Donkere wolken op komst

COLLEGE, DEMOGRAFIE VAN DE TOEKOMST

De vergrijzing van Nederland is een groot probleem. Maar hoe is deze vergrijzing gekomen? En wat zijn de oplossingen? Op deze vragen geeft Hanna van Solinge, onderzoeker NIDI, antwoord in haar lezing Demografie van de Toekomst. Want er zijn donkere wolken op komst voor de jongeren van nu.

Lees meer
Verslag

Donkere wolken op komst

Sprekers

Hanna van Solinge

In 1970 werd het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) opgericht, met als opdracht het aantal geboorten in Nederland terug te dringen. De angst was dat Nederland binnen enkele jaren zou uitgroeien naar een overbevolkt land met meer dan 21 miljoen inwoners. Binnen een half jaar concludeerde NIDI anders: er komt geen overschot, maar juist een tekort aan geboorten.

Waar in 1950 de leeftijdsopbouw nog een piramidevorm had; er waren meer jongeren dan ouderen – en dat liep heel geleidelijk af. In 2030 is deze piramidevorm helemaal verdwenen, het zwaartepunt ligt nu juist in de top. Dit heeft te maken met de babyboomgeneratie van vlak na de oorlog en het intrede van de anticonceptiepil in de jaren ‘70. Dit levert problemen op: in de toekomst gaat een relatief kleine beroepsbevolking zorgen voor een grotere groep ouderen.

De oplossingen. “Het is een illusie om te denken dat de kosten voor de gezondheidszorg zullen afnemen, onderzoek laat zien dat het waarschijnlijk duurder gaat worden”, zegt Van Solinge. “Wel is het mogelijk om de kosten beter te verdelen. Bijvoorbeeld door middel van een verhoogd eigen risico.” Maar het is onvermijdelijk dat er meer geld moet binnenkomen aan de arbeidskant. “Meer mensen moeten werken en mensen moeten langer doorwerken.” Volgens berekeningen van NIDI is het noodzakelijk om de beroepsbevolking in de toekomst tot hun 70ste door te laten werken. “Wellicht niet fulltime”, zegt ze, "maar langer werken moet zeker. In de politiek dringt dit maar langzaam door. Het is toch een beetje pappen en nat houden, maar als er nu niks gebeurt komen er vele grotere problemen over 20 jaar”.

Als je het zo bekijkt, zou de overheid zoiets als het roken dan juist niet stimuleren? Van Solinge: “Als je puur naar de cijfers kijkt, ja. De bevolking wordt ouder sinds het minder is gaan roken. Hetzelfde zie je in Rusland waarin drankgebruik niet wordt ontmoedigd. Daar is ook geen of minder vergrijzing. Maar dan is de vraag, wil je een maatschappij waar iedereen de hele dag bezopen en paffend op straat rondloopt?”

Hanna van Solinge: 'Zoals het Klein Orkest al zei: ‘Later is al lang begonnen.’ Dat zien wij ook, de bevolkings-structuur voor later is al lang begonnen.'

Hoe houden we het pensioenstelsel in stand?

DEBAT, MAATSCHAPPELIJKE MONITOR PENSIOEN

In de komende vijf jaar groeit het aantal 65-plussers met 400.000. Het huidige pensioenstelsel komt verder onder druk te staan. Zestig procent van de 50-plussers meent dat jongeren de pensioenen van ouderen moeten betalen, van de 18-35 jarigen maar dertig procent. Houden we het stelsel in stand, en hoe dan? En hoe lossen we het generatieconflict op nu voor een groter deel van de samenleving het pensioen verandert van een droom in een nachtmerrie?

Lees meer
Verslag

Hoe houden we het pensioenstelsel in stand?

Sprekers

Barbara BaarsmaGerry DietvorstErik Lutjens

Gerry Dietvorst, hoogleraar Toekomstverkenningen, schetst nog even het probleem. In de tijd dat zijn schoonmoeder met pensioen ging, kreeg ze omgerekend € 300, dat werd opgebracht door zes jongeren, nu is het € 9.000 en 4,5 jongere, en over een paar jaar is die verhouding 2 of 2,5 staat tot 1. En besloeg het aantal pensioenjaren in de jaren zestig een kwart van ons volwassen leven, tegenwoordig is dat een derde.

Dat mensen na hun 65ste nog moeten, maar ook moeten kúnnen werken, daar is iedereen het wel over eens. Barbara Baarsma, directeur van SEO: “Er is nu leiderschap nodig. De leeftijd moet rap omhoog.” Erik Lutjens, hoogleraar Pensioenrecht, meent dat 65-plussers aantrekkelijk zijn, omdat ze in lagere belastingschalen vallen. Dat dienstbetrekkingen bij 65 jaar eindigen, is juridisch wel een probleem, vindt hij, dat automatisme moet eruit. Barbara Baarsma, directeur van SEO, is het daar niet mee eens. Ze ziet het juist als een voordeel, omdat er dan opnieuw onderhandeld moet worden. Het merkwaardige automatisme dat ouderen steeds maar meer gaan verdienen, is er dan af.

Een heet hangijzer blijkt de solidariteit tussen de generaties. Het probleem bij de volgende generaties leggen is niet de oplossing. Maar wat dan wel? Omdat jongeren nu afhankelijk zijn van die veel grotere massa ouderen, stelt Baarsma solidariteit voor per generatie, niet tussen generaties. “Grote getallen winnen het altijd.” Ze geeft jongeren nu geen ongelijk dat ze zelfstandig hun pensioen regelen in de derde pijler. Ze moeten al langer doorwerken en door grote tekorten bij ondernemingsfondsen (pijler 2) beginnen ze daar met een negatief saldo. Om die reden worden ook veel jongeren zzp’er.

Gerry Dietvorst, hoogleraar Toekomstverkenningen, wil toch een lans breken voor het drie pijlersysteem. “We hebben problemen, maar toch ook nog een internationaal een stelsel dat gewaardeerd wordt.” Dietvorst wijdt veel problemen aan een oud wetsvoorstel van Lubbers wat lang boven de markt heeft gehangen. Tot twee jaar geleden was er de dreiging dat overschotten van pensioenfondsen afgeroomd zouden worden via de vennootschapsbelasting. Pensioenfondsen zeiden tegen werkgevers: “u hoeft een jaartje geen premie te betalen” en gingen zelfs terugstorten. Toen de crisis kwam, bleek dat te voorbarig te zijn geweest.

Over hoe de crisis in pensioenenland moet worden opgelost – wie wat regelt, en wie solidair is met wie – komt geen consensus, maar dat het eerlijker, eenvoudiger en transparanter moet, daar is iedereen het over eens. Je kunt pas een goede, brede maatschappelijke discussie voeren als iedereen begrijpt wat hij betaalt en voor wie.

'65-plussers zijn aantrekkelijk omdat ze in lagere belastingschalen vallen', Erik Lutjens.
‘We hebben iedereen nodig om het werk te kunnen doen’, Gerry Dietvorst.
‘Je moet eerlijk zijn over onzekerheid van pensioen, dan maak je mensen weerbaarder’, Barbara Baarsma.

Geld genoeg voor de oude dag?

LEZING OVER PENSIOENEN

Pensioenen gaan iedereen aan. Voor de meeste Nederlanders is het een grote vraag hoeveel pensioen ze later krijgen. Maar liefst 70 procent kent zijn pensioenregeling niet volgens Sybrand van Haersma Buma. Hij is fractievoorzitter Tweede Kamer voor het CDA. Verzekeraars moeten daarom transparant zijn over wat mensen kunnen verwachten.

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Geld genoeg voor de oude dag?

Sprekers

S. van Haersma Buma

De zekerheid dat je altijd een goed pensioen hebt als je 65 bent, is weg. Dat komt door de financiële crisis, door verandering van werkgevers, door de mondiale samenleving, verklaart Van Haersma Buma. Werkgevers en werknemers moeten weten hoe ze hiermee om kunnen gaan. Daarom moeten pensioenfondsen duidelijk en eerlijk zijn over wat mensen staat te wachten. Een deel van de Nederlanders redt het wel, verwacht de politicus. Maar het is de vraag wie zijn weg vindt in de samenleving en wie niet. Niet iedereen kan immers een bedrijf beginnen als hij 60 jaar is. En hoe goed is de pensioenverzekering van de freelancefotograaf? En denken de modellen in reclamecommercials wel aan hun pensioen?

Tegenwoordig denken ook veel mensen denken dat hun pensioen goed geregeld is, maar dat is vaak niet het geval. Wat zegt het dan over het vertrouwen in je verzekeraar als je pensioen sterk verlaagd is op het moment dat je 65 bent? Het vertrouwen in instanties, zoals overheid, politiek en verzekeringsmaatschappijen neeemt af. Daarom moeten we als instantie naast mensen gaan staan om het vertrouwen terug te winnen, vindt hij. “Elkaar vinden is belangrijk. Pensioenen gaan over geld en over vertrouwen. Krijg je wat je kon verwachten? Mensen willen weten waar ze aan toe zijn.”

De samenleving versnippert, vooral in grote steden is dat merkbaar. Niet alleen in Nederland, maar ook in arme landen zoals Senegal. In arme landen zien ouderen de meeste jongeren naar de steden vertrekken en daarmee ook hun pensioenvoorziening. Wie zorgt er nog voor hen? Zo kampen we mondiaal op een andere manier met dezelfde problemen. Daarom pleit Van Haersma Buma om weer een gemeenschap te worden. “Stel jezelf de vraag: hoe zorg ik dat ik in een wereld leef waar mensen elkaar kennen”, adviseert hij tot slot.

'Hoe zorg ik dat ik in een wereld leef waar mensen elkaar kennen', zegt Sybrand van Haersma Buma.

Herkenbare Friese verhalen

INTERVIEW, HET WREDE PARADIJS

De Friese schrijver Hylke Speerstra is één van de meest gelezen Friese auteurs. In zijn werk komt zijn Friese achtergrond naar voren. ‘Het Wrede Paradijs’, of zoals een van de toehoorders het mooi vertaald als ‘It Wrede Paradys’, gaat over Friese emigranten.

Lees meer
Verslag

Herkenbare Friese verhalen

Sprekers

Hylke Speerstra

Speerstra beschrijft de verschillende verhalen van de naoorlogse landverlaters. Hoe ze uit Friesland vertrokken om zich elders op de wereld te vestigen. Het afscheid van de familie, de overtocht naar de andere kant van de wereld opzoek naar een plek om te wonen in een land dat je niet kent.Vaak nauwelijks voorbereid ontvluchten de mensen het Friese platteland op zoek naar betere omstandigheden. In het boek gaat hij in op de herinneringen en de heimwee die de emigranten hebben naar hun oude vertrouwde Friesland.

Wanneer hij de verhalen uit het boek beschrijft lijkt het alsof Speerstra weer teruggaat naar het moment waarop hij ze te horen krijgt. “Het waren vooral boeren- en schipperskinderen die hier geen werk konden vinden en vanuit onrust wegtrokken. Ik heb met vele mensen gesproken zoals de familie Feenstra die in de jaren vijftig door de landbouwcrisis wegtrok. Maar ook emigranten die gedesillusioneerd terugkwamen. Ik heb zestig Friezen in Vancouver gesproken die zich nog echt Fries voelen. Toen ik daar het Friese volkslied hoorde dacht ik wel, wat een raar volk, daar hoor ik bij.” Hij beschrijft de haat-liefde verhouding die de mensen hebben met het noordelijke platteland. De anekdotes nemen je mee naar de tijd waarin de verhalen zich afspelen. De Friese uitdrukkingen die tussendoor langskomen, dragen daaraan bij en brengen de mensen die het verstaan aan het lachen. De nostalgie is in de zaal te voelen wanneer de verhalen over Sinterklaas, de windmolens en over Sietske en Siem naar voren komen.

Voor het voornamelijk oudere en trotse Friese publiek zijn de situaties herkenbaar. Maar ook de jongeren in de zaal zijn onder de indruk. “Mijn vader zij dat ik beslist naar deze lezing moest gaan en hij had gelijk. Ik ga het boek zeker lezen!”, aldus een jonge Friezin.

‘Toen ik daar het Friese volkslied hoorde dacht ik wel, wat een raar volk, daar hoor ik bij,’ aldus Hylke Speerstra.

Samen voor ons allen

DEBAT, GRENZELOZE ZORG

Mensen maken zich terecht zorgen over het handhaven van een betaalbare hulp aan ouderen. Tegelijkertijd is er optimisme dat het goed komt. Met als motto een uitspraak van commissaris van de koningin in Friesland John Jorritsma: ‘Samen voor ons allen’, die ten grondslag ligt aan mooie nieuwe initiatieven.

Lees meer
Verslag

Samen voor ons allen

Sprekers

Guus BannenbergMartin BuijsenJohn Jorritsma

Een filmpje over een moeder die in een huisje in de tuin van haar dochter woont, blijkt een mooi uitgangspunt voor een publiekelijk debat over de zorg voor ouderen. De deelnemers zijn hoogleraar recht en gezondheidszorg Martin Buijsen, bestuurder van een woon/zorgorganisatie in Zwijndrecht Guus Bannenberg, wethouder uit Zeist Bodes de Vries en commissaris van de koningin in Friesland John Jorritsma.

Zij beamen dat er grote problemen in de zorg zijn. De vergrijzing neemt toe en daarmee ook de kosten van de zorg aan ouderen. Tegelijkertijd is er te weinig personeel in de zorg, omdat er te veel van de mensen gevraagd wordt en hun werk te weinig wordt gewaardeerd. Bezuinigingen en reorganisaties zijn hier debet aan. Hieraan ten grondslag ligt marktwerking, dat voor- en nadelen heeft en tot ‘Amerikaanse’ toestanden kan leiden.
Tegelijkertijd is de conclusie gerechtvaardigd dat er veel initiatieven zijn ter verbetering. Een voorbeeld: woonzorginstellingen zijn niet langer ziekenhuisachtige instanties met lange gangen, maar eenheden voor kleinschalig wonen met bewoners, die veel dingen zelf doen, bijvoorbeeld koffie zetten, eten koken en huur betalen. Bijkomend voordeel is dat de kosten lager zijn.

Als een paal boven water staat dat ouderen niet als een zielige en zieke groep moeten worden afgeschilderd, die niets kunnen. Met dat als uitgangspunt levert het creëren van netwerken – samen met professionele helpers en mantelzorgers – een mooie bijdrage aan het verbeteren van de zorg. Hierbij gaat het ook om digitale netwerken via welke ouderen vragen kunnen stellen en contacten leggen. Voorbeelden hiervan zijn boeken bestellen bij de bibliotheek en medicijnen bij de apotheek. Mensen die moeite hebben met deze moderne media, kunnen de hulp van jongeren inroepen.

John Jorritsma, commissaris van de koningin in Friesland, bedenkt in dit verband de toepasselijke term ‘achlumisering’, als tegenwicht tegen de verdergaande individualisering. Jorritsma: “Van Kooten en De Bie lanceerden ooit: ‘Samen voor ons eigen’. Mijn variant hierop is: samen voor ons allen. Met elkaar zijn we verantwoordelijk voor de hulp aan ouderen. Immers, met elkaar vormen we de samenleving. Dit zou je achlumisering kunnen noemen.”

‘De gezondheidszorg is niet sexy met al die lange ziekenhuisgangen.’

Sparen voor later

VERDIEPINGSGESPREK, JONGEREN OVER HUN OUDE DAG

“Misschien ben ik op mijn 72ste wel te oud om dit gesprek te leiden.” Gespreksleider Wibo van de Linde krabt zich even achter de oren, bij aanvang het verdiepingsgesprek ‘Jongeren over hun oude dag’. Het woord is aan de jeugd: Jesse Klaver (Tweede Kamerlid Groen links), Jamila Aanzi (oud-vicevoorzitter FNV Jong), Aart van Veller (‘groen’ adviesbureau Wij zijn koel) en Sywert van Lienden (journalist) over de pensioenen.

Lees meer
Verslag

Sparen voor later

Sprekers

Jesse KlaverJamila AanziSywert van LiendenAart van Veller

“Zijn jullie persoonlijk al met jullie pensioen bezig?” De eerste en direct ook de confronterendste vraag. Aanzi is de enige die instemmend antwoordt. “Ik ben nu 29 en ik heb al drie verschillende potjes, dus dat belooft wat voor als ik 65 ben.” Van Veller gelooft niet in de traditionele pensioensopbouw. “De grens tussen werk en privéleven wordt steeds kleiner. Dat maatk dat ik niet het idee heb dat ik naar een pensioen aan het werken ben.” Klaver vindt het zelfs ongezond om nu al over zijn pensioen na te denken. Van Lienden bouwt op dit moment als zzp’er niks op. “Het is me nu veel te duur om voor mijn pensioen te sparen.”

En toch pleit Aanzi voor meer betrokkenheid van jongeren bij hun pensioen. “Als je pas van ‘waardeoverdracht’ hoort als je van baan wisselt, ben je te laat. Het moet meer aandacht krijgen in ons onderwijssysteem.” Alle vier voelen ze de drang om het huidige pensioenstelsel te veranderen. Ook al wordt er in de politiek steeds gerefereerd aan hoe goed het in Nederland gaat ten opzichte van andere landen: het kan beter. “Het pensioenstelsel is de afgelopen jaren niet met zijn tijd meegegaan,” zegt Klaver. “De elite die op dit moment de dienst uitmaken hebben geen behoefte aan verandering.”
Op bijvoorbeeld de zelfstandigen, een groep die sterk groeit, zijn de traditionele pensioenfondsen niet ingericht. Er wordt nog steeds in de traditionele werkgevers/werknemers-verdeling gedacht.

De wil om te veranderen en om samen te werken onder de jongere generatie is er. Van Veller: “Zonder de negatieve insteek van dat alles fout is, maar juist door te kijken wat er beter kan.” Zo zouden pensioenfondsen transparanter moeten worden en investeren in duurzame projecten. “Hallo, je hebt 800 miljard tot je beschikking! Daar kun je de wereld mee veranderen. Als de fondsen daar zelf niet op inzetten, moeten we als Tweede Kamer met wetten komen.”

Jesse Klaver: 'De overheid en het onderwijs lijken ver van ons af te staan. Maar het is van ons!'
Jamila Aanzi: 'We willen in deze individuele samenleving ‘bij een groep horen’ weer leuk maken.'

Naastenhulp

VERDIEPINGSGESPREK ZORG, WONEN EN PENSIOENEN

De verwachting is dat er 1,7 miljoen 65-plussers bij komen in de komende jaren. Dat betekent een enorme groei van de zorgvraag en dat we meer moeten inzetten op hulp van de mensen om ons heen. Fractievoorzitter van het CDA Sybrand van Haersma Buma, Henk Jagersma, directievoorzitter Syntrus Achmea Vastgoed en Martin van Rijn, voorzitter Raad van Bestuur PGGM over zorg, wonen en pensioenen.

Lees meer
Verslag

Naastenhulp

Sprekers

Martin van RijnS. van Haersma BumaHenk Jagersma

Een vraag uit het publiek: “Hoe kunnen mensen rekenen op de hulp van naasten die 40 uur per week werken?”. Van Haersma Buma: “We lijken tegenwoordig veel tijd te hebben voor leuke dingen. We doen van alles en reizen de wereld over. Ik zou zeggen: minder tijd steken in vrijetijdsbesteding. Vroeger werkten de mensen ook minimaal 40 uur en verleenden mantelzorg, waarom nu niet meer? Eigen verantwoordelijkheid in de breedste zin is hier belangrijk.”

Jagersma praat over een vastgoedtekort dat over een aantal jaren gaat spelen, maar waar nu nog niet voor gebouwd wordt. “Er is nu al een achterstand in vastgoed die ingehaald moet worden. Er is bijvoorbeeld behoefte aan een bepaald soort verzorgingstehuis dat er nu nog niet is. Andere woonvormen kunnen bijvoorbeeld faciliteren in de combinatie van zelfstandigheid en zorg in één pand. Dat is nu nog alleen beschikbaar voor de mensen die dit kunnen betalen.”

Volgens Jagersma kunnen gepensioneerden ook zelf zoeken naar de oplossing voor het arbeidskrachttekort. “Gepensioneerden kunnen een belangrijke rol spelen binnen het arbeidstekort. Veel gepensioneerden zijn bereid na het pensioen bezig te blijven, maar weten vaak niet hoe. Er zijn nu bijvoorbeeld te weinig woonvormen die de gemeenschapszin faciliteren. Flats zijn ingericht op individualiteit, je komt elkaar niet meer tegen. Nieuwe woonvormen kunnen de zorg ontlasten en mensen wijzen op de eigen verantwoordelijkheid.

Als de gespreksleider aan elk van de sprekers vraagt hoe zij in het kort denken het tekort op de arbeidsmarkt te ondervangen, antwoorden zij: Jagersma: “Langer doorwerken en arbeidsmigratie.” Van Rijn: “Investeren in techniek, inzet ouderen en arbeidsmigratie.” Van Haersma Buma: “Langer doorwerken.” Arbeidsmigratie is wat hem betreft een keuze die weer andere vraagstukken oplevert en is daarom voor hem geen geschikte optie.

In drie kwartier de drie pijlers zorg, wonen en pensioenen bespreken én discussiëren over een integrale oplossing is nagenoeg onmogelijk. Daarnaast levert de discussie juist meer vragen op. Het aanpassen van de ene pijler heeft direct gevolgen voor een van de andere pijlers. De vooruitzichten benoemen en het bespreken is een eerste stap. Vervolgens het een en ander in werking zetten is de volgende.

Sybrand van Haersma Buma: 'Vroeger werkten de mensen ook minimaal 40 uur en verleenden ze mantelzorg, waarom nu niet meer?'

Discussie over pensioenen nog niet voorbij

DEBAT, POLITICI OVER HUN PENSIOEN

Een blik op de toekomst. Hoe kunnen we onze pensioenen in de toekomst regelen? Jesse Klaver (GroenLinks), Pieter Omzigt (CDA) en Ed Groot (PvdA) gaan het debat met elkaar en met de verrassend deskundige zaal aan.

Lees meer
Verslag

Discussie over pensioenen nog niet voorbij

Sprekers

Jesse KlaverPieter OmtzigtEd Groot

Pensioen en de fondsen die ze beheren zijn de afgelopen jaren voldoende in het nieuws geweest. Toch is er nog geen echte oplossing gevonden voor de problemen die de we hebben met ons toekomstige inkomen. Door de vergrijzing, de financiële crisis en de woekerpolissen is de onzekerheid op de pensioenmarkt toegenomen. Het gesprek komt al snel op de rol van de zzp’ers in het hele verhaal. Waarom is het voor hen zo lastig om zich aan te sluiten bij een pensioenfonds en hoe kunnen zij zorgen voor inkomen na pensionering? Het aantal zzp’ers wordt immers steeds groter, waarbij vooral de politieke regelingen het voor hen lastig maken om zich ergens te verenigen. Het is dan ook zowel de rol van de zzp’ers als de overheid en de pensioenfondsen om een oplossing te vinden, zodat ook deze groep ruimte krijgt bij de fondsen.

De rol van de vakbewegingen en de mogelijkheden voor verzekeraars komen ook aan bod. Maar de conclusie is toch wel dat het vooral draait om macht, mentaliteit en solidariteit. “Jongeren moeten het gat opvullen van wat de ouderen te weinig hebben betaald. Er wordt te weinig naar ze geluisterd en daarmee dreigen de fondsen de verbinding met ons te verliezen,” aldus een jonge zzp’er. “Ook met het Pensioenakkoord dat nu in de maak is, wordt dit niet opgelost.”

Aan het einde van de bijeenkomst komt de indexering van de fondsen ter sprake. Mensen gaan er vanuit dat een fonds moet indexeren, omdat dit lange tijd zo geweest is. Ze zien het als recht dat nooit officieel verleend is. Als gevolg van de economische crisis is de zekerheid van een bepaald eindbedrag minder zeker geworden. “Enige mate van onzekerheid moeten we accepteren als het gaat om pensioen. Maar de risico’s moeten op de juiste plek worden gelegd. Als je minder spaart, houdt dat automatisch in dat je ook minder te besteden hebt, risico’s moet je hierin meenemen”, wordt er vanuit de zaal toegevoegd.

Een 78-jarige chef in een ijzervlecht fabriek heeft de eer om de slotconclusie te formuleren: “Volgens mij moeten we ons allemaal wat minder druk maken. Mensen die goed verdienen kunnen wat geld opzij zetten. Ik heb het altijd goed kunnen redden, maar ook op de momenten dat het wat minder gaat, red ik het wel. Dan drink ik maar een kopje koffie minder, zo erg is dat toch niet.”

We moeten af van het Zwitserlevengevoel

PENSIOEN EHBO

Gerrie Dietvorst is hoogleraar Toekomstverkenningen aan de universiteit van Tilburg. Daarnaast werkt hij bij Achmea. Na een informatieavond die de universiteit samen met het Brabants Dagblad organiseerde over pensioenen, ontstond het idee om 'Pensioen-EHBO' te organiseren. Gerries studenten houden samen met pensioenprofessionals een spreekuur waar mensen met hun pensioenvragen terecht kunnen.

Lees meer
Verslag

We moeten af van het Zwitserlevengevoel

Sprekers

Gerry Dietvorst

“We willen het pensioen zo dicht mogelijk naar de mensen brengen. We krijgen er allemaal immers een keer mee te maken, en niet alleen met je eigen pensioen, maar ook met je partnerpensioen”, begint Dietvorst de bijeenkomst. De Pensioen EHBO-dag wordt één keer per jaar georganiseerd. Je moet je van tevoren opgeven en krijgt een afspraak. Je neemt al je pensioengerelateerde spullen mee en in een gesprek van een uur krijg je een analyse van hoe je ervoor staat. “Je staat ervan verbaasd waar mensen mee aankomen”, zegt Dietvorst. “Een mapje met daarin allerlei losse documenten, waarvan ze zelf eigenlijk niet precies de betekenis begrijpen. Wij zetten de zaken op een rijtje en kunnen uitrekenen hoe de pensioenvlag ervoor staat.”

Pensioenen worden steeds onzekerder, het is geen onvoorwaardelijk recht. De grote uitdaging waar we met z’n alleen nu voor staan is het feit dat de pensioenleeftijd omhoog gaat. En wat gebeurt er dan met wat we al die jaren hebben opgebouwd? Wat doen we met de bestaande rechten? Er kan in de jaren tot je pensioengerechtigd bent, van alles veranderen. Het politieke klimaat, een kredietcrisis… zaken die niemand kan voorspellen. Het grootste risico is gek genoeg de hoge leeftijdsverwachting. Die is in 2001 enorm omhoog geschoten. En hoe dat komt? Door de grotere investeringen in de gezondheidszorg.

Naast verschuivingen in de landelijke politiek of andere situaties, zijn er ook nog gebeurtenissen in ieders leven die invloed kunnen hebben op het pensioen. Denk aan een scheiding of plotseling overlijden. Maar dat zijn tegelijkertijd zaken die je niet kunt voorzien. “Gelukkig niet, maar juist omdat die dingen kunnen gebeuren, is het verstandig om je pensioen om de twee à drie jaar eens even onder de loep te nemen. Om te kijken of alles nog aansluit op je persoonlijke omstandigheden. Er zijn in Nederland ongeveer 3500 onafhankelijke financiële planners, die kunnen je daarbij helpen.”

Sinds begin van dit jaar kan iedereen zijn eigen Uniform Pensioen Overzicht (UPO) inkijken. Je logt in met je digiD. “Dat is een eerste stap in de goede richting”, vindt Dietvorst. “Je kunt gewoon via www.mijnpensioen.nl zien hoe jouw pensioen er op basis van de huidige situatie uitziet. Eigenlijk wil je alleen maar weten: hoeveel krijg ik en wanneer krijg ik het. Zo simpel zou het moeten zijn. Binnen de Europese commissie gaan al geluiden rond dat iedere Europese burger een dergelijk pensioenoverzicht zou moeten kunnen krijgen. Maar zover is het nog niet.”

Volgens Dietvorst is het de moeite waard je te verdiepen in je pensioen: “Veel mensen realiseren zich niet hoe belangrijk het is om te sparen voor later. 33 Procent van je volwassen leven bestaat uit pensioenjaren! En er is meer mogelijk dan je misschien denkt. Je de kunt de uitkering flexibel laten doen, bijvoorbeeld de eerste tien jaar vanaf je pensioenleeftijd meer geld en latere jaren, als je weer een stuk ouder bent en een ander uitgavenpatroon hebt, een lagere uitkering. We moeten af van het Zwitserlevengevoel. Dat is zo langzamerhand achterhaald.”

Gerrie Dietvorst: 'Veel mensen realiseren zich niet hoe belangrijk het is om te sparen voor later.'

Het thuis van de toekomst groeit mee

HET NIEUWE WONEN VOOR NIEUWE SENIOREN

In 2040 is ‘de grijze tsunami’ een feit: 40 procent van de Nederlandse bevolking is dan met pensioen. Nog een cijfer: anno 2011 woont 90 procent van de 75-plussers thuis en is niet van plan het bejaardentehuis in te gaan. Een trend die niet om te buigen lijkt. Peter Boerenfijn, directeur van woningcorporatie Habion: “We moeten nadenken over nieuwe woonvormen voor de ouderen van nu en straks; voor jou en voor mij dus.”

Lees meer
Verslag

Het thuis van de toekomst groeit mee

Sprekers

Peter Boerenfijn

Boerenfijn: “Toen mijn opa zestig werd – ik spreek over eind jaren zestig – schreef hij zich in voor het bejaardentehuis. Vijf jaar later was het zover. Hij heeft er nog twintig jaar gelukkig gewoond. Op z’n kamer van vier bij vijf, zoals destijds de norm was. Maar volledig verzorgd. Logisch; het was immers een verworven recht. Toen mijn moeder de pensioengerechtigde leeftijd bereikte zei ze: wat er ook gebeurt, nooit het bejaardentehuis in! Dat was twintig jaar en een drastische omslag in denken later. En inmiddels zien we dat 90 procent van onze ouderen thuis woont. Het grootste deel van de overige 10 procent woont in een verzorgings- of verpleeghuis. De gemiddelde verblijfsduur daar is 2, 3 jaar. Dat zegt wel iets: je gaat pas als het echt niet anders kan. Meestal hebben we het dan over dementie.”
Op basis van deze gegevens voorspelt Boerefijn dat het bejaardentehuis zoals we dat nu nog kennen, over tien jaar verleden tijd is. “Maar ouderen hebben andere woonwensen- en noden dan jonge mensen. Onze droom is het bouwen van woningen die transformeren van ‘gewone’ woning tot zorgwoningen tot verpleegwoning.”

Bij nieuwe vormen van woningen passen volgens Habion ook nieuwe vormen van leefgemeenschappen. Boerenfijn: “Vitale leefgemeenschappen waarin men elkaar helpt. Vitaal betekent ook gemengd: jong en oud door elkaar. We zien dat er steeds minder geld is voor zorg; het geld dat er is gaat naar de zwaardere doelgroepen, zoals dementerenden. De samenhang is zo langzamerhand uit de samenleving wegbezuinigd. Ook eenzaamheid is een groot probleem. We moeten het dus met en voor elkaar doen. Let wel: één op je vier buren is straks 65-plus, dus is het een kwestie van beschaving dat we hier wat mee willen doen. Wij willen dat faciliteren met passende woningen in een passende woonomgeving.”

Het gesprek krijgt een onverwachte wending als een vitale zeventiger – “ik ben van plan 93 te worden” – het over een geheel andere boeg gooit. “We worden steeds ouder en komen voor andere keuzes te staan. Keuzes maken heeft te maken met het recht op zelfbeschikking. Als ik straks niet meer voor mezelf kan zorgen, kan ik een jonge vriendin nemen of eruit stappen. Ik hoef de samenleving niet tot last te zijn.” Boerenfijn: “Dit soort overwegingen hoor ik vaker, maar als het eenmaal zover is, zijn er niet zoveel mensen die de stap zetten. De trend is overigens ook dat je zelf voor je eigen zorg moet gaan betalen. Maar dat is een discussie op zichzelf. Ons aandeel in de toekomst is het bouwen van woningen waarin mensen een leven lang thuis zijn.”


‘Ouderen willen hun eigen paleisje. Wij kunnen dat bouwen. Maar het thuisgevoel, daar moet de samenleving, jij en ik, samen voor zorgen.’
'Dorpen lopen leeg. Kunnen we alle voorzieningen wel in stand houden? Heeft elke kern recht op een eigen woonvoorziening voor ouderen?'

A la carte binnen 15 minuten aan het bed

DRIESTERRENMAALTIJD IN HET BEJAARDENTEHUIS

Champions league-koken voor ziekenhuizen en zorginstellingen. Driesterrenmaaltijden voor oudere mensen. Pascal Jalhay heeft er een taak van gemaakt om ook op die plekken, juist op die plekken, mensen zich weer gast te laten voelen. “O, dat is een gekonfijt truffelaardappeltje.”

Lees meer
Verslag

A la carte binnen 15 minuten aan het bed

Sprekers

Pascal Jalhay

Pascal Jalhay staat achter het aanrecht in de voormalige gereformeerd kerk aan de Monnikkenweg in Achlum. Een gehoor van een man of dertig om hem hen, meer past er ook niet in de keuken. En de manier waarop hij praat over ‘bamboepijpjes met een crème van asperges’ of over een ‘rollade van de middenrifjes van de blaarkop, boterzacht...’ verraadt dat hier een topkok aan het werk is. En zo is het precies.

Twee Michelinsterren hingen er boven restaurant Vermeer in Amsterdam waar hij in de keuken stond. Maar drie jaar geleden zette Pascal Jalhay een stap die iedereen verbaasde, hij ging als productontwikkelaar aan de gang bij cateringgigant Marfo (Martinair Food). Een bedrijf dat, inderdaad, maaltijden levert aan vliegtuigen, maar voor veertig procent ook aan ziekenhuizen en zorginstellingen. En aan gedetineerden. Hij zal het grapje vaker hebben gemaakt: “Veel gasten die ik in Vermeer had zijn inmiddels opgepakt... Daar kook ik nu wéér voor.”

Pascal Jalhay zei de verfijnde keuken vaarwel, kun je denken. Maar zeg het niet hardop. Want dat is precies zijn missie: patiënten en oudere mensen zich weer gást laten voelen. “Als ik na een heupoperatie in een ziekenhuis ontwaak uit de narcose, dan heb ik trek in....” Hij kijkt even rond. “Een rijsttafeltje of zo. Toch niet in een zoutarme hap. Je lígt er al niet voor je plezier. Nee, à la carte – binnen 15 minuten aan het bed. En dan hoeft het bezoek ook geen afscheid te nemen, dan wil het bezoek mee-eten. Dat kan ook al in enkele ziekenhuizen.”

Een range van zo’n 120 maaltijden voor ziekenhuizen, zo’n 160 voor zorginstellingen. De keus bij van Marfo is groot. Intussen delen zijn koks langwerpige schaaltjes uit met een ‘moestuintje’: biologische producten, stréékproducten, met zorg uitgezocht. “Wat was dat paarse?” vraagt een jongen met een bolle wang. “Een truffelaardappeltje, meneer. Gekonfijt.”
“Hmmm”, komt er terug.

In ouderenzorg is eten heel belangrijk, dat is niets nieuws. “Veel mensen zitten daar maar de hele dag. Die kijken naar dat moment uit. Het is toch heerlijk om die te verwennen?” zegt Jalhay. “Lekker eten, en ook met dingetjes tussendoor. Ik werk aan een amuseconcept. Als je trek hebt midden op de dag, moet je toch even een linzenschoteltje uit de koelkast kunnen halen?”
“Nou, neem mijn eigen vader”, zegt een vrouw met zomersproeten. “Die maak je toch het gelukkigst met een herkenbare stamppot en een te lang doorgesudderd lapje. Niet met een linzenschotel.” “Het is ook hoe je het bréngt”, zegt Pascal. “Als we iets Noord-Afrikaans op de kaart zetten noemen we dat geen ‘tajine met couscous’, laat staan een ‘Marokkaanse stoofschotel’. We noemen dat ‘een zomerse stoofpotje’. Met precies dezelfde ingrediënten: amandeltjes, koriander... Die maaltijd loopt als een trein.”

Om hem heen wordt weer even stil gesmikkeld. Een oudere dame kijkt over haar bril op haar bordje en prikt er een schijf komkommer vanaf. “Vroeger kookte u in een toprestaurant, krijgt u nu nog wel genoeg complimentjes?”, vraagt ze bezorgd. “Die bereiken me wel”, zegt Jalhay en hij lacht. “Maar het mooiste compliment kreeg ik een jaar of twee geleden, gewoon thuis, achter het fornuis. Mijn zoontje klemde zich vast aan mijn been en zei: ‘Pappa, jij wordt later vast nog eens een heel goeie kok.’”

Mijn zoontje zei: ‘Pappa, jij wordt later vast nog eens een heel goeie kok.’
'Als we iets Noord-Afrikaans op de kaart zetten noemen we dat geen ‘tajine met couscous’ maar ‘een zomerse stoofpotje', zegt Pascal Jalhay.

Doorwerken tot je 67ste?

IN GESPREK MET BAS JACOBS

Bas Jacobs (hoogleraar Economie en Overheidsfinanciën) ging met de diverse aanwezigen in gesprek over doorwerken tot je 67ste. Over hoe het nu zit met de AOW, over wat de gevolgen zijn van zo'n verandering en of dit ook voor een oplossing van alle problemen zorgt.

Verslag

Doorwerken tot je 67ste?

Sprekers

HuiskamergesprekBas Jacobs

Altijd roomboter

IN GESPREK MET NELLEKE NOORDERVLIET

Nelleke Noordervliet opent met de vraag wie van de aanwezigen wel eens in zijn familiegeschiedenis is gedoken. Een paar handen gaan omhoog: de een ging de familiestamboom na, de ander interviewde haar vader. Noordervliet pakte het anders aan, zij reconstrueerde het leven van haar overgrootmoeder.

Lees meer
Verslag

Altijd roomboter

Sprekers

Nelleke Noordervliet

Omdat ze gevraagd werd het Boekenweekgeschenk te schrijven bij het thema Geschiedenis besloot ze het leven van haar overgrootmoeder te reconstrueren. Dat resulteerde in het boek 'Altijd roomboter'. In haar betoog van vandaag beschrijft ze vooral hoe ze tot het verhaal over haar overgrootmoeder is gekomen. “Ik had geen enkel document. Haar handschrift heb ik nooit gezien.” Ze moest het doen met een paar sporen en vooral veel lezen over het leven in de negentiende eeuw.

Het verhaal van haar overgrootmoeder is het verhaal van een meisje uit een arm milieu in Arnhem. Ze krijgt een aanstelling als dienstbode en, wanneer ze zwanger is geraakt van de heer des huizes, bevalt ze in Utrecht omdat dat in Universiteitskliniek gratis kan. In de 19de eeuw doet men dat niet uit liefdadigheid, maar fungeerden armen op die manier als proefkonijn. Drie maanden later overlijdt het kind. Nelleke: “Als je zo iets meemaakt, ga je eraan onderdoor of je komt er sterker uit. Dat laatste was het geval. Ik leerde haar kennen als een sterke, strijdbare vrouw.”

Vervolgens beschreef Noordervliet het leven van haar overgrootmoeder in Leiden zoals dat geweest had kunnen zijn. Hoe ze Domela Nieuwenhuis ontmoette en later Freud die beiden ook echt in Leiden zijn geweest. Dat had gekund en die ontmoetingen hadden haar gevormd tot wie ze zou worden: een zelfbewuste, sterke vrouw. Zo heeft ze haar overgrootmoeder leren kennen en ook zichzelf. “Je denkt niet alleen na over hen, maar ook over jezelf en je wortels. Dat was de drijfveer om het verhaal te vertellen van een generatie vrouwen die in de geschiedschrijving anoniem is gebleven. Het heeft me geleerd dat de geschiedenis toegankelijk is. Iedereen schrijft er een hoofdstuk in. De geschiedenis staat open en je moet er kennis van nemen om je eigen plaats te bepalen. Dat was ook het moment dat ik besefte wat een voorrecht het is, dat ik bijvoorbeeld kon doorleren.”

Het verhaal vertelt ook veel over solidariteit. De schrijfster: “De sociaaldemocratie heeft veel gedaan om de maatschappij leefbaarder te maken.” Maar ze gelooft niet dat solidariteit iets van vroeger is. “Die hang naar gemeenschap hebben we nog steeds. We geven het nu alleen anders vorm.“

'Je denkt niet alleen na over hen, maar ook over jezelf en je wortels', aldus Nelleke Noordervliet.

Contact

Hebt u vragen over de Conventie van Achlum?
Mail uw vraag naar Achmea200jaar@achmea.nl

U ontvangt zo spoedig mogelijk een antwoord.

Inloggen

Wachtwoord vergeten?