerker moet zich permanent kunnen ontwikkelen om inzetbaar te blijven op de arbeidsmarkt. Maar de wereld van het leren is veranderd. Verplicht een klaslokaal in, dat zien de meeste mensen niet zitten. Terwijl mensen van nature wel leergierig zijn. Met HEMA Academie zijn wij in het gat gesprongen tussen verplicht leren en spontaan leren.”

Maar krijg je als cursist wel begeleiding? “Nee, maar de cursussen zitten didactisch goed in elkaar. Bij elke cursus is een specialist uit het vakgebied betrokken. En er zijn certificaten te behalen. Dat was oorspronkelijk niet zo, maar in de praktijk bleek dat mensen graag een concrete beloning voor hun inspanningen krijgen. Wij adviseren de bedrijven ook over de manier waarop ze het in kunnen zetten voor hun specifieke bedrijf. Wel toetsen of niet, hoe in te passen in loopbaanpaden, zet je er nog een andere vorm van leren naast? E-learning is niet alles. Wij geloven in blended learning. Bijvoorbeeld de digitale cursus klantgerichtheid voor de theorie en een workshop voor de bijbehorende gedragsverandering.”

Ook zijn er zogeheten ‘fun-cursussen’. Van der Berg: “Deze zijn nuttiger dan je denkt. Bij Scania zaten ten tijde van de crisis heel veel medewerkers thuis in de deeltijd-WW. Met toestemming van het UWV mochten zij bijvoorbeeld een cursus Thaise Massage doen. Bedenk wel dat veel van die mensen nooit achter de pc zaten. Een leuke cursus is een prikkel om ze daar wel achter te zetten als aanzet tot meer!”

Helma van de Berg:‘Onze cursus Nederlands foutloos schrijven is heel populair. Vooral bij managers: die doen dat liever in hun eentje thuis dan in een klasje.'

Ik loop, zelfs op hoge hakken!

EINSTEIN WERKTE TOCH OOK DOOR (1)

Interviewster Cisca Dresselhuys ontmoet zangeres en actrice Gerda Havertong. Twee sterkte vrouwen – de één al met pensioen en de ander bijna. Cisca Dresselhuys: “Gerda, je wordt in november 65”. Gerda Havertong: “Is dat zo? Ik word ermee lastig gevallen. Er vallen allerlei brieven op de mat. De AOW liet weten dat ik geld zou krijgen, zonder er iets voor te doen.”

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Ik loop, zelfs op hoge hakken!

Sprekers

Gerda HavertongCiska Dresselhuys

Gerda Havertong vertelt: “Ik ben er niet mee bezig dat ik 65 jaar word. De omgeving herinnert me eraan. Ik kwam 45 jaar geleden vanuit Suriname naar Nederland. Hier ben je pas iemand als je werkt. Maar voor mij komt werken niet op de eerste plaats. Tien jaar geleden kreeg ik een groot verkeersongeluk; ik ben toen versneld tien jaar ouder geworden. Ik moest me aanpassen aan de omstandigheden. Niet mijn leeftijd is belangrijk, maar mijn fysieke gesteldheid. Mijn stem doet het nog prima, dus waarom zou ik ophouden met werken. Maar ik accepteer geen rollen meer waarvoor ik me vier keer moet omkleden, want dat kan ik fysiek niet. Ik heb altijd pijn, maar ik heb me verzoend met wie ik geworden ben. Ik loop, zelfs op hoge hakken!”

“Elf jaar geleden heb ik de Stichting Wiesje opgericht die in Suriname zorg voor ouderen met dementie biedt. Wiesje was mijn moeder, die rond haar 65e dement werd. Toen mijn vader en wij als dochters haar niet meer konden verzorgen, ging zij naar een tehuis in Suriname. Wat ik daar gezien heb, vond ik echt niet kunnen. Maar het was het beste tehuis in Suriname."

"Toen mijn moeder overleed, voelde het alsof ik niet had waargemaakt waarvoor ik was opgevoed. Daarom ben ik de Stichting Wiesje begonnen, genoemd naar mijn moeder. Sinds 2005 bieden wij daar dagopvang voor 23 demente ouderen. Inmiddels is er een wachtlijst. Ik wil graag 24-uurs opvang wil bieden maar ontmoet in Suriname veel tegenwerking van de autoriteiten. Daarnaast ligt er een zwaar taboe op dementie. Dus die wachtlijst is nodig om aan te kunnen tonen dat ik in een behoefte voorzie.”

“Zo lang je leeft, moet je blijven dromen", besluit ze. "Ik droom nog van een eigen cd. En dan zijn er nog drie of vier toneelstukken die ik graag zou spelen. Gevraagd word ik niet meer, dus daar moet ik zelf achteraan.”

‘Toen ik dat ongeluk kreeg, merkte ik dat het leven doorging zonder mij', aldus Gerda Havertong.

Wat heb je nodig om vitaal te zijn?

IN GESPREK MET SASKIA VAN OPIJNEN

Saskia van Opijnen, directeur van Achmea Vitale, wil graag weten wat de aanwezigen onder vitaliteit verstaan. En wat mensen nodig hebben om vitaal te kunnen zijn. Want als je dat weet, kun je ook werken aan gezonde werknemers in je bedrijf.

Lees meer
Verslag

Wat heb je nodig om vitaal te zijn?

Sprekers

Saskia van Opijnen

Vitaliteit is meer dan lichamelijk gezond zijn. Alle deelnemers aan het gesprek zijn het daar snel over eens. Je geestelijke gesteldheid is minstens zo belangrijk. Energie om de dag door te komen en plezier in het werk, worden veel genoemd als het om vitaliteit gaat. Een van de aanwezigen vat het mooi samen: “Vitaliteit is kunnen doen wat je wilt doen”.

Saskia van Opijnen vraagt wat belangrijk is om vitaal te zijn. De dame die ´hardloopschoenen´ noemt, heeft de lachers op haar hand. Toch geeft ze daarmee de opmaat tot het verdere gesprek. Hardlopen doe je meestal niet alleen. De stimulans om samen met anderen aan je vitaliteit te werken, blijkt een belangrijke factor te zijn. De openheid in het gesprek is opvallend. Een aantal mensen vertelt over hun persoonlijke tegenslagen. Aangrijpend is het verhaal van een ex-kankerpatiënte Corinne de Haas, van de stichting Viva La Donna, die jaarlijks een verwendag voor vrouwen met kanker organiseert. Haar pleidooi is om mensen vitaal te krijgen voordat ze een zware chemokuur ondergaan. Dat helpt om ze vitaal te houden, ook daarna.

Over vitaliteit in het werk lopen de meningen uiteen. Er is discussie over de rol van de werkgever. Er zijn nog steeds mensen die zich met vage klachten ziekmelden en met een bonus vertrekken, aldus een van de aanwezigen. Een mening die niet iedereen deelt. In reactie daarop wordt opgemerkt dat het belangrijk is om mensen aan te spreken op hun eigen verantwoordelijkheid. Toch is het een utopie om te denken dat iedereen zijn werk met passie doet. Van Opijnen: “Ik gun mensen dat ze energie krijgen van hun werk. Maar als je werk ten koste van je gezondheid gaat, ben je een grens over.”

Het gesprek gaat verder over hoe je zelf het heft in handen kunt nemen om aan je welzijn te werken. De conclusie is dat preventie meer aandacht zou moeten krijgen. Dat begint al bij kinderen. Is Achmea bereid om te investeren om jongeren op te leiden in vitaliteit? “Een interessante suggestie”, vindt Van Opijnen. En zou het niet mooi zijn als de traditionele bedrijfsarts een vitaliteitsarts zou worden? De aanwezige bedrijfsarts van het gezelschap kan dat beamen.

‘Vitaliteit is dat je binnen je eigen mogelijkheden zo goed mogelijk functioneert’.
‘Ik gun mensen dat ze energie krijgen van hun werk, maar het is een utopie om te denken dat iedereen zijn werk met passie doet,’ aldus Saskia van Opijnen.

Geloof, hoop en liefde

ZINGEVING IN ALLE HECTIEK

Abeltje Hoogenkamp, stadspredikante in Amsterdam, doet projecten op de grens van kerk en cultuur. Een beschouwing over zingeving in alle hectiek, over reflectie en de menselijke maat. Oftewel: hoe kunnen we zingeving terugvinden in ons hectische leven?

Lees meer
Verslag

Geloof, hoop en liefde

Sprekers

Abeltje Hoogenkamp

Abeltje Hoogenkamp neemt geloof, hoop en liefde als uitgangspunt. “Want daar draait het toch eigenlijk om in het leven”, zegt ze. “Alles wat van wezenlijk belang is, raakt een van deze drie grote begrippen.” Ze leest een stukje voor uit de Bijbel, uit Korintiërs 13, het Hooglied van de Liefde. “Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.”

“Laten we het eerst over Geloof hebben”, begint ze. “Wat is geloof? De kredietcrisis is eigenlijk een geloofscrisis. Het woord krediet is afkomstig van het Latijnse credere: vertrouwen, geloven. Het gaat dus om het vertrouwen, het geloof in de economie. Geloof is dus een ander woord voor vertrouwen. Op wie kun je bouwen, dat is de vraag. We zijn allemaal diep religieus, we aanbidden de gekste dingen. Geld, de natuur, onze leiders. De bijbelse God presenteert zich als redelijk alternatief. De vraag is niet of we geloven, maar wie of wat ons vertrouwen waard is.”

“Dan de Hoop”, vertelt ze verder. “Hoop koesteren is moedig. Obama heeft het niet voor niets over ‘The Audacity of Hope’, de gedurfdheid van hoop. In de Bijbel is hoop een belangrijk thema: hoop op een leven in overvloed. Maar hoop kan mensen ook passief maken. Sterk is de hoop die gelooft in verandering, en daarvoor moet je keuzes maken. We zullen moeten veranderen: de status quo is niet goed, mensen sterven als muggen of leven in ballingschap.”

“En de Liefde. Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde. ‘Dient elkaar door middel van de liefde’, zegt de Bijbel. Dienstbaarheid is uit de mode, net als solidariteit. Maar een minister is de dienaar van de kroon, ik als predikant ben dienaar van het Woord. Er is niets mis met dienstbaarheid. We werken en leven immers ten dienste van elkaar.”

'Ik word geleid door mijn agenda, dat is mijn belangrijkste meester. Een groot rood kruis door je agenda zetten, daar is moed voor nodig', Abeltje Hoogenkamp.

Wat is nodig om tot je 65ste door te werken?

IN GESPREK MET DOLF KAMERMANS

Hessel en Freerkje zijn gastheer en gastvrouw en die rol vervullen zij met verve. In dit gesprek met Achmea-directeur Dolf Kamermans (inkomensverzekeringen) roeren zij zich ook. Hessel: “Ik ben monteur van trekkers en vraag me af hoe ik dit werk nog tien jaar vol ga houden.”

Lees meer
Verslag

Wat is nodig om tot je 65ste door te werken?

Sprekers

Dolf Kamermans

Dolf Kamermans is directeur bij Achmea Sociale Zekerheid. Dit onderdeel biedt inkomensverzekeringen zoals arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en WIA. Naast uitkeringen biedt de divisie ook reïntegratietrajecten om mensen weer terug aan het werk te krijgen. Alle aanwezigen in de kleine huiskamer stellen zich voor en geven aan waarom zij hier zijn. Gastheer Hessel (56) is monteur van trekkers en vraagt zich af of hij dit zware werk vol gaat houden tot zijn 65ste. Hidde is na een dip van twee jaar weer terug in het arbeidsproces: vorige week is hij zijn eigen bedrijf gestart. Corinne is directeur van stichting Viva la donna die zich inzet voor vrouwen met kanker.

Dolf Kamermans gaat in op de verhalen van Hidde en Corinne. Wat kwamen zij tegen toen ze weer aan het werk wilden? Corinne: “Het is als een marathon lopen zonder voorbereiding. Om het te kunnen volhouden, moet je keuzes maken. Ik kies voor werk; een sociaal leven heb ik niet. Ik wil iets waard zijn. Om te overleven, moet je net doen alsof je niet ziek bent. Anders loopt iedereen over en langs je heen.”
Hidde: “Twee jaar geleden ging ik naar de huisarts. Ik moest een grote drempel over om te erkennen dat ik depressief was. Toen ben ik uit het arbeidsproces gestapt. Na een half jaar vrijwilligerswerk ben ik weer aan het werk gegaan.”

Er ontstaat discussie over het al dan niet vrijwillig uit het arbeidsproces stappen. Mag dat zomaar, de belastingbetaler betaalt ervoor. Dolf Kamermans: “De sociale wetten zijn ervoor om mensen door een moeilijke fase heen te helpen, maar niet om op te gaan leunen. Een moment van transformatie en bezinning moet mogelijk zijn. Tijdelijke uitval is niet erg, als je maar weer terugkomt.”

Dolf Kamermans: “Wat heb je nodig om tot je 65ste of langer te kunnen doorwerken?” Genoemd worden: thuiswerken waar mogelijk, kortere werkdagen, ander soort werk, minder druk, kennis overdragen in plaats van zelf doen. “De samenleving moet hiermee aan de slag”, aldus Dolf Kamermans. “Want in 2020 komt de arbeidsmarkt één miljoen mensen tekort.”

'Weer aan het werk gaan, is als een marathon lopen zonder voorbereiding. Om het te kunnen volhouden, moet je keuzes maken.'

Eh, ben jij van plan kinderen te krijgen?

DE NOOIT GESTELDE VRAAG

Wettelijk is het verboden om ‘de nooit gestelde vraag’ te stellen tijdens een sollicitatiegesprek. Maar via omwegen krijgen vrouwen nog steeds te horen: “Ben jij van plan kinderen te krijgen?” Onbegrijpelijk, vinden Jamila Aanzi (oud-vice-voorzitter FNV Jong) en Kirsten van den Hul (VN Vrouwenvertegenwoordigster).

Lees meer
Verslag

Eh, ben jij van plan kinderen te krijgen?

Sprekers

Kirsten van den HulJamila Aanzi

Het gaat heel erg slecht met de vrouwenemancipatie in Nederland, volgens Jamila Aanzi en Kirsten van den Hul. Als ze op internationale bijeenkomsten vertellen over de situatie in Nederland, krijgen ze steeds weer verbaasde gezichten tegenover zich. Nederland heeft wereldwijd een van de laagste percentages vrouwelijke hoogleraren. “Zelfs nog lager dan Pakistan!” En ook het aantal topvrouwen bij bedrijven is om droevig van te worden. Want vrouwen werken te weinig en voor parttimers is meestal geen managementfunctie weggelegd. “Maar”, zegt Aanzi, “je kunt ook zeggen: mannen werken te veel!”

Dat ligt zowel aan de mannen als aan de vrouwen. Vrouwen durven hun dromen niet uit te spreken, zegt Van den Hul. “Daarom zeg ik: ‘Ik wil minister-president van Nederland worden.’ Maar mijn oma zegt dan: ‘Bescheidenheid siert de dame.’ Daar ligt een deel van het probleem.” Ze vreest dat het voor haar generatie te laat is om grote veranderingen door te voeren. “Maar we moeten ruimte maken voor de volgende generatie. Er moet al op jonge leeftijd worden ingezet op het doorbreken van stereotypen. In boeken, films, televisieprogramma’s en in heel het sociale leven.”

De meiden hebben gesprekken gevoerd met topvrouwen van over de hele wereld. Het bleek dat er op drie manieren werd omgegaan met carrière en moederschap. “Of je partner gaat minder werken; of je moet zoveel verdienen dat je alles kan ‘outsourcen’: een oppas, een schoonmaker en een kok; of je hebt geen kinderen.”

Veel vrouwen hebben in het verleden de ‘nooit gestelde vraag’ gehad. En vrouwen die fulltime blijven werken na de bevalling worden als slechte moeder bestempeld door hun omgeving.
Om snel stappen te kunnen maken, is Kirsten van den Hul voorstander van een quota aan de top: een verplicht percentage vrouwen op managementfuncties. Ze ziet het als een noodzakelijk kwaad. “De vrouwenemancipatie moet grote stappen maken de komende tijd.”
“Maar”, zo sluit ze het gesprek af, “laten we voor de onderkant van de sociale ladder niet vergeten, de minima’s. Oftewel, de minimama’s. Die hebben het ook hartstikke moeilijk.”

Kirsten van den Hul: ‘De politie is een mooi voorbeeld van een bedrijf waar een erge machocultuur heerst. Durven uitspreken dat je minder wilt werken, durven ze niet.'

Pensionering is een 'life changing event'

EINSTEIN WERKTE TOCH OOK DOOR (2)

Kees de Lange is oprichter van de politieke partij 50Plus en is zojuist benoemd als senator in de Eerste Kamer. Hij maakt zich sterk voor de 50-plussers in ons land, in zijn ogen vaak onterecht ‘ouderen’ genoemd. Hij wordt aan de tand gevoeld door Cisca Dresselhuys.

Lees meer
Verslag

Pensionering is een 'life changing event'

Sprekers

Kees de LangeCiska Dresselhuys

"Vertel eens, Kees, je bent nu 67, dus je hebt een gedwongen afscheid als hoogleraar achter de rug", zegt Dresselhuys. "Hoe vond je dat?" "Tja", zegt Kees De Lange, "mijn vak was mijn hobby, ik verkeerde dus in een bevoorrechte positie. Aan het eind van mijn carrière werd mij de mogelijkheid geboden om door te werken. Ik kon dus voorzichtig afbouwen. Mijn werk vond ik geweldig interessant. De prijs van de bloemkool veranderde er niet door, maar het was fantastisch om te doen!"

"En daarna?", vraagt Dresselhuys. "Toen ben ik gestopt met werken en ben in de pensioenwereld verzeild geraakt. Ik heb een politieke partij opgericht: 50Plus. Die is redelijk succesvol. Er zijn in Nederland net zoveel kiezers onder 50 als boven 50. Ouderen moeten volwaardig lid van de samenleving zijn, en dat is nu niet zo, vanaf 50 jaar ben je al bezig afscheid van elkaar te nemen."
"Mensen van 50 die nu hun baan verliezen, hebben maar 7 tot 8 procent kans weer een baan te krijgen", vervolgt De Lange. "Vergrijzing is bijna een scheldwoord geworden. Ook de media schetsen daar een bepaald beeld van. Plaatjes van bejaarden die het Zwitserleven-gevoel moeten uitstralen, of van twee wezenloze bejaarden die voor zich uit staren op een bankje, clichébeelden. Zo is de werkelijkheid niet."

Maar hoe ga je om met mensen die bij productiebedrijven werken en op hun 50ste helemaal versleten zijn door het zware lichamelijke werk dat ze hun leven lang hebben gedaan?" De Lange: "Die mensen kun je niet over één kam scheren met mensen zoals ik, die geen lichamelijk werk doen. Ik heb gesprekken bij Hoogovens gevoerd, daar beginnen ze vijf jaar van tevoren al na te denken hoe je mensen die zwaar werk doen, elders kunt plaatsen. We zouden eigenlijk terug moeten naar de ouder-gezel situatie van vroeger, dat zou in veel bedrijven goed werken. Ouderen blijven nuttig, jongeren hebben iemand om op terug te vallen. In een klein bedrijf is dat natuurlijk veel lastiger te realiseren dan bij een gigant als de Hoogovens."

Hoe vond Dresselhuys het overigens zelf om met pensioen te gaan? Ze antwoordt: "Ik vond het moeilijk, ik heb altijd met heel veel plezier gewerkt, ik vond het heel vervelend. Toen ik 63 was, werkte ik 25 jaar bij Opzij. Na 2 jaar dacht ik dus: ik stop ermee. Ik heb de ervaring dat het belangrijk is er tijdig over na te denken, tijdig te bedenken wat je wilt gaan doen. Ik heb Trouw gebeld en gezegd: ik ben over een half jaar op de markt als freelancer, hebben jullie werk voor mij? Gelukkig hadden ze dat. Je moet voorkomen dat je opeens thuis zit met die flessen wijn en boekenbonnen. Pensionering is een zakelijke gebeurtenis, maar ook een zeer emotioneel iets. Een 'life changing event'."

'Pensionering is een zakelijke gebeurtenis, maar ook een zeer emotioneel iets. Een 'life changing event'.'

We kochten rotte appels

IN GESPREK MET RICK VAN DER PLOEG

Rick van der Ploeg, econoom en voormalig lid van de Tweede Kamer, verbaast het dat de crisis niet eerder is gekomen. “De banken in Amerika en Groot Brittannië hebben jaren boven hun stand geleefd. In Amerika werden dure hypotheken gegeven aan mensen die het niet konden betalen. Die werden in pakketten verkocht aan rijke landen zoals Nederland. Maar we kochten rotte appels”, aldus Van der Ploeg.

Lees meer
Verslag

We kochten rotte appels

Sprekers

Rick van der Ploeg

Als hij kijkt naar de huidige situatie, constateert Rick van der Ploeg dat de groeilanden zoals Portugal, Ierland en Griekenland failliet zijn. “De vraag is niet of Griekenland gered moet worden”, betoogt Van der Ploeg. “Het gaat om het herstructureren van banken in Nederland. Redden we de grote banken die zo stom geweest zijn om geld te investeren in Griekenland?”

Op de vraag of we dan beter of slechter af zijn met een herstructurering antwoordt hij: “De financiële crisis is eigenlijk alleen een vraagstuk van herverdeling. De rijken worden nog steeds rijker. Want men blijft de winsten privatiseren en de verliezen socialiseren.” Vrij vertaald: de winsten verdwijnen in de zakken van de bankiers en voor het verlies moeten we allemaal opdraaien. Denk bijvoorbeeld aan de redding van ABN. Daarover zegt hij: “Hadden we ABN wel moeten redden? Nu denkt iedereen, inclusief de banken, dat ze toch wel geholpen worden.” Volgens Van der Ploeg is er weer een zeepbel in wording en “als het fout gaat, wordt daarmee de samenleving ontwricht”. Ook verbaast hij zich erover “dat we in Nederland topmensen in het bankleven hebben die geen bankier zijn”.

“Bent u dan somber gestemd”, informeert een van de toehoorders. “In Engeland heb ik er vertrouwen in. Daar moeten de stappen vandaan komen, maar het gaat wel langzaam.” Daar wordt onderzoek gedaan om bij banken het sparen en lenen (retail) af te splitsen van beleggingen (investment). Een goede ontwikkeling vindt Van der Ploeg want “laat banken niet speculeren met het geld van de gewone man”.

Iemand vraagt wat zij zelf als burger kan doen. “Gebruik bijvoorbeeld spaarlampen, scheidt het afval, en kies voor banken en verzekeraars die er ook wat aan willen doen”, zegt Van der Ploeg. Maar vooral “leef naar wat je denkt wat belangrijk is, leef naar je principes”. Dat deed hij zelf ook toen hij vertrok uit Den Haag, want “ik ben een wetenschapper”. De laatste vragensteller wil zijn oordeel weten over de invoering van de euro. “Voor Nederland het beste wat er kon gebeuren”, besluit hij zonder enige twijfel.

‘De financiële crisis is eigenlijk alleen een vraagstuk van herverdeling’, Rick van der Ploeg.
‘Laat banken niet speculeren met het geld van de gewone man’, Rick van der Ploeg.

Stroboscoop als brandalarm

WAT KAN JE WEL

Piet van Burik is directeur van De Verbinding. Een bouwbedrijf voor doven. Zijn verhaal gaat over het ontstaan van dit bedrijf en de hobbels die genomen moesten worden. Een leerzaam kijkje in een verborgen wereld.

Lees meer
Verslag

Stroboscoop als brandalarm

Sprekers

Piet van Burik

Piet van Burik vroeg ooit eens aan Vincent Bijlo, de blinde cabaretier, wat hij liever was als hij moest kiezen: blind of doof? Blind, was het antwoord. “Aan een blinde kun je zien dat hij blind is. Maar een dove hoor en zie je niet.” Doven zijn vaak achtergesteld en leven vaak in een isolement, hooguit met andere doven. Ze zijn moeilijk inpasbaar in een regulier werkproces dus de beroepskeuze is klein.

Van Burik zag van dichtbij hoe ingrijpend het is om doof te zijn en hoe dove mensen in een sociaal isolement terecht kunnen komen. “Doven missen vaardigheden en ontwikkelen zich minder snel. Daarnaast is taal bij doven slecht ontwikkeld, waardoor ze in de horende wereld moeilijk een plaats kunnen krijgen.” Dat deed hem besluiten om een bedrijf op te richten voor dove mensen. “Een B.V. Dat was een bewuste keuze want we wilden een echt bedrijf neerzetten, met een businessplan en een winstoogmerk. Geen sociale werkplaats waarbij klanten een oogje dichtknijpen, maar een volwaardige leverancier.” Ze richtten De Verbinding op: een bedrijf dat dakkapellen, gevelelementen en schuifpuien bouwt. “Zo brachten we het werk naar de doven toe in plaats van andersom.”

Dat winstoogmerk bleek een forse uitdaging. Want er moeten nog al wat aanpassingen worden gedaan om een veilige werkomgeving te creëren voor doven. “Een simpel voorbeeld is het brandalarm. Dat horen dove mensen niet. Dus daarom hebben we een stroboscoop geïnstalleerd.” Doven hebben ook extra begeleiding nodig. Want hoe maak je werkafspraken? Hoe zorg je dat die worden nageleefd? Hoe ga je om met conflicten op de werkvloer? “Allemaal zaken die om extra aandacht en extra hulpmiddelen vragen. Daarnaast halen dove mensen nooit de efficiency van horende. “Ze hebben hun beide handen nodig om met elkaar te communiceren. Alleen dat kost al veel tijd.”

Toch haalde het bedrijf na vier jaar zwarte cijfers. “Het kan dus wel als je uitgaat van wat mensen met een beperking nog wel kunnen,” aldus Van Burik. “Dan haal je mensen uit hun isolement, ze hebben inkomen, je leidt ze op. Dan gaat er een wereld open.”

'Als je mensen uit hun isolement haalt en ze krijgen inkomen, gaat er een wereld open,' aldus Piet van Burik.

Gewoon te duur na je 55ste?

EINSTEIN WERKTE TOCH OOK DOOR (3)

Het lijkt erop dat je na je 55ste eigenlijk al oud bent en soms zelfs gedwongen wordt te stoppen met werken. Hoe komt dat? Ligt dat aan je instelling, de heersende tradities rondom de pensioenleeftijd of ben je gewoonweg te duur? Ciska Dresselhuys gaat hierover in gesprek met Ed van Thijn.

Lees meer
Verslag

Gewoon te duur na je 55ste?

Sprekers

Ed van ThijnCiska Dresselhuys

Ed Van Thijn (76 jaar), oud-burgemeester van Amsterdam en oud-minister van Binnenlandse Zaken, geniet van zijn vrije tijd, van zijn leven zonder spanning en van uitslapen. Voor hem geen publieke functies meer, maar hij geeft nog wel lezingen en masterclasses en hij schrijft. Hij is blij met zijn behaalde leeftijd en heeft de keus om zijn leven nog steeds actief in te richten. Maar, heeft iedereen dat?

Van Thijn: "85 procent heeft geen baan meer na zijn 55ste en je bent al oud als je net de middelbare leeftijd hebt bereikt." Hij pleit voor het flexibiliseren van de pensioenleeftijd, waarbij je zelf kiest wanneer je wilt stoppen. Niks nieuws overigens; dit speelt al sinds de jaren ‘70. Ervaringsdeskundigen uit de zaal beamen, dat een betaalde job na je 55ste moeilijk te vinden is, bovendien levert werk via de 65+ uitzendbureau’s niets op. Daarom zijn er zoveel oudere zzp-ers. Dat lijkt nog de enige mogelijkheid als je wilt doorwerken na je pensioenleeftijd. Waarom is met pensioen gaan met 65 dan toch de heersende tendens? Volgens Dresselhuys is dit bij ons ingewreven door de jarenlange ‘Zwitserleven’-campagne die het beeld van de 65-jarige heeft gevormd tot iemand die óf altijd op vakantie is óf al achter een rollator loopt.

Of je wel of niet wilt stoppen met werken met 65 jaar hangt af van interesses, het soort werk dat je doet en of je werken als verplichting hebt ervaren of juist als zingeving. Dat concluderen aanwezigen. Van Thijn stelt dat naarmate je ouder wordt je blijkbaar minder gaat betekenen voor een werkgever. Daarom heeft hij eens uitgezocht wanneer Einstein zijn relativiteitstheorie heeft gedaan. Hij was toen 26 jaar. En tot hilariteit van het publiek concludeert hij dat Einstein dus toen al over zijn hoogtepunt heen was!

Ed van Thijn: 'Ik pleit voor het flexibiliseren van de pensioenleeftijd en ‘werk op maat’, waarbij je dus zelf bepaalt wanneer je stopt.'

Contact

Hebt u vragen over de Conventie van Achlum?
Mail uw vraag naar Achmea200jaar@achmea.nl

U ontvangt zo spoedig mogelijk een antwoord.

Inloggen

Wachtwoord vergeten?