Verder kijken dan een kabinetsperiode

DEBAT, FRACTIEVOORZITTERS OVER 2028

Ligt het zwaartepunt van Nederland echt in Limburg in 2028? En wie durft dat in Achlum te beweren? Werken in 2028 echt alle mensen uit de sociale werkplaats in de supermarkt? Zijn de social media dan echt passé? Job Cohen, Sybrand van Haersma Buma, Jolande Sap en Anouschka van Miltenburg debatteren over Nederland in 2028. En ze zijn niet bang voor wilde scenario's.

Lees meer
Verslag

Verder kijken dan een kabinetsperiode

Sprekers

Job CohenS. van Haersma BumaJolande SapAnouschka v Miltenburg

Het is het eerste politieke debat van gespreksleider Patrick Lodiers (voorzitter van BNN), die zelf alvast schetst hoe de wereld er in 2028 uit zal zien: “Libië wordt toegelaten tot de Europese Unie en Palestina wint het Eurovisie Songfestival, met 12 punten van Israël.” Hij introduceert de fractievoorzitters. “Hij is 81 in 2028, en of hij de boel dan nog bij elkaar houdt... Job Cohen.” Verder zitten aan tafel: Sybrand van Haersma Buma (CDA), Anouschka van Miltenburg (vicevoorzitter van de VVD), en Jolande Sap (Groen Links). Zij hoopt dat het zwaartepunt van Nederland in 2028 in Limburg zal liggen, dichtbij de rest van de Europese Unie. “In 2028 zijn we een gastvrij land, dat niet meer achter de dijken wegkruipt, en talent beloont, in plaats van mensen af te schrijven en weg te jagen.” Ook VVD en CDA zijn hoopvol. Anouschka van Miltenburg denkt dat we dan hebben geleerd om zorg en werk beter te combineren, en dat mensen die nu nog in de sociale werkplaats werken dan gewoon een baan in de supermarkt zullen hebben. Sybrand van Haersma Buma gelooft dat we elkaar weer gaan opzoeken, ten koste van de sociale media. En Job Cohen vraagt zich af of er een oplossing is gevonden voor ons grootste problemen, klimaatverandering en de energievoorziening. Hij is er niet zeker van.

Patrick Lodiers wil in elk geval gezegd hebben dat politici maar eens moeten leren verder te kijken dan hun eigen kabinetsperiode lang is. Hij krijgt een klinkend applaus. Het debat wappert, net als de wind die de tent doet klapperen, van hier naar daar. Van de gezondheidszorg (Sap: “We kunnen toch mannen en jongens, en Turkse en Marokkaanse vrouwen inzetten om het tekort aan mensen in de zorg tegen te gaan?”), naar arbeidsparticipatie, en energie (Cohen: “Het ene moment wel subsidie voor zonnepanelen, dan weer niet, laten we nu eens voor langer afspreken hoe we het gaan doen.”)

Patrick Lodiers wil tenslotte weten wat de debaters doen in 2028. Van Miltenburg: “Ik zou 't niet weten.” Sybrand: “Als 65-jarige de Elfstedentocht uitrijden.” Cohen: “Als dit kabinet niets aan het klimaat doet, valt er helemaal geen Elfstedentocht meer te rijden”. Applaus.
Sap: “Ik hoop dat ik oma ben, en eindelijk mijn proefschrift ga afronden over beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen. Dat is dan vast nog actueel.” Lodiers: “En u meneer Cohen?” Cohen: “Vanuit mijn leunstoel commentaar leveren op BNN-programma's.”
Na het debat heeft Patrick Lodiers, toch een ex-Lama, het meeste moeite om weg te komen. Alle jonge conventiegangers willen met hem op de foto.

Jolande Sap: ‘In 2028 zijn we een gastvrij land, dat niet meer achter de dijken wegkruipt, en talent beloont, in plaats mensen af te schrijven en weg te jagen.’
Patrick Lodiers: ‘In 2028 wordt Libië wordt toegelaten tot de Europese Unie en Palestina wint het Eurovisie Songfestival, en krijgt 12 punten van Israël.’

Minder regels en een goed verhaal

DEBAT, MAATSCHAPPIJ MONITOR SOLIDARITEIT

De individualisering van Nederland neemt toe, tegelijk vraagt de inrichting van ons verzekeringsstelsel dat we solidair zijn met elkaar. Maar hoe solidair zijn we nog met de ander? Paul Schnabel (directeur Sociaal Cultureel Planbureau), Hans Anker (opiniepeiler), Bas Heijne (essayist NRC) en Willem van Duin (voorzitter Raad van Bestuur Eureko/Achmea) gaan met elkaar in debat. Bas Heijne: “We hebben geen verhaal meer.”

Lees meer
Verslag

Minder regels en een goed verhaal

Sprekers

Bas HeijnePaul SchnabelHans AnkerWillem van Duin

De samenleving verruwt en veel Nederlanders maken zich zorgen over de manier waarop we met elkaar omgaan. ‘Solidariteit’ wordt gezien als een ouderwets begrip waar de sleet op zit. Toch is tegelijkertijd veel interesse om het begrip nieuwe lading te geven. Dat blijkt ook bij het debat over solidariteit.

Opiniepeiler Hans Anker trapt af. Hij deed onderzoek naar solidariteit. Belangrijkste conclusies: veel Nederlanders snappen niet hoe ons premiestelsel werkt en waarom we het op deze manier doen en ze vinden de huidige regelingen niet meer van deze tijd. Anker: “Veel mensen voelen de huidige regels als van bovenaf opgelegd. We zouden minder regels moeten hebben en die beter uitleggen, zodat mensen snappen waarom ze betalen en wat ze daar zelf aan hebben.”

Bas Heijne snapt dat veel Nederlanders zo reageren. “Je hebt een verhaal nodig dat een begrip als solidariteit draagt. Dat duidelijk maakt waarom het nodig is dat je doet wat je doet. Veel Nederlanders begrijpen bijvoorbeeld niet waarom ze mee moeten betalen aan de schulden van Griekenland. De verbinding met de Grieken ontbreekt. Terwijl de meeste inwoners van Eindhoven best begrip hebben als de gemeente voetbalclub PSV helpt, ook diegenen die niets met voetbal hebben. Dat komt omdat zij de toegevoegde waarde van PSV voor de stad zien. Dat verhaal kun je vertellen en dan ontstaat solidariteit.”

“We slagen er inderdaad onvoldoende in om het verhaal rond solidariteit goed te vertellen”, reageert Willem van Duin. “Veel mensen denken ‘solidariteit kost mij geld’. Dat is niet zo. We moeten mensen weer laten zien dat solidariteit juist iets oplevert. Stel: je bent niet verzekerd en je huis brandt af. Hoe ga je dat betalen? Dat kun je niet in je eentje. Verzekeren en solidair zijn, is eigenlijk welbegrepen eigenbelang.”
Paul Schnabel benadrukt het belang van de huidige regelingen. “Het is ondoenlijk voor individuen om zelfstandig te sparen voor de kosten van grote ongevallen of ziekte. Niet alles in het systeem is goed geregeld, maar bedenk dat we wat betreft sociale zekerheid nog steeds tot de top van de wereld behoren. Dat is ook wat waard.”
Volgens Bas Heijne zien mensen het eigenbelang van het systeem nog wel, maar is het probleem dat we elkaar niet meer vertrouwen. “Mensen denken: ‘Ik wil wel, maar de ander maakt misbruik’. Ze hebben het gevoel dat hun goede gedrag wordt misbruikt door profiteurs. In kleine gemeenschappen wordt dat gedrag nog gecorrigeerd, maar in grote gemeenschappen valt die controle weg. En als het vertrouwen vervalt, vervliegt de solidariteit.”

Willem van Duin ziet in het herstel van vertrouwen een van de grootste uitdagingen voor verzekeraars in deze tijd. “Vertrouwen is de drager van solidariteit. Dat willen we ook uitdragen als coöperatieve verzekeraar. We werken daar hard aan en beginnen bij onszelf. Daarom hebben we bijvoorbeeld een nette oplossing voor onze zogenoemde woekerpolissen getroffen. Wie zijn eigen rommel opruimt, creëert vanzelf vertrouwen.”

Paul Schabel: ‘Mensen zijn solidair met mensen in nood die niets hebben, denk aan de tsunami in Zuid-Oost Azië.’
Willem van Duin: ‘In 2005 vertelde ik in Amerika dat Nederlanders het heel normaal vinden om premie te betalen. Dat vonden ze daar heel vreemd.'
Bas Heijne: ‘Je hebt een verhaal nodig dat het begrip solidariteit draagt.’

Meer zeggenschap bij nieuw pensioenstelsel

VERDIEPINGSGESPREK, WISSELING VAN DE WACHT

Langer doorwerken; daar ontkomen we niet aan. “Als de achtbaan is ingestort, kun je geen ritje meer maken.” Mei Li Vos, Nynke de Jong en Kees de Lange discussiëren met het publiek over mogelijke oplossingen. Meer zeggenschap voor werknemers en gepensioneerden is hierbij van wezenlijk belang.

Lees meer
Verslag

Meer zeggenschap bij nieuw pensioenstelsel

Sprekers

Mei Li VosNynke de JongKees de Lange

Oud-Tweede Kamerlid Mei Li Vos, senator prof. Kees de Lange van de politieke partij 50PLUS en columniste Nynke de Jong (o.a. in Viva en de Leeuwarder Courant) zijn het er over eens dat er iets moet gebeuren. Langer doorwerken is hierbij voor alle drie een reële oplossing, al plaatsen zij wel kanttekeningen.

Zo pleiten Mei Li Vos en Nynke de Jonge ervoor dat werknemers die al op vroege leeftijd zijn begonnen met werken, worden ontzien. Kees de Lange wil bovendien meer kansen voor ouderen op de arbeidsmarkt. “Driekwart van de ouderen wordt eruit gegooid door de werkgevers. Zij beginnen al met afscheid nemen zodra werknemers de 50 zijn gepasseerd.”
“Tegenover het grote aantal gepensioneerden staan te weinig werkenden. Dat is voor de jongeren te zwaar om te dragen”, beaamt Nynke de Jong. “Iedereen zal moeten inschikken en inleveren.”

Misschien moeten we terug naar een stelsel waarin je zelf spaart voor je oude dag? Mei Li Vos vindt dat geen goed idee: “Bij een pensioenfonds heb je meer rendement. Bovendien valt dan het systeem van onderlinge solidariteit uit elkaar. Er moet een systeem blijven waarbij er evenwicht is tussen mensen met mazzel en met pech.”
Een mogelijke oplossing is om mensen in te delen in leeftijdsgroepen. Omdat jongere werknemers nog een lange weg te gaan hebben, zou hun geld voor pensioenen risicovoller kunnen worden belegd. Bij oudere werknemers zou dat juist niet moeten gebeuren.

Hierbij geldt dat gepensioneerden en (jongere) werknemers meer zeggenschap moeten krijgen. Nu zijn het vooral de werkgevers die het voor het zeggen hebben. En dat terwijl ouderen en werknemers het meeste risico lopen in het huidige pensioenstelsel. Nynke de Jong: “Het is toch gek dat we wel waterschapsverkiezingen hebben, terwijl er geen verkiezingen zijn voor een belangrijk onderwerp als pensioenen.”

Mei Li Vos: “We hebben ons in slaap laten sussen door al die oudere mannetjes.” Het Zweedse model met alleen vertegenwoordigers die te weinig kennis van zaken hebben, wordt afgewezen. Er moeten experts blijven die de plannen kritisch beoordelen. Misschien moet er betere scholing komen, suggereert iemand, want de helft van de bevolking kan de pensioendiscussie niet volgen. Kees de Lange bestrijdt dat: “Iedereen kan het begrijpen. Kijk maar eens op www.pensioenbelangen.nl. Dan weet je alles.”

Hoe leven we over tien tot vijftig jaar?

COLLEGE, SCENARIO’S VAN SOLIDARITEIT OVER 50 JAAR

Wim de Ridder is inmiddels tien jaar hoogleraar Toekomstverkenning aan de Universiteit van Twente. “En mijn voorspellingen zijn tot nu toe altijd uitgekomen”, lacht hij. Hij schetst een aantal mogelijke toekomstscenario’s. Hoe leven we over tien, vijftien, vijftig jaar? En hoe past solidariteit in die schetsen?

Lees meer
Verslag

Hoe leven we over tien tot vijftig jaar?

Sprekers

Wim de Ridder

Wim de Ridder begint zijn positieve relaas met de uitspraak dat de toekomst alleen maar beter wordt. “Een toekomst waarin de solidariteit terugkomt”, belooft hij bovendien. Niet eens zozeer om elkaar bij te staan na tegenslagen, maar vooral om er zelf beter van te worden. Oftewel: solidariteit uit eigenbelang.”

Hij gaat in een razend tempo van de industriële revolutie naar de ICT-revolutie die uitmondde in de verbindingsmaatschappij waarin we momenteel leven. De netwerkmaatschappij die gecreëerd is door miljarden mobiele telefoons, e-mailadressen, de zelfredzaamheid van ouderen en de toenemende hoeveelheid tijd die we naar eigen inzien in kunnen delen – nu we langer doorwerken en in minder uren dan ooit een modaal inkomen verdienen – komen samen in ‘netwerkgemeenschappen’ van ‘professionele amateurs’. Mensen die steeds meer weten en die kennis bovendien volop delen in hun netwerken.

De toekomstige ontwikkelingen op dit gebied bevinden zich nu alweer volop in de testfase. Vooral in Azië, dat nooit zo’n snelle stijging in de welvaart door zou hebben gemaakt zonder ICT/automatisering. “De Chinezen gaan direct mobiel bellen en energie betrekken uit zonnecellen, en slaan de verouderde technologie waar wij nog aan vastzitten simpelweg over.” De Ridder noemt de in China ontwikkelde Papero robot, waarmee twee mensen die een hele andere taal spreken elkaar moeiteloos kunnen bellen – de computer vertaalt. De vervolgstap in deze ontwikkeling is navigeren. Het ‘navigeren op postcode’ is al in gebruik op de Segway waarmee toeristen diverse steden kunnen verkennen en bij de politie die op deze elektronische en met iPhone uitgeruste step razendsnel door drukke stadscentra navigeert. De logische vervolgstap: auto’s die helemaal zelfstandig rijden en zichzelf ook parkeren op het moment dat ze niet nodig zijn. Dit scheelt niet alleen hectares parkeerruimte in bijvoorbeeld stadscentra, maar een auto die zichzelf bestuurt gunt zijn inzittende bovendien de kans zijn tijd veel nuttiger of leuker te besteden dan met op de weg letten. ‘Symbiotische tijd’, noemt De Ridder dit. Ook medici gaan hun tijd beter benutten dankzij de technologische ontwikkelingen. “Over twintig jaar zitten 20.000 chronisch zieken in Nederland thuis aan de monitor,” aldus De Ridder. “De dokter komt alleen nog in actie als de waarden afwijken.”

De volgende revolutie die voor de deur staat is de biochemische, voorspelt de hoogleraar stellig. En die heeft alles te maken met energie: we gaan onze eigen energie opwekken met behulp van zon, wind en afval. Woningen en kerngemeenschappen voorzien elkaar van stroom; kassen wekken energie op voor (energieneutrale) huizen en werkplekken, huizen en kantoren doen dat voor elektrische auto’s; regenwater en zelfs urine filteren we straks in een handomdraai tot schoon drinkwater. Gemeenschappen die op deze manier fungeren bestaan al in Korea. De Ridder noemt deze ontwikkeling het toppunt van solidariteit: we hebben elkaar immers nodig om die energie op te wekken, op te slaan en te verdelen.
De discussie die de politiek momenteel voert over kernenergie bestempelt hij in dit kader dan ook als volkomen zinloos. Waarom een kerncentrale bouwen die zich pas na veertig jaar terugverdient als de energie in 2025 al ‘bijna gratis’ is?

De Ridder voorspelt een toekomst waarin we solidair zijn uit eigenbelang. Een heel natuurlijk proces. Kijk naar de vogeltjes die voedingsresten tussen krokodillenkiezen opeten. Laten we de kennis van jongeren, ouderen, immigranten, iedereen bundelen, adviseert De Ridder. Zo niet, en houden we alle kennis voor onszelf, dan stort onze maatschappij net zo onherroepelijk in als de toren van Babel. Maar: die kans is klein, gezien de verbondenheid en gemeenschapsnetwerken die nu al onlosmakelijk met ons leven verbonden zijn.

‘Met mijn uitspraken over nieuwe energievormen en de sterk dalende prijs ervan, maak ik mezelf niet bepaald bij iedereen geliefd.’
‘Direct van het wieg naar het graf, dan ben je van al je zorgen af.’

Van babyboomer tot buurman

DEBAT, EEN BESCHOUWING OVER SOLIDAIR NEDERLAND

Solidariteit is uiteindelijk in ons eigen belang. Daarover zijn Rick van der Ploeg (econoom en voormalig staatssecretaris) en Paul Schnabel (directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau) het helemaal eens. Maar ze hebben elk hun eigen zorgen over de solidaire samenleving. Van der Ploeg vraagt zich af of hoe solidair we met migranten zullen zijn, Schnabel vindt het vreselijk dat Nederlanders klagen over het gebrek aan fatsoen, maar altijd de schuld bij 'de ander' leggen.

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Van babyboomer tot buurman

Sprekers

Rick van der PloegPaul Schnabel

Debatleider en oud-parlementair journalist Wouke van Scherrenburg laat Paul Schnabel zijn zorgen delen met het publiek. Nu al kosten de 1.600 honderdjarigen 20 miljoen aan pensioen, en 70 miljoen aan zorg. In 2028, als zijn eigen bayboomgeneratie 'behoeftig wordt' zal zorg onbetaalbaar zijn. Hij ziet ook met lede ogen aan hoe de maatschappij zich heeft ontwikkeld: "We klagen over gebrek aan hoffelijkheid en fatsoen, maar vinden altijd dat het probleem bij een ander ligt." Van der Ploeg vindt als sociaal democraat dat je ook voor de volgende generaties moet zorgen: “Maar ik denk dat het steeds moeilijker wordt om solidariteit op te brengen. Voor je familie doe je het graag, en ook nog wel voor de buurman, maar hoe zit het met de migranten in onze samenleving?" Hij vindt het verbijsterend dat het kabinet een anti-immigratiebeleid voert, terwijl de komende 20 jaar miljoenen mensen nodig zijn voor de arbeidsmarkt. En dan zijn er nog de grote problemen, migrantenstromen uit Afrika, oorlogen om grondstoffen, droogte. Daar krijgt Europa onvermijdelijk mee te maken. Solidariteit is uiteindelijk in ons eigen belang. "Gaat het dan alleen maar om eigenbelang?", vraagt de debatleidster. Ze krijgt geen ontkennend antwoord.

Maar de debaters zien niet alleen schaduwen over de toekomst vallen. Van der Ploeg heeft vertrouwen in nieuwe leiders zoals Obama en Cameron: “Het gaat uiteindelijk allemaal om mensen. Engeland heeft een rechtse regering van upperclass kostschooljongens, maar wel met een fantastisch milieubeleid.” Schnabel vindt het groene bewustzijn bemoedigend: "Vroeger bestond het begrip duurzaamheid niet eens, nu zag notabene op de AutoRAI de ene na de andere groene stand.” Even nog slaat het gesprek af naar Griekenland. "Dit gaat niet om solidariteit met Grieken", zegt Van der Ploeg. "Wat we nu doen is vooral solidair met de banken zijn. Die zijn zo stom geweest om slecht te investeren, en wij moeten het oplossen." Schnabel komt in het staartje van de discussie nog met een heel ander solidair principe: "Ik zou willen dat verzekeraars zich vaker zouden afvragen 'zou ik deze polis ook aan mijn dochter verkopen?' Is het alleen goed voor ons bedrijf, of ook voor de verzekerde?”

Rick van der Ploeg: ‘Het is verbijsterend dat het kabinet een anti-immigratiebeleid voert, terwijl de komende 20 jaar miljoenen mensen nodig zijn voor de arbeidsmarkt.'

Op weg naar een circulaire economie

KABINET VAN VERNIEUWING

We hebben een economische crisis en een kredietcrisis. Verder is er een klimaatcrisis, een energiecrisis en zelfs een voedselcrisis. En, oja, hoe zit het eigenlijk met de dreigende fosfaatcrisis? Wat zijn de problemen én oplossingen voor de komende eeuw? Een betoog van duurzaam ondernemer Ruud Koornstra en hoogleraar evolutionaire ecologie Louise Vet.

Lees meer
Verslag

Op weg naar een circulaire economie

Sprekers

Ruud KoornstraLouise Vet

Bij het woord crisis denkt menigeen in eerste instantie aan de economische crisis. De kredietcrisis of de klimaatcrisis. Een mondiale crisis desnoods. Maar de fosfaatcrisis? “Ja,” meent hoogleraar evolutionaire ecologie Louise Vet. “De fosfaatcrisis kan voor grote problemen zorgen. We hebben steeds meer fosfaten nodig, onder meer voor het diervoeder in de veeteelt. Maar in ons land verdwijnen fosfaten via de mest in oppervlaktewater en rivieren. Andere landen, die wel van nature fosfaten in de grond hebben, zouden hierdoor onevenredig veel macht kunnen krijgen. Denk hierbij aan China, de VS en Marokko. Nederland zou dus eigenlijk beter voor haar ‘eigen’ fosfaten moeten zorgen. Bijvoorbeeld door de ontlasting van mens en dier, vol met fosfaten immers, op te vangen en te hergebruiken.”

Het is een van de pittige stellingen van de hoogleraar evolutionaire ecologie om een belangrijk, zij het nauwelijks erkend, probleem van onze huidige tijd de baas te kunnen. Zij pleit dan ook voor een circulaire economie waarbij al ons afval op een slimme manier wordt hergebruikt. Niet alleen omdat we zo minder afhankelijk zijn van andere landen of leveranciers. En ook niet alleen om de zogenaamde ecologische voetafdruk te verminderen. Maar vooral ook omdat het geld bespaart.

En daar komt ondernemer Ruud Koornstra om de hoek kijken. Hij is de eigenaar van diverse duurzame ondernemingen en werd multimiljonair door de verkoop van een speciale led-lamp. “Een crisis is tegelijkertijd de volgende stap in een ontwikkeling. Het hoeft geen doemscenario te zijn, maar het biedt kansen. Ik denk dat een combinatie van technologie en ondernemerschap antwoord kan geven op de huidige crises. Waarom dúúrt het dan allemaal zo lang voordat we die problemen hebben opgelost, hoor ik vaak. Dat is omdat wij een ‘software-probleem’ hebben. In onze hoofden zijn we nog niet bereid om stappen te zetten. Of we denken dat die stappen überhaupt niet gezet kunnen worden, omdat ze niet passen in ons huidige denkraam.”

Duurzame alternatieven zouden daarom nooit duurder mogen zijn dan de vervuilende standaard. En ten tweede moet ze van onbesproken kwaliteit en reputatie zijn. Koornstra: “Neem de led-lamp. Wie 100 euro op de bank zet, heeft er na een jaar ongeveer twee euro bij door de rente. Wie echter voor 100 euro led-lampen koopt, bespaart 80 euro door een lagere energierekening. Het gaat om dát besef: dat duurzaam uiteindelijk goedkoper is en dat de kwaliteit van leven zo beter gewaarborgd kan worden.”

Een andere vraag uit het publiek: Mooie woorden, maar hoe leg je dat uit aan een bijstandsmoeder voor wie vlees van de kiloknaller ook kwaliteit van leven betekent? Vet: “Daarom mogen duurzame alternatieven dus niet duurder zijn.” Koornstra: “We moeten ons ook afvragen waarom we geen vlees van algen maken? Vies, roepen mensen dan. Maar weet je waar worst van wordt gemaakt? Van gemalen koeien. Moet ik het afmaken? Da’s ook vies hoor.” Vet: “De verantwoordelijkheid kan niet alleen bij de consument liggen. De overheid en het bedrijfsleven moeten ook meedoen.” Koornstra: “Als je met z’n allen een stap vooruit wilt, dan moet je minimaal bereid zijn je been omhoog te doen.”

Ruud Koornstra: ‘Ik wil aan mijn kinderen kunnen uitleggen wat ik doe. Dat wat ik doe veilig en verantwoord is voor volgende generaties.'
Louise Vet: ‘Om de huidige wereldbevolking te voeden, hebben we eigenlijk drie aardbollen nodig.’

Wat je uitstraalt, moet je waarmaken

DEBAT, OPEN DE BASTIONS!

Technologische innovatie schudt de consument wakker. Consumenten worden steeds kritischer over het gedrag van overheden en bedrijven. Het is tijd dat bedrijven transparanter worden. Open de bastions! Maar hoe doe je dat als bedrijf? Hoe speel je in op al die nieuwe ontwikkelingen?

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Wat je uitstraalt, moet je waarmaken

Sprekers

Joris van HeukelomKees Wantenaar

“Wat je uitstraalt moet je waarmaken.” Dat vindt Kees Wantenaar, voorzitter RvC Friesland Campina. “Wanneer de consument geen vertrouwen heeft in ons en in onze producten, dan blijven onze toetjes in de schappen staan. Wij beloven bijvoorbeeld dat de koeien die onze melk leveren, in de wei lopen. En dus gebeurt dat ook. We geven mensen de mogelijkheid om ons bedrijf en onze producten te doorgronden. Je kunt als bedrijf geen verstoppertje meer spelen.”

Internet biedt vele mogelijkheden voor transparantie, zo weet Joris van Heukelom, voormalig CEO bij Ilse Media. “Natuurlijk kent internet ook mindere kanten. Net zoals je op tv minder goede programma´s kunt bekijken. Maar in mijn optiek kan internet leiden tot een betere wereld.” Danny van der Eijk, lid Raad van Bestuur Eureko/Achmea vult aan: “Internet biedt inderdaad nieuwe kansen. Wij werken bijvoorbeeld aan een online schadedossier voor klanten. Dan kun je online opzoeken hoe het staat met je ingediende claim.”

In China zijn consumenten veel actiever op internet dan in Nederland, weet Wantenaar. “Er komen steeds meer Chinezen die genoeg geld te besteden hebben. Die zoeken op internet naar de beste producten. Voor babyvoeding bijvoorbeeld, komen ze dan uit op Friesland Campina. Zo komen klanten bij ons binnen.”

“Je kunt de techniek voor je laten werken”, zegt Van Heukelom. “In de zorgsector bijvoorbeeld. Zet informatie over hoe een ziekenhuis het doet gewoon online.” “Dat is inderdaad zo”, vult Van der Eijk aan. “Maar je moet als bedrijf ook het vertrouwen van de consument winnen. Op dit moment gaan consumenten af op wat een dokter hen vertelt. En niet zozeer op wat wij als verzekeraar te melden hebben over een bepaalde zorginstelling. Dat vertrouwen is er gewoon nog niet.”

Van der Eijk vindt dat niet alle onderwerpen geschikt zijn om op internet over te discussiëren. “Moeten wij als bedrijf wel of niet beleggen in kernwapens? Dat is een onderwerp waar ik liever face to face over praat. Dat moet een gezamenlijke discussie zijn.” De gasten krijgen van gespreksleider Pieter Hilhorst de opdracht om nog een inspirerend voorbeeld van innovatie te noemen. Hij vertelt zelf over zijn collega die zijn abonnement bij T-Mobile wilde opzeggen. Na twee dagen bellen was dat nog steeds niet gelukt. Dat liet hij weten in een bericht op Twitter. Hij werd direct gebeld door T-Mobile en na een kwartier was zijn probleem opgelost.

Van Heukelom is enthousiast over TheGreenBee.nl. “Daar kunnen boeren aangeven welke producten ze op hun erf te koop aan bieden. Op de site kun je boeren bij jou in de buurt zoeken. Een geweldig initiatief.”

Danny van der Eijk: ‘Wij moeten als bedrijf een positieve bijdrage leveren aan de maatschappij, anders zijn we op termijn overbodig.’
Joris van Heukelom: ‘De weg naar volledige transparantie kan een bumpy road zijn.’

Solidariteit is welbegrepen eigenbelang

TWEEGESPREK, ED VAN THIJN VERSUS HANS WIEGEL

Ed van Thijn en Hans Wiegel, twee mastodonten van de politiek, zo kondigt gespreksleider Rocky Tuhuteru de ex-politici aan. Over het fatsoen van vroeger, het bij elkaar scharrelen van meerderheden van nu en de solidariteit van de toekomst.

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Solidariteit is welbegrepen eigenbelang

Sprekers

Hans WiegelEd van Thijn

“Onze tijd was een tijd van polarisatie. Van lijnrecht tegenover elkaar staan in de Tweede Kamer. Maar altijd met respect”, vertelt Hans Wiegel. “De kwalificaties die ik nu over en weer hoor zijn vaak ongepast. Een kwalijke zaak, want respect moet je voordoen.”
“Het ergste vind ik dat er geen debat meer is”, aldus Ed van Thijn. “Alleen maar interrupties. Vroeger was een interruptie nog wat. Hans zat altijd achterin de zaal. Als hij wilde interrumperen schreed hij tergend langzaam naar voren, handen op de rug, kin naar voren. Als spreker was je meteen van je à propos. Nu is een interruptie vaak totaal betekenisloos. Maar goed, dit is oudemannenpraat…”

Belangrijker is de staat van de democratie nu en het perspectief op de toekomst. Wiegel: “De politieke constellatie van nu is er een voor fijnproevers. Nauwelijks een regeringsmeerderheid in de Tweede Kamer, net niet in de Eerste Kamer. Het kabinet moet steeds weer haar best doen voor een meerderheid; dat is democratie pur sang.” Van Thijn: “Een regering met zo weinig bestuurskracht en zo’n smal maatschappelijk draagvlak kent risico’s. Zeker in een tijd waarin we 18 miljard moeten bezuinigen, er een eurocrisis is en Europa maar weinig stabiele kabinetten kent. Dat is niet een tijd waarin een regering steeds meerderheden bij elkaar moet scharrelen.” “Ach, die schommelingen in regeringen zijn er altijd geweest” zegt Wiegel. “Alles gaat gewoon door. België heeft helemaal geen regering en het gaat daar fantastisch!” Van Thijn: “Maar als het misgaat met Griekenland willen wij de rekening niet betalen. Als je dan besluiten moet nemen met een bij elkaar te zoeken meerderheid, kun je een grote problemen krijgen.”

Denkend aan Holland in het perspectief van solidariteit, wat zien we dan? Wiegel: “Dan denk ik aan de verhoging van de pensioenleeftijd. De verwende babyboomers, de 55-plussers moeten solidair zijn. Als we niks doen krijgt de jongere generatie de rekening.” Van Thijn: “Solidariteit is welbegrepen eigenbelang. We moeten er allemaal wat aan hebben, alle generaties. De oplossing is niet alleen financieel. Als je 18 miljard bezuinigt, tast je de leefbaarheid aan. En het grootste probleem is het feit dat mensen na hun 55ste worden afgeschreven op de arbeidsmarkt. Daar doe je niks tegen met een verhoging van de pensioenleeftijd. Ik ben wel voor flexibele pensioenregelingen.” Wiegel: “We gaan sowieso weg van de verzorgingsstaat en op naar verzekeringsland. Eén beperkte voorziening met daarbij individuele verzekeringen. Dat is geen kwestie van willen, maar van moeten. Want zoals het nu is, wordt onbetaalbaar.” Van Thijn: “Ha, dat is een oude droom van de heer Wiegel.” Wiegel: “Ik ben altijd consistent! Overigens vind ik die pensioenkosten niet eens zo’n probleem; er zit enorm veel geld bij de pensioenfondsen. De kosten voor de zorg, dat is pas zorgelijk. De enige oplossing is verhoging van de eigen bijdrage.” Van Thijn: “Ik vind het eigenlijk best moeilijk om vergrijzing als probleem te kwalificeren. Kijk eens naar ons! Ouder worden is een zege en het levert flink wat belastinggeld op.” “Zo is het”, zegt Wiegel. “Ouder worden is fantastisch. Het kost een paar centen, maar dat moeten we er voor over hebben.”

Ed van Thijn: ‘Je moet de moed hebben om problemen te benoemen en jouw oplossingen aan te geven. Zonder daarbij naar de peilingen te kijken.'
Hans Wiegel: 'Ouder worden is fantastisch. Het kost een paar centen, maar dat moeten we er voor over hebben.'

Waarom meebetalen aan die zuidelijke flierefluiters?

COLLEGE, HISTORIE VAN EUROPESE SOLIDARITEIT

Tweede kamerlid Frans Timmermans vertelt verhalen over de historie van de Europese solidariteit, waarvan de geschiedenis ligt aan het begin van de twintigste eeuw. Arbeiders werden uitgebuit. Internationalisatie was een vies woord. Tussen toen en nu ligt een enorme geschiedenis. Toch is solidariteit in Europa soms ver te zoeken. Neem Griekenland. Solidair zijn is niet meer vanzelfsprekend, dat blijkt uit het nationale onderbuikgevoel: ‘Waarom moeten wij meebetalen aan die flierefluiters, daar in het zuiden?’

Lees meer
Verslag

Waarom meebetalen aan die zuidelijke flierefluiters?

Sprekers

Frans Timmermans

Frans Timmermans begint met ‘Jaurès’, een chanson van Jacques Brel. Dit lied verwijst naar de Franse socialist Jean Jaurès die aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog werd vermoord. Brel verhaalt in dit lied over de slechte situatie van mijnwerkers. Zij werden uitgebuit en zelfs gebruikt als kanonnenvoer tijdens de Eerste Wereldoorlog. Deze geschiedenis spreekt Timmermans enorm aan omdat zijn beide opa’s ook mijnwerker waren. Jean Jaurès heeft in Frankrijk veel betekend voor de arbeidersklasse. Hij keek over grenzen heen en zag dat arbeiders uit de verschillende Europese landen tegen elkaar werden uitgespeeld. Jaures wilde deze misstanden tegengaan door over grenzen heen te kijken (internationalisatie). Eigenlijk ligt hier de kiem van de Europese gedachte en Europese solidariteit.

De Europese gedachte is ontstaan uit een moreel element: het fijn vinden om als collectief het ‘goede’ te doen. Een sociaal contract is hiervoor de basis en juist hier gaat het volgens Timmermans mis. In de huidige samenleving leeft 20 procent van de mensen in vrijheid en rijkdom, ze hebben voldoende middelen om te genieten van het leven. Zij doen de klaagzang van minder bedeelden af als gezeur. Er is een andere categorie mensen, eveneens 20 procent, die is afgehaakt als het om solidariteit gaat. ‘We komen toch niet meer uit deze ellende’, is de gedachte van deze mensen.
Tot slot is er een categorie mensen, de resterende 60 procent, die tot de middenklasse behoort. Voor deze groep geldt ‘vasthouden wat we hebben, dit is het beste wat we hebben, het kan ons niet beter gaan’. Tegelijkertijd voelt deze middenklasse zich bedreigd door de groep mensen die wat de Europese gedachte betreft, is afgehaakt.

Timmermans ziet kansen voor de jeugd om te komen tot een beter en meer solidair Europa. “Ik zie een goede, slimme en talentvolle jeugd die sneller schakelt dan ooit tevoren. Maar jongeren willen zich niet binden en de betrokkenheid met de maatschappij is daardoor minder. Dat moet veranderen. Door een betere organisatie, noodzakelijk omdat Europa voor grote uitdagingen staat. De economische verhoudingen in de wereld veranderen snel. Nieuwe opkomende economieën, klimaatvraagstukken, politieke verschuivingen en demografische ontwikkelingen. Alleen al daarom is Europese solidariteit onontbeerlijk. We hebben elkaar nodig.”

Volgens Timmermans is Europa teveel met zichzelf bezig is, de solidariteit hapert. Een goed voorbeeld hiervan is de Griekse crisis. De Europese landen staan niet meer in de rij om elkaar te steunen. Zijn devies is: Help elkaar. Spreek elkaar aan op het goede. De schaal van Europees handelen wordt steeds belangrijker. Want samen hebben we meer invloed op het wereldtoneel. Hij besluit: “Laten we deze discussie in heel Europa voeren over de landsgrenzen heen, dan maken we stappen.”

Frans Timmermans: 'De schaal van Europees handelen wordt steeds belangrijker. Want samen hebben we meer invloed op het wereldtoneel.'

Je zegje doen via een druk op de knop

VERDIEPINGSGESPREK, RAAKT PROTESTEREN NOOIT EENS UIT DE MODE

Over het hedendaags protesteren zijn opmerkelijke zaken te constateren, leert de discussie tussen Ernst-Jan Pfauth (chef internet NRC), Jacqueline van Stekelenburg (socioloog) en het publiek. Aannames dat jongeren te lui zouden zijn om te protesteren, dat protesteren geen zin heeft of alleen maar een middel is om collectieve woede te uiten, gaan van tafel. Jacqueline van Stekelenburg is duidelijk in haar nopjes met de opmerkelijke uitkomsten.

Lees meer
Verslag

Je zegje doen via een druk op de knop

Sprekers

Ernst-Jan PfauthJ. van Stekelenburg

Bij protesteren denken we in de eerste plaats aan massale straatprotesten, geeft Van Stekelenburg aan. Vaak doen we dat om (politiek) gedrag te beïnvloeden. En naast het feit dat we vaker dan we denken (uit haar onderzoek: tienstraatdemonstraties in 2009) de straat op gaan, zijn er via internet en social media nog veel meer vormen van protest en meningsuiting bijgekomen.

Protesteren heeft wel degelijk zin, ook al lijkt dat niet altijd zo. Een van de aanwezigen geeft als voorbeeld dat de vakbonden vaak moeilijk te mobiliseren zijn vanwege hun verzwakte positie en dat protesteren daarom niet als zinvol wordt gezien. Toch blijken meningsuitingen via Facebook of andere social media wel degelijk grote invloed te hebben. Pfauth geeft het voorbeeld van de anti-Wildersactie door 50.000 mensen: het gevolg van één persoon die het voortouw nam via Facebook. Een ander recent voorbeeld van het aansturen op gedragsverandering is het beïnvloeden van het beleid van KPN via Twitter. Van Stekelenburg vindt dit zeer interessant, temeer omdat zij meent dat veel mensen niet weten hoe ze de politiek nog kunnen beïnvloeden. Dat men zich gemakkelijk kan groeperen via social media realiseren veel mensen zich niet, zo blijkt uit de discussie. Vooral jongeren ventileren via social media gemakkelijk hun mening, zonder daarmee doelbewust iets te willen bewerkstelligen of te verwachten, aldus jonge ervaringsdeskundigen uit het publiek!

Een ander opmerkelijk fenomeen is dat de jongere generatie zich vooral wil identificeren met zaken waar ze voorstander van zijn. Aan zaken waar ze tegen zijn, besteden ze minder aandacht. Aanwezige jongeren onderschrijven dit volop en geven aan dat de oorzaak hiervan is dat jongeren op internet vaak zoeken naar leuke zaken (zoals vroeger de buttons op de schooltas). Jongeren profileren zich graag als ambassadeur, bijvoorbeeld voor eerlijk gemaakte kleding of het werven van donateurs voor een goede zaak.

Zijn jongeren of mensen in het algemeen te lui om te protesteren? Van Stekelenburg denkt van niet ‘mits het onderwerp ons echt raakt’. De zaal wijst bovendien op recente protesten van de jeugd in ‘de zaak Sahar’ waarbij zelfs heel jonge kinderen de media inzetten.
Wat haal je uit protesteren, ook al weet je dat je niet altijd succes hebt? Het feit dat je kunt laten zien het ergens wel of niet mee eens te zijn geeft een goed gevoel. Ook in praktische zin blijkt men het prettig te vinden wanneer je met ‘boycots’ zaken kunt saboteren of met ‘buycots’ juist steunen (fairtrade), zo blijkt uit onderzoek.

Door het gemak van social media-gebruik bestaat de angst dat het té gemakkelijk wordt om via een klik op de computer je zegje te doen. Vaak zit er achter een actie een grote organisatie die op een goedkope manier mensen weet te mobiliseren (Egypte). Tegelijkertijd maken social media het mogelijk om aandacht voor een zaak te genereren als dat niet via de reguliere media mogelijk is, concludeert Pfauth (Syrië).

Ernst-Jan Phauth: 'Meningsuitingen via Facebook of andere social media hebben wel degelijk grote invloed.'

Sierrunderen en botte boeren

SPOEDCURSUS, SOLIDARITEIT

Zeker zijn Nederlanders solidair en saamhorig, al is het eerlijk gezegd altijd uit eigen belang. Maar we zijn ook uiterst individualistisch. “Dat is onze paradox”, zegt Herman Pleij, emeritus hoogleraar historische Nederlandse letterkunde.

Lees meer
Verslag

Sierrunderen en botte boeren

Sprekers

Herman Pleij

Herman Pleij ziet Nederlanders als een saamhorig volk. Dat komt doordat we een handelsnatie zijn. Handelen maakt tolerant en pragmatisch. “Onze grootste feestdag is geen parade met vlaggen en hymnes, maar Koninginnedag, de dag van de verering van de vrijhandel.” Verder hebben Nederlanders hun land zelf gemaakt, eigenhandig ingepolderd. Ook dat heeft de vaderlandse saamhorigheid versterkt. “Er is geen centimeter die niet is geordend en gecultiveerd. Natuur bestaat niet. De Veluwe is een groot uitgevallen kerststukje met mos, wat dennengroen, en een langsschietend hertje. En dan de sierrunderen. Van die koeien die je dan vanonder hun pony verbaasd aankijken, alsof ze willen zeggen, 'huh waar ben ik?'. Nou je bent in Nederland en wij vinden jullie zo leuk staan.”

Maar dit alles heeft ook zijn keerzijde volgens Pleij: “Behalve saamhorig, zijn we ook uiterst individualistisch. Zo individualistisch, dat het woord ‘verhuftering’ tegenwoordig vaak klinkt. We doen wat we willen, we zeggen wat we willen. En dat vinden wij dan recht voor z’n raap. In andere landen noemen ze het bot. Een mooi voorbeeld vind ik Boer zoekt vrouw. Zo’n titel zou in Frankrijk nooit kunnen. Daar heet het L'amour dans le pré, liefde in het weiland. Mijn conclusie: die combinatie tussen saamhorigheid en individualiteit, dat is de paradox van de Nederlandse identiteit.”

Herman Pleij: 'We doen wat we willen, we zeggen wat we willen. En wij vinden dat recht voor z’n raap. In andere landen noemen ze het bot.'
Herman Pleij: 'Onze grootste feestdag is geen parade met vlaggen en hymnes, maar Koninginnedag, de dag van de verering van de vrijhandel.'

Overal toegang tot zorg

DEBAT, ACHLUM OVER DE GRENS

De discussie draait om de vraag: kunnen we het coöperatieve verzekeringsgedachtegoed à la Achlum ook toepassen in ontwikkelingslanden? “Zeven jaar geleden stelde Achmea risicokapitaal ter beschikking. Dit geld komt ten goede aan microkredieten in India. Inmiddels hebben 1 miljoen Indiërs een microverzekering. Het gaat dan om verzekeringen tegen ziekte, overlijden of veesterfte. Je ziet hier een duidelijke toename in welzijn en welvaart”, aldus Liesbeth van der Kruit, directeur Maatschappelijke Verantwoordelijkheid bij Achmea.

Lees meer
Verslag

Overal toegang tot zorg

Sprekers

Bert KoendersOnno SchellekensChristiaan Rebergen

In een rijk land als Nederland is verzekeren zo normaal, dat we er nauwelijks bij stilstaan hoe belangrijk het is. In ontwikkelingslanden leven miljarden mensen die zich niet kunnen verzekeren tegen de gevolgen van bijvoorbeeld overlijden, ziekte, ongevallen en tegen schade aan gewassen en vee. De microverzekeringsprojecten van Achmea geven mensen financiële zekerheid waardoor ze ook bij tegenslagen mee kunnen blijven doen en zelfredzaam worden. Deze projecten lopen in India, Senegal, Indonesië en Cambodja. Liesbeth van der Kruit vraagt: “Is een goede gezondheid de start van een groeiende economische ontwikkeling?” Christiaan Rebergen, ambassadeur Publiek Private Partnerschappen ministerie van Buitenlandse Zaken: “Ja, dat denk ik wel. Een goede oogst is een belangrijke basis, maar als iemand ziek wordt, valt hij alsnog meteen terug. Een toegankelijke gezondheidszorg is heel belangrijk.”

De middelen die we wereldwijd besteden aan gezondheidszorg zijn heel oneerlijk verdeeld. Afrika heeft 48 procent van de ziektelast en 0,05 procent van het budget te besteden. In Nederland besteden we per persoon € 6.000 per persoon per jaar aan gezondheidszorg. In Afrika is dat € 15. Onno Schellekens van PharmAccess: “Wij verstrekken artsen krediet om bijvoorbeeld malariatabletten te kopen. Dit is een zeer succesvol initiatief geweest waarvoor we de G20-prijs hebben ontvangen.”

Voormalig minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders: “Het is absurd dat de beschikbare fondsen in China en India niet in gezondheidszorg worden geïnvesteerd. Goede investeringen in bijvoorbeeld verzekeringen tegen ziekte kunnen werken als hefboom en als katalysator van de economie.”

Onno Schellekens: ‘Mensen hebben zekerheden nodig: vertrouwen en zien dat het werkt.”
Bert Koenders: ‘Een klein beetje premie betalen voor als je ziek wordt in tijden dat je gezond bent kan wel. Heel veel betalen als je ziek bent kan niet.’

Eerlijke solidariteit is geen ouwe koek

LEZING, OVER SOLIDARITEIT

“Ik heb een solide verhaal van achttien kantjes. Het gaat dus ergens over.” Zo leidde fractievoorzitter Job Cohen van de Partij van de Arbeid met een knipoog zijn eigen lezing over solidariteit in. Centraal thema in het verhaal van de PvdA-leider is eerlijkheid. “Daar stoelt solidariteit op.”

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Eerlijke solidariteit is geen ouwe koek

Sprekers

Job Cohen

Eerlijkheid is dat iemand die veel verdient, daar ook recht op heeft. Wie meer krijgt dan hem toekomt, of wie fraudeert met gemeenschapsgeld, moet daar op worden aangesproken. Eerlijkheid is ook dat als iemand pech heeft en bijvoorbeeld gehandicapt raakt, hij of zij geholpen wordt. En eerlijkheid is dat als iemand iets van de staat krijgt – bijvoorbeeld geld voor een opleiding of een uitkering – hij of zij daar iets voor terugdoet en niet de kantjes ervan afloopt. Dan ontstaat solidariteit en de bereidheid om te delen met anderen.

Dat is in een notendop de theoretische verhandeling van Job Cohen. En die solidariteit is wereldwijd nodig, maar ook tussen groepen in de Nederlandse samenleving. In dat verband is een sterke sociale middenklasse in Nederland van groot belang, bepleit de PvdA-leider. Daar moet, ondanks allerlei verschillen, een gevoel van gezamenlijk belang ontstaan en verbondenheid. Die verbondenheid kan bijvoorbeeld het Nederlanderschap zijn. Cohen: “Ik ben ervan overtuigd dat dit Nederlandgevoel opkwam toen het Afghaans-Nederlandse meisje Sahar dreigde te worden uitgezet. Zij is immers Nederlandse. Op zo’n moment ontstaat saamhorigheid.”

Een bedreiging voor die saamhorigheid, en dus voor solidariteit, is een tweedeling in de samenleving. Cohen: “De huidige regering zorgt voor tweedeling en dat moeten we vermijden. Laten we in plaats hiervan op zoek gaan naar zaken die ons binden en naar wederzijds belang. Dan ontdek je dat het ook óns helpt dat we Griekenland helpen of migranten in Afrika, nog los van het feit of je moet willen dat wij het heel goed hebben en zij heel slecht. Ik ben ervan overtuigd dat alleen eerlijke solidariteit ons helpt om goed om te gaan met de verschillen in Nederland en daarbuiten.”


‘Op school wordt ons al geleerd wat solidariteit inhoudt.’
‘De zoektocht naar solidariteit moeten we nooit opgeven.’

Wel welvarender, niet gelukkiger

VERDIEPINGSGESPREK, FILOSOFIE VAN ONS BRUTO NATIONAAL PRODUCT

‘Filosofie over het Bruto Nationaal Geluk’ wordt een levendige, humoristische en inhoudelijk sterk vraaggesprek tussen Frans Timmermans en Thomas von der Dunk onder leiding van Farid Tabarki. Aanleiding tot deze filosofische beschouwing is een conclusie van onderzoeksbureau Motivation: de Nederlander is welvarender en hoger opgeleid dan ooit maar wordt niet gelukkiger.

Lees meer
Verslag

Wel welvarender, niet gelukkiger

Sprekers

Thomas von der DunkFrans Timmermans

Frans Timmermans verwoordt het zo: “Nederland is dolgelukkig achter de voordeur. Daarbuiten niet. En het ligt allemaal aan de ander.” Thomas von der Dunk: “Mensen zeggen dat ze gelukkig zijn en zijn bang dat dit in de toekomst niet meer zo is.” Timmermans: “Dat zou inderdaad wel eens minder kunnen worden. Niemand was ooit gezonder en beter opgeleid. Maar het lijkt er op dat we collectief bang worden dat iemand iets van ons afpakt. Als we het hebben over onze sociale zekerheid bijvoorbeeld, gaat het tegenwoordig steeds over misbruik. Dit was toch altijd een vangnet? Iets positiefs? Ik hoor daar niemand meer over.”

Von der Dunk: “Naarmate het veiliger wordt, worden de elementen van onveiligheid uitvergroot. We maken ons nu veel meer zorgen dan vroeger. Over het verkeer bijvoorbeeld. Dat was nog nooit zo veilig. En tegelijk gaan we op zoek naar onveiligheid, zoals bungyjumpen.”
Timmermans: “Ik denk dat de Nederlander veel behoefte heeft aan gemeenschapszin. Dat zie je bijvoorbeeld bij voetbalwedstrijden en toen André Hazes overleed. Vroeger vond je dat bij de kerk. Nu zijn we geïndividualiseerd.” Thomas von der Dunk vindt dat de behoefte aan grenzen onderschat wordt. “In een grenzeloze wereld is niemand gelukkig.”

“Het is een illusie dat meer keuze ook meer vrijheid inhoudt”, beaamt Frans Timmermans. Eigen verantwoordelijkheid nemen is daarbij belangrijk, legt Von der Dunk uit. “Mensen willen rustig wonen en komen daarvoor naar het platteland. Vervolgens gaan ze protesteren omdat ze om vijf uur wakker worden van de varkens die naar buiten gaan… We willen absolute vrijheid en absolute veiligheid. Dat gaat niet samen.”
En regels gelden niet alleen voor ‘de ander’. “Wat zijn de twee grootste ergernissen in het verkeer? Bumperkleven en links rijden. Waarom gaan we bumperkleven? Omdat iemand onnodig links rijdt. Waarom rijden we onnodig links? Om de bumperklever dwars te zitten.”

En hoe nu verder? De babyboomers zijn druk met het opeisen van hun eigen rechten. Maar ze moeten de jongeren helpen de instituties over te nemen. De jonge generatie is bereid om offers te brengen en de maatschappij duurzamer te maken. De babyboomers kunnen daarbij helpen.

Frans Timmermans: ‘De illusie is dat meer keuze meer vrijheid inhoudt.’
Thomas von der Dunk: ‘Wij willen absolute vrijheid en absolute veiligheid. Dat gaat niet samen.’

Terug in de klas voor een debat

DEBAT, LAGERHUIS JONGERENDEBAT

Voor één keer zaten middelbare scholieren van RSG Simon Vestdijk in Harlingen weer in een basisschoolklasje. Niet om te leren, maar om te debatteren over veiligheid, gezondheid en het belastingstelsel. Onder leiding van Froukje Jansen en Wibo van de Linde lieten de praattalenten van zich horen. “Als er iemand wordt vermoord, zit heel die familie daarmee. Je kunt het dus beter voorkomen.”

Lees meer
Verslag

Terug in de klas voor een debat

Stelling één: ongezond leven is een recht. Nog voordat het rondkijken naar elkaar kan beginnen, staat de jongen met het netste jasje op. “Kijk,” zegt hij, “iedereen mag zelf bepalen hoe hij leeft. Maar daar moet je dan wel extra voor betalen.” Over hoe dat dan getoetst en bijgehouden moet worden, verschillen de meningen: een extra taks op sigaretten, een psychologisch onderzoek in hoeverre roken een ziekte is.
Pas als Froukje Jansen vraagt wie er in deze klas allemaal roken, valt het weer even stil. Twijfelend komt er een aantal vingers omhoog. Wat vinden die rokers ervan als ze meer zouden moeten betalen? Met extra betalen is niet iedereen het eens, maar wel zou de niet-roker voorrang moet krijgen om behandeld te worden als hij ziek is.

De tweede stelling: hogere straffen zorgen voor minder misdaad. De hele groep is het er over eens dat voorkomen beter is dan straffen. “Als er iemand wordt vermoord, zit heel die familie daarmee. Je kunt het dus beter voorkomen.” Maar als de misdaad dan toch plaatsvindt? “Een straf moet vooral proportioneel zijn,” zegt de jongen in donker overhemd en krullen. “Als ik voor wildplassen zo’n, weet ik veel, 1.000 euro boete zou krijgen, zou ik dat wel onrechtvaardig vinden. Dan zou ik geneigd zijn om het nog een keer te doen, uit wraak. En dan tegen het politiebureau.” De zaal lacht, tevreden gaat de jongen weer zitten.

Orgaandonatie dan. Moet het verplicht worden? “Je kunt het niet verplichten, want dan kom je aan de mensenrechten. En anders is er altijd nog wel een of andere Europese grondwet of zo die het verbiedt.” Oké, maar moet je wel kunnen bepalen naar wie je organen gaan? “Ik wil niet dat een alcoholist met mijn lever loopt.”

Een meisje: ‘Als ik dood ga, dan boeit het mij echt niet hoe ik het graf in ga. Ze mogen alles van me hebben.’
Een ander meisje: ‘Ik ben Lotte en ik zeg: we hebben het best goed in Nederland.’

Het Wijckeler Hop in 't Fries en Nederlands

DICHTEN MET TSJÊBBE HETTINGA

Alle gedichten die Tsjêbbe Hetinga heeft geschreven zijn vertaald in het Nederlands. Hij bekent dat hij, ondanks zijn studie Nederlands in Groningen, niet kan dichten in het Nederlands. “Ik ben opgegroeid met het Fries. Op latere leeftijd leerde ik Nederlands, op de lagere school. De emotie die bij een taal hoort, kan ik daarom niet in het Nederlands verwoorden.” Zijn werk is vertaald in samenwerking met Benno Barnard, dichter, essayist, toneelschrijver en vertaler. Blader verder voor de eerste strofe van Het Wijckeler Hop in het Nederlands én Fries.

Lees meer
Verslag

Het Wijckeler Hop in 't Fries en Nederlands

Sprekers

Tsjebbe Hettinga

Het Wijckeler Hop (NL)

En weer op de vlucht voor de lekkende kraan
Van het verdriet, met een dorst in de keel
Van iets dat nooit te verslaan zal zijn, maar ook
Met een verlichting die zich samenbalt
In het kruis dat ik draag van terp naar terp, van
Drijftil naar drijftil, van paardestal naar
Havensteden vol van schraapzuchtig krijsen,
Strijk ik op de brede berm neer bij het
Wijckeler Hop; mijn botten op aarde, nog
(Gelijk mannen op vakantiekiekjes
Bewaard van voor een erg verschoten oorlog:
Een hand onder het hoofd, een hoge knie).
Het gras, gemaaid, ruikt nog naar het eerste hooi.
Het is zwoel; de rook van mijn sigaret
Wil evenmin bij mij weg als de kop van
Een vrouw uit Sloten die als een engel
Door mij heen zag, toen ze mij een glas cognac
Had geserveerd. En in de heiïgheid
Boven het veld, de dreigende lucht, zie ik
De vlucht van de vogel die roept: Qui-vive.


It Wikeler Hop (Fries)

En wer op 'e flecht foar de lekkende kraan
Fan it fertriet, mei in toarst yn 'e hals
Fan eat dat nea te ferslaan wêze sil, mar
Ek mei in ferljochting dy't gearballet
Yn it krús dat ik draach fan terp nei terp, fan
Sompe nei sompe, fan hynstestâl nei
Havenstêden fol ynklauwerich kriten,
Stryk ik op de brede berm del by it
Wikeler Hop; bonken op 'e ierde, noch,
(As guon manlju op fakânsjekykjes
Noch oer fan foar in slim fersketten oarloch:
Hân ûnder 'e holle, knibbel omheech).
It meande gers rûkt noch nei it earste hea.
Brodzich is 't, en de reek fan 'e sigret
Wol likemin by my wei as de kop fan
In faam út Sleat dy't my as in ingel
Trochseach, nei't se my myn glês cognac serveard
Hie. En ik sjoch yn 'e skierens oer it
Fjild, yn 'e driging fan de ferstoppe loft
De flecht fan 'e fûgel dy't ropt: Kwyt-kwyt.

De boel bij elkaar houden

IN GESPREK MET JOB COHEN

Solidariteit staat voor een nieuwe uitdaging. Het begrip moet opnieuw onder de loep worden genomen. Wat betekent solidariteit in de huidige, individualistische maatschappij? Brokkelt het coöperatieve gedachtegoed af en hoe gaan we hier mee om? Job Cohen: “Onderlinge solidariteit moet een basisprincipe zijn in onze samenleving. Het begrip eerlijkheid moet uitgediept worden.”

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

De boel bij elkaar houden

Sprekers

Job Cohen

Job Cohen, fractievoorzitter van de PvdA, is enthousiast over de Conventie van Achlum: “Een gouden initiatief. Het is goed om de discussie met elkaar aan te gaan. Solidariteit is belangrijk. We moeten samen opnieuw bedenken wat solidariteit precies is. Eerlijkheid is het belangrijkste onderdeel van solidariteit.” Cohen omschrijft solidariteit ook wel als ‘de boel bij elkaar houden’. “De maatschappij wordt steeds individualistischer. Veel mensen zien dat als verworven vrijheid. Toch is de basis van een prettige samenleving solidariteit. Als mensen solidair met elkaar omgaan en samen de schouders eronder zetten voorkom je tweedeling in de maatschappij. In onze samenleving liggen verschillende gevaren op de loer. Het grootste gevaar is juist die tweedeling. Hoger- en lager opgeleiden, grote inkomensverschillen, ‘wij-zij gevoelens’, meer en minder kansen tot ontplooiing.”

In het gesprek komen al snel voorbeelden van afbrokkelende solidariteit aan de orde. Jos Boelhouwer, onderwijzer uit het Friese dorp Katlijk heeft een zoon die gebruikmaakt van de Wet werk en arbeidsondersteuning jongehandicapten (Wajong): “Mijn zoon werkt en ontvangt momenteel 70 procent van het minimum loon. Hij kan hiervan nauwelijks rondkomen, laat staan op zichzelf wonen. Ik betaal zijn ziektekostenpremie. Hij ontleent zijn maatschappelijke status slechts aan de gebruikte auto die hij van zijn opa heeft gekregen.” Job Cohen geeft aan dat het heel belangrijk is dat jonggehandicapten een rol kunnen spelen in onze samenleving. Werkgevers hebben hierin een belangrijke taak. “De oplossing is niet; laat ze het maar zelf opknappen en nog meer bezuinigen. Dit voorbeeld is een serieus probleem. In deze groep moet geïnvesteerd worden; een vorm van solidariteit. De belangrijkste pijlers waarop solidariteit rust zijn eerlijkheid, bestaanszekerheid en saamhorigheid.”

Grootste bedreiging voor onderlinge solidariteit zijn volgens Cohen de megabezuinigingen die het kabinet wil doorvoeren. Je krijgt dan een maatschappij waarin ieder voor zich denkt en doet. Een duidelijk voorbeeld van een bezuiniging die juist de zwakkeren treft is volgens Cohen de zogenaamde ‘IQ maatregel’. Mensen met een IQ tussen de 70 en 85 mogen, als het aan dit kabinet ligt, geen aanspraak meer maken op de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. De regering moet juist blijven investeren in groepen mensen. De verschuiving van zorg vanuit de centrale overheid naar lokale overheden noemt Cohen als goed voorbeeld van solidariteit. De lokale overheid staat veel dichter bij de burger. Maar bezuinig niet al te veel op zorg, dat brengt het oorspronkelijke doel in gevaar. Bij de sociale voorzieningen in Nederland speelt solidariteit volgens Job Cohen een belangrijke rol. "Het is belangrijk om te kijken op welke schaal je deze voorzieningen presenteert. Doe je dit op landelijk of juist op regionaal niveau?”

Een ander aspect van solidariteit in onze samenleving gaat over de integratie van immigranten. Meer kleur in onze samenleving is goed. Maar immigratie levert ook problemen op en daar moet aan gewerkt worden. Er is geen goede balans. Immigranten moeten meedoen aan onze samenleving, Nederlander willen worden. “Als je je openstelt voor elkaar wordt het wederzijds begrip helderder. En het maakt tegelijkertijd het integratieproces eenvoudiger.”

Job Cohen: ‘Ik doe de dingen zoals ik denk dat ze goed zijn. Ik wil een positieve bijdrage leveren aan onze maatschappij. Zonder hard te zijn en met fatsoen.’
Job Cohen: ‘Ik heb het al veel vaker gezegd; we moeten de boel bij elkaar houden.’

De hartslag van personages in woorden

SCHRIJVEN MET HYLKE SPEERSTRA

Hylke Speerstra is een drietalige schrijver. Hij heeft boeken geschreven in het Fries, Nederlands en Engels. In zijn boeken legt hij de levensverhalen van allerlei mensen vast. Daarbij probeert hij de hartslag van zijn personages in woorden te vatten.

Lees meer
Verslag

De hartslag van personages in woorden

Sprekers

Hylke Speerstra

Speerstra leest voor uit ‘Het wrede paradijs’, ‘It wrede paradys’; de levensverhalen van 85 emigranten die Friesland verruilden voor Australië en Brazilië. Hij schrijft over de successen, maar ook over de levensgeschiedenissen van de minder succesvolle emigranten. De schrijver vertelt over de interviews voor het boek: “Ik luister naar de hartslag van de geïnterviewde en hoop deze weer te kunnen geven met mijn pen.” Het vertalen van het Fries naar het Nederlands is volgens Speerstra een kunst op zich. “Taal is emotie. Dat moet je kunnen overbrengen.”

Hij eindigt zijn voordracht met het Sinterklaasverhaal in het Fries. Hylke Speerstra is opgegroeid met de verhalen uit de streek en de legendes die de ronde doen in noordelijk Nederland. Het Sinterklaasverhaal is er daar één van. Het verhaal gaat over een rijke knappe boerin die weduwe is geworden. Voor het zware werk heeft zij een boerenknecht in dienst. De boerenknecht is heimelijk verliefd op de boerin, maar weet dat die liefde nooit beantwoord kan worden. Stiekem is de boerin ook verliefd op de knecht, maar ook zij weet dat ze nooit met hem kan trouwen: hij is immers haar knecht. De knecht blijft de boerin op afstand bewonderen, zijn onbereikbare liefde. In december vraagt de boerin of de knecht een keer zijn schoen wil zetten bij de schouw, vanwege Sinterklaas. Hoewel de knecht niet in Sinterklaas gelooft en in eerste instantie tegensputtert, zwicht hij uiteindelijk. De volgende ochtend vindt hij de boerin staande in zijn klompen en vaaf dat moment weet hij dat de liefde wel degelijk wordt beantwoord. “En”, sluit Speerstra af, “ze leefden nog lang en gelukkig.”

Hylke Speerstra: ‘Als Russisch perfect vertaald kan worden, waarom Fries dan niet?’
Hylke Speerstra: ‘Er zijn wel een miljoen verhalen waar je de Nobelprijs mee kunt winnen. Ieder mens is wel een boek, als je maar weet hoe je zijn verhaal moet opschrijven.’

Een kijkje in het belangrijke jaar 1811

FRYSLAN 1811

1811 was een belangrijk jaar voor Friesland en voor heel Nederland. Boer Ulbe Piers Draisma richtte de Onderlinge Waarborgmaatschappij ‘Achlum’ op, waardoor 39 boeren voor het eerst tegen brand verzekerd waren. Het is de oorsprong van het huidige Achmea. Maar er gebeurde veel meer in 1811. Ook werden voor het eerst de namen van burgers ingeschreven bij de burgerlijke stand. Een lesje over de herkomst van namen als Dijkstra,De Vries en Postma. En Draisma natuurlijk.

Lees meer
Verslag

Een kijkje in het belangrijke jaar 1811

Sprekers

Theo Kuipers

Theo Kuipers is verbonden aan het Fries historisch en letterkundig centrum Tresoar. Hij is de gedreven projectleider van Fryslan 1811 en geeft ons een kijkje in het belangrijke jaar 1811. Naast de invoering van de militaire dienstplicht werd ook inschrijving bij de burgerlijke stand verplicht. Gegevens over huwelijken, geboortes en overlijden bleven zo voor het nageslacht bewaard. Ook familienamen werden geregistreerd. Mensen moesten dus een familienaam kiezen. Dat laatste is duidelijk de passie van Theo Kuipers. Hij heeft een lijst meegenomen, met daarop de namen van de eerste inwoners van Achlum. Waar kwamen die namen vandaan? Waarom kozen ze voor een bepaalde naam?

De meest voorkomende namen in Achlum waren Dijkstra, De Vries, De Boer en Postma. Namen werden vaak samengesteld uit een voornaam (Reinalda, Hettevan, Adema, Sietsema). Dit zijn zogenaamde patroniemen. Plaatsnamen werden ook vaak gebruikt (toponiemen), zoals Dijkstra, Hoogterp, Wiersma en Terpstra. Wier en um (Achl-um) zijn andere woorden voor terp, en die kom je in dit gebied dus vaak tegen. Net als namen eindigend op stra en ma (Draisma!). Leuk om te weten: de Tanjabuurt waar Kuipers zijn voordracht houdt, is vernoemd naar de familie Tanja die in deze buurt woonde. Ook werd vaak een beroep in de naam verwerkt en, om het nog interessanter te maken, vertaald in het Latijn: Faber (smid), Nauta (zeeman), Agricola (boer). Ook bijnamen werden als familienaam ingeschreven: de Beer, Watweer (wat nu weer).
Maar hoe zit het met Ulbe Piers Draisma? Zijn achternaam komt waarschijnlijk van een draaiende plank over het water bij de boerderij waar hij woonde. Maar kan ook afgeleid zijn van een beroep, zoals draaier (timmerman, houtbewerker). Ulbe Piers Draisma was een maatschappelijk betrokken man. Dat blijkt uit zijn bemoeienis met de waterschappen. Hij zorgde ervoor dat de Achlumse vaart werd ‘geslat’ (uitgebaggerd). Zo ontstond een betere doorstroming en liep het land niet telkens onder. Ook zamelde hij geld in om Achlumse jongens vrij te kopen van militaire dienstplicht. De oprichting van het Onderlinge Waarborgfonds ‘Achlum’ kwam als geroepen voor de boeren die last hadden van branden. Ulbe Piers Draisma was solidair met de mensen in zijn eigen omgeving.

Over de rijke historie van Friesland valt veel te vertellen en dat doet Theo Kuipers dan ook. Voorzien van allerlei kaarten en boeken houdt hij zijn gehoor ruim drie kwartier aan hun stoelen gekluisterd. Vele anekdotes en een stroom van namen en jaartallen vuurt hij op ons af. Als een paal boven water staat dat 1811 niet zomaar een jaar was en Ulbe Piers Draisma niet zomaar een man. Hij zorgde voor verbeteringen in de leef- en werkomstandigheden van de mensen in zijn omgeving. Over solidariteit gesproken.

‘In 1811 waren 70 woningen en 1 kerk in Achlum geregistreerd. 91 hoofdbewoners, 34 dienstbaren en 75 kinderen. In totaal 56 familienamen.’

Ik ben trots op ‘mijn’ Achlum

IN GESPREK MET BURGEMEESTER FRANEKERDEEL

Fred Veenstra is burgemeester van Franekeradeel, waarvan Achlum deel uit maakt. Hij schetst de problemen die in de gemeente spelen. Maar er is ook ruimte voor de inwoners van Achlum om hun persoonlijke zorgen met hem te delen. Het wordt vooral een discussie over regelgeving.

Lees meer
Verslag

Ik ben trots op ‘mijn’ Achlum

Sprekers

Fred Veenstra

Burgemeester Fred Veenstra is trots op ‘zijn’ Achlum. Het is een van de mooiste dorpjes in Friesland: “Het adres waar we nu zitten, is zelfs beschermd dorpsgezicht.” Maar in Franekeradeel speelt een aantal problemen waaraan het college van B&W het hoofd moet bieden.

Het eerste probleem is de bodemdaling door de zoutwinning. De bodem is al 30 tot 40 centimeter gezakt, en er is geen geld om er wat aan te doen. De zoutwinning gaat nog door tot 2020, dus het probleem blijft bestaan. De gemeenteraad wil niets liever dan stoppen met de zoutwinning. “Maar de belangen zijn groot. In de winter moet er zout zijn om de wegen te strooien. En dus gaat de zoutwinning door”, legt de burgemeester uit.

Een ander probleem heeft te maken met de bezuinigingen die alle gemeenten van Nederland treft. Op 1 juni gaat bijvoorbeeld het zwembad in Franeker dicht. Dat levert 350.000 euro op, maar: “Hiermee stellen we veel mensen teleur”, zegt de burgemeester. “En de volgende stap is dat we moeten nadenken of de schouwburg, de bibliotheek en de muziekschool wel open kunnen blijven.”

Een derde probleem vindt de burgemeester persoonlijk niet zo’n vreselijk groot probleem. “Door het samengaan van gemeenten is er sprake van steeds meer schaalvergroting. De vraag is of dat erg is. Ik denk persoonlijk van niet. Gemeentegrenzen zeggen niet zoveel. Het gaat om de gemeenschapszin in de dorpen.”

Waar hij zich meer zorgen over maakt, is de bevolkingskrimp en de vergrijzing. “Er worden steeds minder kinderen geboren. In Achlum zijn nog twee basisscholen, maar in de dorpen eromheen sluiten steeds meer scholen hun deuren. De regio vergrijst.” Sommige aanwezigen hopen dat ze de jongeren die zijn vertrokken uit de regio kunnen ‘verleiden’ om terug te komen. Maar een ander is daar weer somber over. “Dat lukt niet, want er is hier niks.”

Eén van de aanwezigen ervaart een heel ander probleem. Hij vindt dat er te veel regels zijn, bijvoorbeeld op het gebied van vergunningen. De burgemeester begrijpt dat wel, maar: “Objectief gezien is het aantal regels juist minder geworden. Er mag meer dan voorheen. Voor een dakkapel aan de achterkant van je huis heb je geen vergunning meer nodig.”

Hoe kan het dan dat mensen helemaal niet merken dat er minder regels zijn? De burgervader denkt dat dat vooral met communicatie heeft te maken. “Een gemeenteambtenaar moet adviseur zijn. Hij moet goed uitleggen welke dingen wel kunnen en welke niet.” Hij is daar eerlijk in: “Sommige ambtenaren kunnen dat beter dan anderen. Er zijn ambtenaren die meer verstand hebben van regels dan van communicatie. Alle ambtenaren moeten leren om met burgers te communiceren.” De gemeente probeert de contacten met de burgers te verbeteren door de inrichting van een klantcontactcentrum. Alle telefoontjes komen binnen op één plek. De meeste vragen worden in één keer beantwoord. De rest wordt naar de juiste plek doorgeleid.

Fred Veenstra wil ook graag de positieve aspecten van zijn gemeente benadrukken. Een daarvan is de ruimte die de gemeente de bewoners van de dorpen biedt om hun eigen visie te ontwikkelen en met eigen plannen te komen. “Zo is hier in Achlum het dorpshuis tot stand gekomen”, vertelt hij. En misschien kunnen sommige problemen van de gemeente ook wel ten goede worden gekeerd. Een van de aanwezigen stelt voor: “Misschien kan Achmea het zwembad sponsoren?”

Fred Veenstra: 'Een gemeenteambtenaar moet adviseur zijn. Hij moet goed uitleggen welke dingen wel kunnen en welke niet.'

Waarom werk doen waar anderen geen zin in hebben?

DE ONMISBARE VRIJWILLIGER

Een op de drie Nederlanders doet wel eens vrijwilligerswerk, maar is dit genoeg? En zijn huidige organisaties wel ingericht op de nieuwe generatie vrijwilligers? Een huiskamergesprek met Jelle Nammensma (Humanitas) en Margriet de Leeuw (Vrijwilligers Netwerk Veenendaal).

Lees meer
Verslag

Waarom werk doen waar anderen geen zin in hebben?

Sprekers

Jelle NammensmaMargriet de Leeuw

In aantallen is het vrijwilligerswerk niet toe- of afgenomen volgens De Leeuw. De vrijwilliger zelf is wel veranderd en vooral uit op een win-winsituatie. Een goed gevoel eraan overhouden, iets leren of het staat goed op het cv zijn redenen voor mensen om vrijwilligerswerk te doen. Daarnaast werken vrijwilligers tegenwoordig liever projectmatig in plaats van zichzelf gewoon bij een organisatie weg te zetten. “Daardoor ontbreekt de continuïteit”, zegt Nammensma. “Maar goed, we moeten meegaan met de maatschappij en ons daarop aanpassen.”

Organisaties moeten vooral begrijpen waarom een vrijwilliger juist bij hen aanklopt en hem een taak geven die bij de betreffende vrijwilliger past. De Leeuw is hier heel duidelijk in: “Vrijwilligers zijn er niet om werk op te knappen waar anderen geen zin in hebben. Ze komen om zelf iets te leren, het leuk te hebben, ergens bij te horen of werk te doen dat zij belangrijk vinden. Als organisaties hier niet in meegroeien krijg je sterfhuisconstructies. Je kunt je afvragen of dit erg is want als een organisatie niet meegroeit en aantrekkelijk is voor vrijwilligers, heeft deze dan wel bestaansrecht?” De Leeuw vertelt dat hoogleraar vrijwilligerswerk Lucas Meijs vrijwilligers ziet als kapitaalgoed en een natuurlijke hulpbron. “Daar sluit ik me helemaal bij aan. Organisaties moeten goed met deze mensen omspringen, want een slechte ervaring kan ervoor zorgen dat iemand nooit meer vrijwilligerswerk doet.”

Naast het niet meegroeien van organisaties met de maatschappij is er nog een tendens: de verschraling van de gezondheidszorg. Ziekenhuizen professionaliseren en ontdoen zich van vrijwilligers omdat ze bang zijn voor fouten. Terwijl vrijwilligers net die aandacht geven aan patiënten waar het personeel geen tijd voor heeft. Een oplossing kan zijn om vrijwilligers de juiste training te geven.
Een ander probleem is volgens Nammensma dat de overheid zich steeds meer terugtrekt. “Met de nieuwe Wmo en de mantelzorg moet iedereen zijn eigen zorg regelen waardoor het lastiger is om vrijwilligers te vinden. De mensen hebben immers thuis al hun handen vol.” Veel professionele banen worden door de overheid teruggedraaid naar vrijwilligerswerk. Hier maakt de overheid volgens De Leeuw nog een fout; het doen van vrijwilligerswerk is een individuele beslissing. De overheid mag dit niet van bovenaf bepalen; dan vervalt immers de vrijwillige basis.

De Leeuw: ‘Als je zelf het werk niet wilt doen, kun je niet verwachten dat een vrijwilliger dit voor je doet.’

Het begrip solidariteit is uitgehold

IN GESPREK MET BAS HEIJNE

Bas Heijne, columnist van NRC Handelsblad, publiceerde onlangs 'Moeten wij van elkaar houden? Het populisme ontleed'. Heijne spreekt over zijn boek, populisme, solidariteit en zijn zorgen over de ontwikkeling van Nederland.

Lees meer
Verslag

Het begrip solidariteit is uitgehold

Sprekers

Bas Heijne

“Ik heb altijd al een groot gezin willen hebben”, vertelt Bas Heijne lachend als hij de grote opkomst in de huiskamer van de familie Huizinga ziet. En hij steekt meteen van wal. Gedreven vertelt hij over het begrip solidariteit. “Het begrip solidariteit is uitgehold. Mensen voelen zich niet meer met elkaar verbonden. En er is wantrouwen. Neem het volgende voorbeeld. Je gaat met een groep uit eten. Je spreekt af de kosten te delen, maar als één iemand wel erg veel drankjes bestelt én een extra toetje, geeft dat ongemak.”

Volgens Heijne lijdt Nederland aan het verlies van gemeenschapsgevoel. “Toen ik opgroeide moest je individu zijn. Een groep was negatief. Het resultaat zie je terug in het Nederland van nu, met veel nadruk op vrijheid en het individu. Vroeger was de sociaaldemocratie nog een bindmiddel.” Hij ziet nu wel een nieuw verlangen naar samenhang ontstaan. “Het scheelt al veel als mensen het gevoel hebben dat ze deel uitmaken van de samenleving.” Op dat punt heeft bijvoorbeeld de koningin bij haar bezoek aan Limburg kansen laten liggen, vindt hij. Ze had het niet over ‘dit prachtige Limburg’ en daarmee sprak ze de Limburgers niet aan.

Heeft de grootte van een groep invloed op het solidariteitsgevoel, vraagt iemand zich af. Bas Heijne: “Als de groep groter wordt, verliezen mensen het overzicht. Maar als je je niet meer op je plek voelt, ga je je eigen groep weer opzoeken. Mensen hebben van nature wel de hang om naar groepen toe te trekken. Als ze de groep maar niet gebruiken om zich aan de maatschappij te onttrekken.” Dat zie je bijvoorbeeld gebeuren met de discussie rond het dragen van hoofddoekjes.
Tegelijkertijd stelt Heijne: “Het begrip solidariteit is uitgehold, wat betekent het eigenlijk nog?” We hebben dan wel een gelijkheidsbeginsel (het homohuwelijk, dragen van hoofddoekjes), maar dat is niet genoeg. Uit de zaal komt de reactie dat solidariteit in deze tijd betekent dat we onze portemonnee moeten trekken. Voor Griekenland bijvoorbeeld. Heijne reageert: “Vraag je dan daarbij eens af of de Grieken ook solidair met ons zouden zijn.”

Bas Heijne :‘Het begrip solidariteit is uitgehold. Mensen voelen zich niet meer met elkaar verbonden.’
Bas Heijne: ‘Het scheelt al veel als mensen het gevoel hebben dat ze deel uitmaken van de samenleving.’

Trends voor de komende jaren

IN GESPREK MET DE RAAD VAN BESTUUR VAN EUREKO/ACHMEA

Het gesprek met de Raad van Bestuur van Eureko/Achmea is helemaal open. De aanwezigen mogen alles vragen wat ze willen weten van Gerard van Olphen (CFO) en Jeroen van Breda Vriesman. De vragen gaan over preventie, rentmeesterschap en trends voor de komende jaren.

Lees meer
Verslag

Trends voor de komende jaren

Sprekers

Gerard van OlphenJ van Breda Vriesman

De eerste vragensteller wil meer weten over preventie. Kan er een preventiebudget in de basiszorgverzekering worden opgenomen? Jeroen van Breda Vriesman: “De basisverzekering wordt samengesteld door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Preventie in de basisverzekering kan alleen als het de kwaliteit van de zorg verbetert, en de zorg beter betaalbaar maakt. Een voorbeeld: deze week is bekend geworden dat onderzoek naar darmkanker in een vroeg stadium in het basispakket komt. Daar is Achmea erg blij mee. Hiermee voorkomen we 2.000 doden en heel veel ellende per jaar. Dit is een preventieve maatregel die iets oplevert. Preventieve maatregelen als gezonder eten of meer sporten zijn ongeschikt voor de basisverzekering. Je kunt namelijk niet exact meten wat dat oplevert. Natuurlijk moeten we wel samenwerken met andere partijen als het gaat over dit soort onderwerpen.”

Een andere deelnemer aan het gesprek heeft een vraag over de coöperatieve achtergrond van Achmea. Hoe zichtbaar is die nou eigenlijk? Gerard van Olphen: “Wij vinden rentmeesterschap belangrijker dan winst op korte termijn. Een aantal concrete voorbeelden. Achmea heeft ‘Goed Genoeg’ ontwikkeld, een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zzp’ers. Deze verzekering is ontwikkeld door een aantal zzp’ers zelf. Zij wilden maar een beperkt aantal risico’s verzekeren, om zo een lagere premie te betalen. Als verzekeraar heb je de neiging te veel te verzekeren. Terwijl in dit geval een zzp’er daar helemaal niet op zit te wachten."

"Een ander voorbeeld is Inshared", gaat Van Olphen verder. "Dit is een coöperatieve verzekeraar op internet. Als er veel schades zijn, heb je als klant pech. Maar als er minder schade is, krijgt iedere verzekerde een bedrag terug. Een derde voorbeeld is de site onderling.nl, een initiatief van FBTO. Op deze site kunnen klanten discussiëren over schadegevallen. Als de meerderheid van de bezoekers aan de site vindt dat een schade vergoed moet worden, dan doet FBTO dat.”

Een volgende vragensteller heeft meteen de lachers op zijn hand. Hij wil namelijk weten wat de trends voor de komende 200 jaar zijn. Zo ver vooruit kijken is moeilijk. Toch willen de bestuurders er wel iets over zeggen. Van Breda Vriesman: “Schadeverzekeringen worden anders. Het gaat steeds meer over de vraag welke risico’s een individu wel zelf wil lopen, en voor welke hij zich verzekert. In de zorg gaan de kosten extreem hoog oplopen. En in de leven- en pensioenverzekeringen gaat de solidariteitsdiscussie ook spelen. Ouderen vinden dat ze recht hebben op hun pensioen, maar jongeren subsidiëren de ouderen.”

Van Olphen: “Ik maak me ook zorgen. Nederland is een rijk land, en heeft dus veel te verliezen. Dat maakt ons behoudend; we doen de ramen dicht. Daarnaast slagen we er als samenleving niet in om echt grote problemen op de agenda te krijgen, zoals zorg en de woningmarkt.”
Van Breda Vriesman: “Ook de arbeidsmarkt is een probleem. Ik ben blij met jonge mensen uit het buitenland. Het is een zegen, die instroom. Door de vergrijzing hebben we die mensen hard nodig.”

Gerard van Olphen: ‘Ook na deze dag blijft Achmea mensen bij elkaar halen om te praten over wat er leeft.'

Over het (levens)belang van vers voedsel

KABINET VAN VERNIEUWING (2)

Minister van Verantwoord Eten Rob Baan en minister van Gezond Doodgaan Peter van der Spek van het Kabinet van Vernieuwing praten over het (levens)belang van het eten van vers voedsel en het in kaart brengen van DNA-profielen. “Als ‘je bent wat je eet’ klopt, moeten de ministeries van Landbouw en Volksgezondheid fuseren.”

Lees meer
Verslag

Over het (levens)belang van vers voedsel

Sprekers

Peter van der SpekRob Baan

Peter van der Spek en Rob Baan hebben hetzelfde doel voor ogen: aan de voorkant informatie geven zodat je aan de achterkant minder hoeft te repareren. Peter van der Spek is hoogleraar en hoofd bio-informatics aan de Erasmus Universiteit. Hij houdt zich bezig met het in kaart brengen van DNA-profielen van kankerpatiënten. Hij vertelt over het belang van zijn onderzoek: “Kinderen met een erfelijk aangeboren afwijking hebben een foutje in het DNA, dit noemen we genetische mutatie. Van de kankerpatiënten wordt 1 op de 100 geboren met een aangeboren afwijking. Maar 1 op de 3 tot 4 mensen gaat dood aan kanker.” Met een betere diagnostiek kun je volgens hem mensen makkelijker in groepjes indelen in plaats van ze op één grote hoop te gooien. Zo krijgen patiënten gerichte medicatie. “Minder bijwerkingen en een legere wachtkamer is dan het resultaat. Nu krijgen patiënten vaak dure medicijnen voorgeschreven die niet werken.”

Rob Baan is eigenaar van Koppert Cress en houdt zich bezig met het maken van producten met een hoge inhoudsstof. Hij vindt dat we verkeerd naar ons voedsel kijken. De focus op voedselveiligheid is volgens hem doorgeslagen. De overheid kijkt alleen maar naar hoe veilig voedsel is in plaats van naar de inhoudstoffen. Terwijl juist die inhoudstoffen belangrijk zijn voor het menselijk lichaam. Met goede inhoudsstoffen bouw je weerstand op en bescherm je jezelf tegen ziektes. “Een beest moet eten wat bij zijn lichaam hoort, doet hij dit niet dan krijg je ziektes, dat geldt ook voor ons.” Volgens Baan passen binnen ons dieet voornamelijk planten en af en toe vis of vlees. “Wat dat betreft verschillen we maar 0,2 procent met de holenmens van 170.000 jaar geleden.” Baan: “Ik daag de wetenschap uit om niet aan de achterkant de cellen te repareren die fout zijn maar aan de voorkant informatie te geven zodat mensen weten hoe je goed moet eten.”

Interessante informatie, maar hoe breng je dit als burger in de praktijk? Volgens Baan begint het met voedingsleer. Een kind moet op zijn twaalfde gewapend zijn met kennis over voedsel zodat hij zijn leven gezond door komt. Maar de belangrijkste taak ligt bij de overheid. Beide heren zijn van mening dat ministeries meer moeten samenwerken. Als voorbeeld geeft Van der Spek aan dat hij ziet dat veel ministeries investeren in DNA-onderzoek. Er wordt alleen niet samengewerkt of gekeken naar de lange termijn. Volgens Baan moet het ministerie van Landbouw fuseren met het ministerie vanVolksgezondheid. Gezond eten levert immers minder problemen op voor de volksgezondheid. De focus moet daarom aan de voorkant liggen.

Rob Baan: ‘Mensen zijn gemaakt om bijna alleen maar planten te eten en soms iets dat rent, vliegt of zwemt.’

De tucht van de coöperatie behoedt je voor rare avonturen

EEN COOPERATIE, TOEN EN NU

Wat is het nut van de coöperatie? En is deze bedrijfsvorm nog wel van deze tijd? Kees Wantenaar, voorzitter van de Raad van Commissarissen van Friesland/Campina en Paul Overmars, voorzitter Vereniging Achmea, geloven nog helemaal in deze bedrijfsvorm. En zij niet alleen; dagelijks worden ze gebeld door bedrijven die meer willen weten.

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

De tucht van de coöperatie behoedt je voor rare avonturen

Sprekers

Kees WantenaarPaul Overmars

Wat is de essentie van de coöperatie? Voor Paul Overmars gaat het om toetsing en verantwoordelijkheid afleggen. “Voordat de Raad van Bestuur een besluit neemt, toetst ze bij de klanten, vertegenwoordigd door de ledenraad, wat die van de plannen vinden. Ook legt de Raad van Bestuur continu verantwoordelijkheid af aan de ledenraad. Deze klantoriëntatie zit diep in de cultuur van de Raad van Bestuur en zit daardoor diep in onze hele bedrijfscultuur.” Voor Kees Wantenaar is de essentie van de coöperatie Friesland/Campina, de continuïteit voor de melkveehouders. Wantenaar: “Voor ons is de essentie dat de boeren hun melk altijd kunnen afzetten tegen een goede prijs.”

“Je ziet hier mooi de verschillende vormen van een coöperatie”, vertelt Overmars. “Bij Friesland/Campina zijn de producenten de leden van de coöperatie. Bij Achmea zijn de klanten juist de leden. En voor die klanten speelt Achmea een belangrijke rol. Of het nu gaat om pensioenen of zorgpolissen, op langere termijn is het welzijn van die klant verbonden met Achmea. Als hij ziek wordt, wil hij voelen dat wij er zijn; als een arm om hem heen. Dat is cruciaal en wordt door de ledenraad streng bewaakt.”

Hoe borg je dat andere element van de coöperatie, dat de winsten niet wegvloeien? Overmars: “Dat doen we door het via dividend binnen het bedrijf te houden en te gebruiken voor de continuïteit van het bedrijf.” Wat is het verschil met een beursgenoteerd bedrijf dat maatschappelijk verantwoord onderneemt? Overmars: “Het verschil met een beursgenoteerde onderneming blijft altijd dat het beursgenoteerde bedrijf minder voor de lange termijn kan gaan. Wij hebben niet de tucht van de beurs om steeds grotere winsten te boeken. Wij kunnen dus soms verlieslatende projecten die wel in het belang zijn van de verzekerden door laten gaan. We moeten dan wel naar wegen zoeken om de verliezen te beperken, maar we hoeven het niet meteen stop te zetten.” Kees Wantenaar: “Als we beursgenoteerd zouden zijn, zouden wij misschien wel ineens kunnen besluiten om sojamelk te produceren, dat is veel rendabeler. Maar dat zou niet in het voordeel zijn van onze boeren.”

De ledenraad Achmea bestaat uit 95 mensen, terwijl jullie miljoenen klanten hebben, is dat niet een te beperkte afvaardiging? Overmars: “In dit land van ruim 16 miljoen mensen hebben wij een volksvertegenwoordiging van 150 leden. Ik geloof dat het minder gaat om kwantiteit, dan om het serieuze luisteren. Het opzuigen van wat er leeft onder de leden. Ik heb mijn hele leven gewerkt in coöperaties. Mijn ervaring is, als je goed luistert, kom je verdraaid goed te weten wat er onder je klanten leeft.”

Is een coöperatie een toekomstbestendige vorm? Overmars: “Als je kijkt naar welke financiële instellingen tijdens de crisis niet aan het financieel infuus bij de overheid hebben gelegen, dan is dit vrijwel gelijk aan de groep coöperaties. De tucht van de coöperatie behoedt je voor rare avonturen.”

Paul Overmars: ‘Wij kunnen soms verlieslatende projecten, die wel in het belang zijn van de verzekerden, door laten gaan.’
Kees Wantenaar: ‘Als we beursgenoteerd zouden zijn, zouden wij misschien wel ineens kunnen besluiten om sojamelk te produceren, dat is veel rendabeler.'

blik omhoog, in plaats van naar de grond

KABINET VAN VERNIEUWING (3)

Het kabinet van vernieuwing wil een versnelling van de transitie naar duurzaam ondernemen. “Het roer moet om, maar het gaat nog veel te langzaam.”

Lees meer
Verslag

blik omhoog, in plaats van naar de grond

Sprekers

Bernadette SlotboomAart van Veller

Aart van Veller runt in het dagelijks leven het bedrijf ‘Wij zijn koel’, een bureau dat bedrijven begeleidt in het varen van een duurzame koers. Bernadette Slotboom is coördinator van de themakanalen van de Nederlandse publieke omroepen. Zij zijn minister van Jeugd en de minister van Waarheid in het Kabinet van Vernieuwing. “De bedoeling is niet om een kracht tegenover dit kabinet te zetten, maar om het MKB te inspireren tot duurzame vernieuwingen”, vat Aart samen. Volgens hem moet het roer om en is duurzaamheid één van de grootste kansen van de eenentwintigste eeuw. “Maar het gaat nog te langzaam. Wij proberen bedrijven versnelt de transitie naar duurzaam ondernemen te laten maken.”

Hebben we hier te maken met een apostel die opstaat om het verhaal te vertellen dat wij moet volgen? Of Van Veller die apostel is, laat hij in het midden, maar zijn boodschap blijft staan. “Wie denkt dat hij het beter heeft dan zijn overgrootouders?” Een groot deel van de aanwezigen steekt zijn hand op. “Wie denkt dat zijn kleinkinderen het beter krijgen?” De handen blijven naar beneden. “Precies. We moeten stoppen met naar beneden te kijken, naar grondstoffen. Richt je blik omhoog, naar de zon.” Het kabinet van vernieuwing wil tien procent koplopers in de maatschappij als eerste bereiken. Bernadette: “Dat kan via de media. Deze durft nog te weinig een statement voor duurzaamheid te maken. Programmamakers laten het kiezen van een kant liever over aan de gasten van een programma. Het thema is niet echt een speerpunt, zeker niet na de bezuinigen op de omroep en het wegvallen van Link.” Dat is buitengewoon zonde, constateren beiden. “Media kan dé gids zijn in de vertaling van duurzaamheid.”

'Media kan dé gids zijn in de vertaling van duurzaamheid', Bernadette Slotboom.

Contact

Hebt u vragen over de Conventie van Achlum?
Mail uw vraag naar Achmea200jaar@achmea.nl

U ontvangt zo spoedig mogelijk een antwoord.

Inloggen

Wachtwoord vergeten?