Over tien jaar zijn er minder files

TWEEGESPREK, POLITICI OVER MOBILITEIT

Een slimme mix van openbaar vervoer, eigen vervoer en thuiswerken moet ervoor zorgen dat Nederland over tien jaar minder files heeft. “Ik ben ervan overtuigd dat die omslag er komt.” Voorwaarde is wel dat de marktwerking in het openbaar vervoer beter wordt geregeld.

Lees meer
Verslag

Over tien jaar zijn er minder files

Sprekers

Sander de RouweJacques Monasch

Mensen trekken weg van het platteland naar de stad waar de werkgelegenheid het grootst is. Met name in Limburg en Groningen gebeurt dit massaal, mede doordat de Nederlander bereid is om veel kilometers woon-werkverkeer te maken. Tegelijkertijd worden de voorzieningen voor openbaar vervoer minder. Geen wonder dat ons land dichtslibt. Hoe voorkom je dat? De Tweede Kamerleden Jacques Monasch (PvdA) en Sander de Rouwe (CDA) discussiëren met elkaar.

Beide politici erkennen dat marktwerking in het openbaar vervoer niet goed werkt. Monasch: “De markt zit in de weg.” Want: openbaar vervoerbedrijven worden opgeslokt door enkele grote Europese partijen. Die hebben geen oog voor Achlum en andere locale belangen, domweg omdat daar niets te verdienen valt, ook al omdat er concessies van tien jaar worden afgegeven, wat voor een starre markt zorgt.

De Rouwe: “Bij het bedenken van oplossingen moeten we niet bang zijn voor mislukkingen, ook al krijg je de hele wereld over je heen, zoals bij de OV-chipkaart. We moeten dingen loslaten en fouten accepteren.” Hij pleit voor zogeheten multimodale mobiliteit, wat wil zeggen: maak deels gebruik van openbaar vervoer en deels van eigen vervoer.

Beide heren zijn ervan overtuigd dat er ook een grote slag kan worden geslagen met thuiswerken, de zogeheten digitale mobiliteit. Monasch: “Dit moeten de bedrijven zelf regelen in hun cao’s. Ik denk dat er over tien jaar een algemeen recht op thuiswerken is, met een goede balans tussen werken en je kinderen opvoeden. Die omslag komt er. Dan neemt het aantal files af.” De Rouwe erkent wel dat de overheid tot nu toe te weinig het goede voorbeeld voor thuiswerken geeft.

Monasch: “Oplossingen kunnen niet op centraal of op provinciaal niveau worden bedacht, maar locaal.” Dit leidt bijvoorbeeld tot buurtbussen met vrijwilligers. De Rouwe beaamt dit en vult aan dat openbaar vervoer een gedeelde verantwoordelijkheid is van overheid en bewoners. “Anders gaan mensen achterover leunen.” Monasch: “Bij de OV-chipkaart is de reiziger niet gehoord. Die moet veel meer worden betrokken en meebeslissen.”

‘De reiziger moet veel meer worden betrokken.’

Een effectieve woon-werkreistijd

TWEEGESPREK, ONZE MOBIELE TOEKOMST

Thuiswerken heeft de toekomst. En als je dan toch een keer naar kantoor moet, kan de innovatie niet op. Dat blijkt tijdens het gesprek over woon-werkmobiliteit met Ferd Crone (burgemeester van Leeuwarden) en Lodewijk de Waal (voorzitter Platform Slim Werken, Slim Reizen). “Over 20 jaar sluit je aan in de file, klik je de sensoren aan en rijdt jouw auto zelf het hele eind. Dat rijdt als een trein.”

Lees meer
Verslag

Een effectieve woon-werkreistijd

Sprekers

Lodewijk de WaalFerd Crone

Hoe kunnen we effectiever omgaan met onze woon-werkreistijd? Natuurlijk zijn er alternatieven om de files te vermijden. Zoals het openbaar vervoer, maar de eigen auto wordt gezien als groot goed. Of een aantal dagen thuiswerken, al lijken grote bedrijven er nog niet klaar voor om hun werknemers volledig te vertrouwen. Toch wijst recent onderzoek uit dat thuiswerken juist de productiviteit vergroot. Met gemiddeld 8 procent, aldus De Waal. “Ook hoorde ik dat bij een bedrijf de productiviteit gestegen was met 40 procent. Maar dan hebben die mensen daarvoor hun tijd wel erg verlummeld.”

Maar waarom gebeurt het thuiswerken dan nog zo weinig? Enerzijds lenen sommige taken, zoals projectmanagement of productiewerk, zich moeilijk lenen voor thuiswerk. Anderzijds willen bazen hun werknemers controleren of ze wel 8 uur per dag achter de computer zitten.
Maar wat maakt het nu uit of iemand in die 8 uur zijn targets haalt, of in 6 uur, of in 10 uur? En wat maakt het nu uit als die iemand ’s avonds die uren wil maken en overdag zijn kinderen van school haalt? De Waal constateert dat de benodigde gedragsverandering bij bedrijven tergend langzaam gaat: “Bedrijven moeten het gewoon een keer proberen, als het niet lukt kunnen ze altijd terug.”

Burgemeester Crone ziet zijn stad elke werkdag volslibben. “We zijn dan ook een van de grootste forenzensteden van Nederland. Als maar 10 procent van de automobilisten niet in de spits zou reizen, staat er nergens meer file. En dat gaat lukken. Het klinkt overdreven optimistisch, maar het is realistisch.” De heren zien in dat een fysieke afspraak soms het beste werkt. “Wij pleiten er ook niet voor dat je nooit meer op kantoor bent. Het gaat om de emancipatie van de werknemers, zij moeten gedeeltelijk zelf kunnen bepalen wanneer ze werken.” En mochten de files toch blijven, dan is er de techniek die dit ‘leed’ kan verzachten. “Over 20 jaar sluit je aan in de file, klik je de sensoren aan en rijdt jouw auto zelf het hele eind. Dat rijdt als een trein.”

Lodewijk de Waal: ‘Het beleid van de meeste bedrijven is op dit moment gebaseerd op controle en wantrouwen.’
Ferd Crone: ‘Leeuwarden is dolgelukkig met Achmea als grootste werkgever. Eigenlijk had dit feest in Leeuwarden moeten plaatsvinden!’

Slim werken, slim reizen

DEBAT, MAATSCHAPPIJ MONITOR MOBILITEIT

Twee keer per dag staat een groot deel van de Nederlandse beroepsbevolking stil op de snelweg. Dat kost veel tijd, geld en energie. Faciliteiten om slim te werken en slim te reizen zijn voorhanden, maar toch slaan ze niet aan zoals gewenst. De mobiliteitsexperts discussiëren over de oorzaken en zijn opvallend eensgezind.

Lees meer
Verslag

Slim werken, slim reizen

Sprekers

Linda van der EijckSander de RouweLodewijk de WaalJack de Kraaij

Lodewijk de Waal, voorzitter Taskforce Mobiliteitsmanagement, geeft aan dat we onderscheid moeten maken tussen kleine- en middelgrote bedrijven, en grote bedrijven als het over het mobiliteitsvraagstuk gaat. Grote bedrijven zijn veel verder met slim reizen en slim werken. Het is niet zozeer een geldkwestie, maar eerder angst voor extra werk, te moeilijke termen en ‘moeilijke bereikbaarheid’. Jack Knol, mobiliteitsmanager Cap Gemini, merkt bij klanten dat zichtbare aanwezigheid ook meespeelt, dat er te weinig vertrouwen is dat productiviteit gehandhaafd blijft bij thuiswerken.

CDA-kamerlid Sander de Rouwe meent dat het bedrijfsleven aan zet is, omdat de overheid alle grote obstakels heeft weggenomen. De Waal is het met het eerste eens, met het tweede niet. “Fiscaal kan de overheid nog wel stimuleren met thuiswerkplekken en openbaar vervoer aantrekkelijker maken ten opzichte van leaseauto’s.” Over geld gesproken, Nederlandse werknemers blijken - weinig verrassend - erg gevoelig voor financiële prikkels. Volgens De Waal zijn een paar euro voldoende voor werknemers om de spits te mijden. En met het verlies van 40 miljoen arbeidsuren in files, is hier heel wat te winnen.

Belonen in de vorm van keuzevrijheid, blijkt ook goed te werken. Bij Cap Gemini heeft de NS Businesscard ervoor gezorgd dat werknemers vaak de leaseauto laten staan en inmiddels 8-10 miljoen treinkilometers per jaar maken. Een grote bank die het personeel verleidde met goed uitonderhandelde ov-jaarkaarten krijgt ook een pluim. De schoktherapie, zoals bij een bedrijf dat alle parkeerplaatsen opdoekte en ook geen parkeergeld vergoedde, werkt ook, maar is toch erg top-down en weinig van deze tijd. Niemand van de aanwezigen is er erg positief over. “Belonen werkt altijd beter dan straffen”, zegt Jack de Kraaij, manager bij Achmea.

Eigenlijk zijn er nog maar weinig obstakels voor slimmer werken (moet ik naar kantoor?) en slimmer reizen (kan ik ook vertrekken na de file?), en het panel is positief dat gewenning en acceptatie in de maatschappij snel zal groeien. Voorwaarde is wel dat werkgevers en overheid de werknemers zelf de beslissingen laat nemen: thuiswerken of op kantoor of op een tussenvorm (ontmoetingsruimtes met voorzieningen, of technische werkplekken in de buurt van woningen van werknemers). Er is nog wel wat werk aan de winkel als een man in het publiek stelt dat hij wel met zijn moeder skypet, maar niet met een collega of zakenpartner.

‘Bedrijven moeten slag maken van wantrouwen en controle naar vertrouwen’, Lodewijk de Waal
‘Als je slechts 5 procent van de mensen uit de spits haalt, dan los je die spits grotendeels al op’, Sander de Rouwe

Mobiliteit is een schaars goed

LEZING, OVER MOBILITEIT

“Ik ben Jolande Sap, 48 jaar, en heb nog steeds geen rijbewijs.” Zo begint haar betoog over mobiliteit in Nederland. “Onze overheid zet in op groei van mobiliteit, vooral op automobiliteit. Onbedoeld bevordert ze daarmee ongelijkheid, zonder dat we er gelukkiger van worden. Gek genoeg is het faciliteren van de groei van het wegverkeer een officieel doel van ons overheidsbeleid. Als we niet mobiel genoeg zijn, gaat het kennelijk niet goed met ons.”

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Mobiliteit is een schaars goed

Sprekers

Jolande Sap

Jolande Sap, fractievoorzitter Groen Links, signaleert dat het overheidsbeleid leidt tot ongelijkheid en dat dit ons tegelijkertijd niet gelukkig maakt. Ze maakt zich zorgen over de stimuleringsmaatregelen rond woon-werkverkeer, de bereikbaarheid van woonwijken en winkelcentra langs snelwegen en de toenemende afhankelijkheid van olie en daarmee dubieuze oliestaten. “Het openbaar vervoer is nu in veel opzichten geen goed alternatief”, zo stelt ze. “Als ik vanmorgen met het openbaar vervoer naar Achlum had willen reizen, dan had ik daar ruim drieënhalf uur over gedaan. Dat is niet te doen. Dus heb ik de organisatie gebeld. En zo zoefde ik vanmorgen in een limousine over de A7. Luxueus maar niet efficiënt. Femke Halsema en Job Cohen wonen vlakbij maar reden niet mee.”

“Het ov moet echt een beter alternatief worden. Veel steden vrezen dat veel bus- en tramlijnen worden geschrapt. Dit kabinet doet te weinig aan het verbeteren van de alternatieven voor het autogebruik.” De afgelopen tien jaar is het hard achteruit gegaan met de beschikbare alternatieven voor de auto. Tien jaar geleden was in 30 procent van de gevallen géén alternatief voor de auto. Dat is nu 40 procent en over tien jaar is dat 50 procent. Het autobezit neemt dus toe en daarmee de afhankelijkheid van olie en dubieuze oliestaten. “Neem bijvoorbeeld de groep oudere alleenstaande vrouwen die in de stad wonen. De buurtsuper is gesloten. Zij kunnen niet zelf naar de winkelcentra buiten de stad. Er rijdt geen bus en zelf hebben ze geen rijbewijs en of auto. Zo’n groep sluit je door dit beleid uit.”

“Het allerbelangrijkste is dat we moeten leren dat mobiliteit niet iets is om na te streven. Onnodige mobiliteit van al die honderdduizenden forenzen moeten we terugdringen. Neem de gemeente Tilburg. Deze stad heeft geen toestemming gegeven voor een ‘megafactory’ buiten de stad. Heel bemoedigend vind ik dat. Bouw op stations naast, of in plaats van al die fastfood-restaurants, ook een stomerij en kinderopvang. Zorg ervoor dat meer mensen flexibel kunnen werken en stimuleer thuiswerken. Waarom werken veel bedrijven, universiteiten en (hoge)scholen nog van negen tot vijf? En waarom kunnen innovatieve koplopers als Interpolis en de Rabobank het wel?”

Uit onderzoek van Achmea blijkt dat als je mensen een keuze geeft: mobiliteitsbudget of een leaseauto, dan willen meer mensen een budget. Ook wil 60 procent van de mensen als het even kan de spits mijden. Groen Links heeft daarom een initiatiefwet in voorbereiding die mensen een keuze geeft bij thuis en flexibel werken. Tot slot schetst ze haar gewenste toekomstbeeld. “De tram is terug in alle provinciesteden. Er zijn fietssnelwegen. De trein rijdt in de Randstad zonder spoorboekje maar gewoon elke tien of vijftien minuten. En auto’s en stadsbussen rijden op elektriciteit.”

Jolande Sap:‘Ons huidige mobiliteitsbeleid maakt ons niet gelukkiger’
Jolande Sap:‘Toekomstige generaties gaan zich afvragen: Waarom hebben onze voorouders al die kostbare olie er zo snel doorheen ‘verbrast’?’

Voetbalfluitjes materiaal

VERDIEPINGSGESPREK OVER INNOVATIE EN ONDERNEMERSCHAP

Dat Nederland geen innovatief kennisland meer zou zijn, daar is staatssecretaris Henk Bleker het helemaal niet mee eens. En Ilja Koppers, slechts vijftien jaar oud, won met haar eigen innovatieve visie op de 3D-printer de 'Jouw 28 prijs'.

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Voetbalfluitjes materiaal

Sprekers

Thomas van Rijckvorsel

Henk Bleker, staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, is niet bang voor een ferm statement. Bijvoorbeeld dat hij het onzin vindt dat de overheid biologisch eten aan zou moeten prijzen; laat biologische boeren zelf maar voor hun zaak opkomen. “Postbus 51 kan geschrapt worden?”, vraagt gespreksleider Wouke van Scherrenburg, die als oud-parlementair journaliste de klappen van de zweep natuurlijk goed kent. “Grotendeels”, antwoordt Bleker.

Henk Bleker pleit voor een open samenleving, met minder regulering, minder bureaucratie en ruimte voor ondernemers. En wat is zijn antwoord op de kritiek dat Nederland als innovatief kennisland langzaam wegzakt naar de middenmoot? De staatssecretaris wijst op de 1,2 miljoen euro die het kabinet uittrekt voor biomedische wetenschappen, de topsector Agrofood en Life Sciences. Thomas van Rijckevorsel, lid van de Raad van Bestuur Eureko/Achmea, stelt daarop dat het veel slimmer zou zijn als de Nederlandse universiteiten niet allemaal hetzelfde pakket aan wetenschappen zouden aanbieden. Ze moeten zich specialiseren, voor een betere concentratie van onderzoeksgeld.

‘Jouw 2028’

Ilja Koppers is compleet overrompeld als ze door jurylid Thomas van Rijckevorsel naar voren wordt geroepen om de hoofdprijs van de ideeënwedstrijd voor jongeren ‘Jouw 2028’ in ontvangst te nemen. De 15-jarige havo-scholier uit Giethoorn kreeg 1500 euro en werd later op de middag persoonlijk voorgesteld aan oud-president Bill Clinton. Daarover zegt ze later: “Dat was echt heel vet.”

Ze mocht een paar minuten praten met de oud-president, onder meer over haar inzending. Ilja: “Het was allemaal superstreng geregeld. Ik was wel zenuwachtig om te spreken met zo’n machtige man, die heel aardig en gewoon overkwam. Ik geloof het nog steeds niet.” Ilja dankt haar prijs aan haar lerares maatschappijleer. Zij inspireerde haar leerlingen om mee te doen aan ‘Jouw 2028’. “Ze doet wel vaker gekke dingen met ons,” aldus Ilja. Ilja maakte een heel goed doordachte reportage waarin oplossingen worden aangedragen voor de problemen die samenhangen met de thema’s van de conventie: solidariteit, pensioen, arbeidsparticipatie, veiligheid, gezondheid en mobiliteit. Ze zegt: “Ik denk dat ik heb gewonnen omdat het een heel breed filmpje was waarin alles met alles samenhangt. Bijvoorbeeld de 3D-printer. Ik had gezien bij De wereld draait door dat je al een voetbalfluitje kunt uitdraaien met een 3D-printer. Niet van papier, maar van voetbalfluitjesmateriaal. Ik dacht als we alles in de toekomst zo kunnen printen, hebben we geen bezorgers meer nodig en dan zijn er mensen over die in de zorg kunnen werken.”

Via de website van de conventie werden jongeren opgeroepen om hun ideeën over de samenleving van 2028 uit te drukken. De vorm waarin dat gebeurde, was vrij. Dat kon een essay zijn, maar ook een filmpje, fotoreportage of een lied. De jury bestond uit Thomas van Rijckevorsel, lid van de raad van bestuur van Achmea, Hugo van den Bos, strategisch directeur van designbureau Koeweiden Postma en journaliste/presentatrice Wouke van Scherrenburg. Zij verklaarde absoluut onder de indruk te zijn van de 248 inzendingen. “Er spreekt ongelofelijk veel optimisme uit.”

De tweede prijs, een cheque van 1000 euro, ging naar Bauke Stelma. Hij schreef een brief aan de toekomst in 2028 met de jarige Bill Clinton als geadresseerde. De derde prijs (500 euro) werd gewonnen door Albert van der Tuin en Ruben Melving, die een lied en een dvd maakten, met als onderwerp hoe de wereld eruit ziet in 2028.

De winnende inzending van Ilja Koppers is te zien op haar Hyves-pagina. Daar staat ook een persoonlijke impressie over haar ontmoeting met Bill Clinton.

Thomas van Rijckevorsel: ‘De jeugd heeft geen last van doemdenken, blijkt uit de inzendingen van Jouw 2028’

Alles draait om vertrouwen

HET NIEUWE WERKEN

Het Nieuwe Werken (HNW) is volgens Paul Bloemen het enige antwoord op onze razendsnel veranderende wereld. We moeten plaats- en tijdsonafhankelijk werken. Nieuwe technieken maken dat ook mogelijk. “Je wordt betaald om wat je kunt; hoe en waar, dat maakt niet uit.” Spannend voor medewerkers én voor leidinggevenden. Maar HNW heeft tijd nodig, want alles draait om vertrouwen.

Lees meer
Verslag

Alles draait om vertrouwen

Sprekers

Paul Bloemen

Vragen, positieve en negatieve ervaringen vliegen over en weer. Is HNW eigenlijk wel zo nieuw? Is het niet gewoon je werkplek thuis inrichten en dus een vorm van kostenbesparing (want dan zijn er minder kantoren nodig)? Het is toch dodelijk voor de creativiteit als je elkaar niet meer ontmoet? En, kan de oude garde er wel mee omgaan; vereist het niet een andere manier van leidinggeven? Durven leidinggevenden hun medewerkers wel te vertrouwen? Paul Bloemen, consultant bij organisatieadviesbureau Riddervis, antwoordt kort en krachtig: “HNW is niet iets nieuws en ook geen thuiswerken, het belemmert de creativiteit niet en verandert de oude garde wel degelijk.”

Het gaat bij HNW niet om technische spulletjes, zoals de iPad en iPhone. Voor Bloemen staat dat op de laatste plaats. Het gaat hem om de razendsnel veranderende wereld. Dat benen we nauwelijks bij. De opkomst van China, de vergrijzing en alle nieuwe ontwikkelingen op ICT-gebied; dit alles maakt dat werken verandert. We gaan steeds meer samen iets creëren in plaats van iets produceren op een kantoor met cellenkamertjes. Het gaat helemaal niet om wel of niet thuiswerken, maar om je baas die je betaalt voor wat je kunt. Wat betekent plaats- en tijdsonafhankelijk werken voor jou? Bedenk zelf of het zinvol is om naar kantoor te rijden en daar in te loggen of dat je dat ergens anders doet. De technologie maakt het mogelijk om overal samen te werken, maar het is een bewuste keuze waar je dat doet. Het biedt je meer vrijheid, maar het vereist ook dat je goed nadenkt. Belemmerend voor de creativiteit is dat juist niet. Je treft elkaar veel makkelijker. Kantoren worden een soort bijenkorven, waar je mensen kunt treffen, maar waar je ook rustig kunt werken op stilteplekken.

De reacties hierop lopen uiteen. Het klinkt mooier dan het is. Mensen hebben behoefte aan een eigen werkplek (met hun eigen spulletjes). Ze komen ook steeds vroeger naar kantoor om snel een plekje in te pikken en de hele dag bezet te houden. Ook hebben leidinggevenden veel moeite om hun medewerkers te vertrouwen; ze willen hen juist kunnen controleren. Bloemen is daar duidelijk over: het kost tijd om de ‘mindset’ van mensen te veranderen. Er zullen steeds meer zzp’ers komen en minder vaste medewerkers. De behoefte aan een vaste werkplek zal dan ook verdwijnen. Leidinggevenden moeten gaan nadenken over hoe ze het beste kunnen omgaan met hun medewerkers. Een kwestie van durven loslaten, duidelijke afspraken maken en vertrouwen hebben. Dat is een echte cultuuromslag. De een kan dat beter dan de ander. Maar het gaat snel. We staan nog maar aan het begin en zie wat er allemaal al veranderd is de afgelopen twintig jaar. HNW betekent vrijheid blijheid, maar de doelen moeten toch worden bereikt. Vraag je af, hoe je dat nou het beste kunt gaan doen.

Paul Bloemen: ‘Kantoren worden een soort bijenkorven, waar je mensen kunt treffen, maar waar je ook rustig kunt werken op stilteplekken.’

In de greep van de vrachtwagen

IN DE GREEP VAN DE VRACHTWAGEN

Er is een schrijnend tekort aan vrachtwagenchauffeurs. In 2015 is dat tekort zelfs opgelopen tot 15.000 chauffeurs. Daarom moeten we jongeren enthousiast maken voor dit beroep. De Vakopleiding Transport & Logistiek (VTL) werkt daar hard aan. Onder meer door jongeren een vakopleiding te bieden.

Lees meer
Verslag

In de greep van de vrachtwagen

Sprekers

Jeroen Meulendijks

Jeroen Meulendijks is directeur van de Vakopleiding Transport & Logistiek (VTL). Hij schetst de problematiek van de transportsector. De economie zit in een stijgende lijn, en de spanning op de arbeidsmarkt neemt toe. Bovendien is de vergrijzing een serieus probleem. Daarom zoekt Meulendijks naar ideeën om meer jongeren enthousiast te krijgen voor het vak van vrachtwagenchauffeur. Het probleem? Uit onderzoek blijkt dat jongeren niet meer zo avontuurlijk zijn ingesteld. Ze zijn honkvast, willen niet van huis. Daarom trekt het transportvak ze niet. Terwijl in de praktijk blijkt dat tweederde van de vrachtwagenchauffeurs alle nachten thuis slaapt!

Hoe zou je jongeren enthousiast kunnen maken voor het beroep van vrachtwagenchauffeur? De aanwezigen zijn het erover eens dat veel met het imago heeft te maken. “Als ik iemand een vrachtwagen bij de Albert Heijn achteruit zie steken, vind ik dat heel dapper”, zegt iemand. “Maar ik baal van vrachtwagenchauffeurs als ik op de radio hoor dat er weer een file is ontstaan door een gekantelde vrachtwagen.” Het imago kan verbeterd worden door te laten zien dat je je boodschappen in de supermarkt alleen kunt kopen dankzij de transportsector, denken de aanwezigen. VTL heeft daarom ook een filmpje voor jongeren gemaakt. Daarin zien ze hoe een popconcert tot stand komt. Zonder transport gaat zo’n concert niet door!

De aanwezigen vinden dat we voor de oplossing van het probleem van een tekort aan vrachtwagenchauffeurs niet alleen naar jongeren moeten kijken. “Om de tekorten op te vangen, kunnen we kunnen ook ouderen langer laten doorwerken”, suggereert een van de aanwezigen. Maar dat is nog niet zo gemakkelijk, weet een ander. “Ik ben met pensioen, en heb vorig jaar mijn vrachtwagenrijbewijs gehaald. Vervolgens heb ik een aantal uitzendbureaus gebeld voor werk, maar ik kom niet aan de bak!”

Gelukkig kijkt ook VTL al verder dan alleen naar jongeren. “We zijn nu in gesprek met Defensie en met TNT”, vertelt Meulendijks. “De komende tijd gaan daar veel banen verdwijnen. We hopen de mensen daar te interesseren voor een functie in de transportsector.”
Jeroen en de meneer die vorig jaar zijn vrachtwagenrijbewijs haalde, wisselen gegevens uit. Misschien rijdt er binnenkort dus een nieuwe vrachtwagenchauffeur rond. En is het tekort aan chauffeurs met één persoon gedaald. Dankzij de Conventie van Achlum!

‘Nee, ik heb geen visitekaartje bij me. Ik kwam vandaag voor m’n plezier!’, aldus een bezoeker die zijn vrachtwagen- rijbewijs haalde.

Bijna-ongelukken

GRIJS IS VEILIG

“Hebben jullie ook wel eens dat het nét goed gaat in het verkeer? Dat je die fietser net niet raakt of dat paaltje alleen schampt? Even poetsen… Zo, niets meer te zien; hoef ik het thuis ook niet te vertellen.” Ja, gniffelen de aanwezigen. Dat hebben ze weleens. “Dat is mooi”, zegt Adriaan Heino, verkeerspsycholoog van Achmea. “Want van die schades kun je het meeste leren. Als je die schades voortaan na afloop analyseert, ga je veiliger rijden.”

Lees meer
Verslag

Bijna-ongelukken

Sprekers

Adriaan Heino

“Ik ga denkbeeldig een ijsberg voor jullie schetsen”, vertelt Heino. “Met een deel bovenwater en een deel eronder. In de bovenste punt van ijsberg zitten de zware ongelukken met dodelijke afloop of zwaar letsel tot gevolg. De laag daaronder zijn de ongevallen met grote materiële schade zonder letsel. De volgende laag zit onder water, dat zijn de kleine schades. De krassen, de deuken.” “De gebruiksschade”, vult een van de aanwezigen aan. “Precies”, zegt Heino. “En dan is er de onderste laag, de schades die eigenlijk geen schade zijn, die je kunt wegpoetsen met je mouw of die je helemaal niet ziet. Ik heb de laatste twee categorieën onder water gezet, omdat de meeste mensen ze snel vergeten. Het zijn de schades zonder gevolgen.”

Tenminste, dat denken we. Maar wat we ons niet realiseren, vertelt Heino, is dat deze schades de kern vormen van verkeersveiligheid. “Deze kleine schades ‘zonder gevolgen’ hebben dezelfde oorzaak als de schades ‘met grote gevolgen’. Bovendien kunnen we van de grote schades dikwijls weinig leren. Ze komen weinig voor en het zit in de aard van de mens dat we niet kunnen terugkijken op een calamiteit en zeggen: “Sorry, ik heb een foutje gemaakt.”

Die mogelijkheid, vertelt Heino, hebben we bij de schades ‘zonder gevolgen’ wel. We maken ze relatief vaak mee en ze zijn minder emotioneel beladen. We zijn beter in staat ons af te vragen: wat ging er nou mis? Heino: “Ik heb een vraag aan degenen die weleens zo’n ongeluk met weinig gevolgen hebben gehad; wat was toen de oorzaak?” “Ik pakte een ijsje voor mijn kind”, biecht een vrouw op. “Ik zocht naar de weg in een vreemde stad”, geeft een man toe. “Precies”, bevestigt Heino. “We letten niet op, we zijn met andere dingen bezig.” “Na het behalen van mijn rijbewijs in 2008”, vertelt een jongeman, “viel me op hoe snel er gewenning kwam in mijn autorijden.” “Je slaat de spijker op zijn kop”, zegt Heino. “Ons brein is zo gemaakt dat als we iets doen wat routine is, onze aandacht afzwakt.”

“En dat gaat meestal goed. De meesten van ons kunnen ‘s avonds als we thuis komen, concluderen dat het goed is gegaan. We denken dat we goed hebben gereden. En als dat vaker gebeurt, gaan we steeds meer geloven in ons goede rijgedrag en gaan we nog meer op routine rijden. We zijn steeds minder alert, zien onze bijna-ongelukken niet eens meer, laat staan dat we ze analyseren. En daar gaan we de mist in”, zegt Heino. “Autorijden is misschien we de moeilijkste cognitieve vaardigheid die je kunt verzinnen. Je rijdt in een ingewikkeld stuk techniek, in een hoge snelheid, in een steeds wisselende omgeving, met onvoorspelbare medeweggebruikers. Je kunt het je maar zelden permitteren om te handelen in een automatisme.”

“Waar het om gaat is dat wij ons bewuster worden van ons automatisme. Dat we beter weten op welke momenten wij moeten schakelen naar ‘bewust rijden’. En om dat bewustzijn te vergroten, is het belangrijk dat we juist wél stilstaan bij de ongelukken ‘zonder gevolgen’. Dat we de bijna-ongelukken beschouwen als dankbare ‘escapes’, waarvan we kunnen leren om ongelukken met een dramatische afloop te voorkomen”, besluit de verkeerspsycholoog.

‘We zien onze bijna-ongelukken niet eens meer. Laat staan dat we ze analyseren’, aldus Adriaan Heino.

Contact

Hebt u vragen over de Conventie van Achlum?
Mail uw vraag naar Achmea200jaar@achmea.nl

U ontvangt zo spoedig mogelijk een antwoord.

Inloggen

Wachtwoord vergeten?