De Agenda van Achlum

Speech, Willem van Duin

Op de Conventie van Achlum werd door onze voorzitter van de Raad van Bestuur Willem van Duin tijdens zijn voordracht op het grote podium de ‘Agenda van Achlum’ toegelicht. In zijn voordracht legde hij de uit waarom Achmea de Conventie van Achlum heeft georganiseerd: om het begrip solidariteit nieuw leven in te blazen.

Lees meer
Verslag

De Agenda van Achlum

Sprekers

Willem van Duin

Waarom is Achmea toch zo bezig met het thema solidariteit? Moet je dat soort discussies niet aan de politiek overlaten? Vragen die sommige bezoekers ongetwijfeld zullen hebben gehad. De meeste van hen hebben op de conventie antwoord gekregen. De huiskamergesprekken, discussies en workshops hadden namelijk allemaal een ding gemeen: hoe pakken we gezamenlijk de problemen van ons land op en hoe blijven we daarbij gebruik maken van de belangrijke resultaten die in het verleden al zijn geboekt? Willem van Duin gaf in zijn toedracht van de Agenda van Achlum in een paar kernachtige punten aan waar we in Nederland op moeten letten om onze samenleving leefbaar te houden en wat Achmea daaraan kan bijdragen met haar diepe verankering in werkgebieden als zorg, veiligheid, werk, mobiliteit en pensioenen.

Daarbij legde hij eerst de nadruk op solidariteit in de verzekeringswereld. Verzekeren is een vorm van solidariteit die je met elkaar opbrengt. Uit welbegrepen eigenbelang delen van risico’s die je in je eentje niet kunt dragen. Verzekeren zorgt ervoor dat je kunt doorgaan na een incident, of dat nou een blessure, een inbraak, een brand of het bereiken van je pensioengerechtigde leeftijd is. Die zekerheid brengen we met z’n allen op en daar mogen we best wel wat trotser op zijn. Vervolgens ging hij in op de situatie in de Nederlandse samenleving. Hij constateerde dat er verwijdering en verruwing gaande is onder de mensen. Dat ‘samen leven en solidariteit’ nog wel belangrijk wordt gevonden, maar alleen in eigen kring. Hij definieerde het begrip solidariteit daarbij nadrukkelijk niet als het herverdelen van welvaart, maar het zelf verantwoordelijkheid nemen voor situaties waarbij het individuele belang samenvalt met het collectieve belang. ‘Solidariteit kost niets, maar levert wel wat op. Het vraagt wel om oprechte belangstelling voor de ander. Als we ons daarop richten zal onze kring van solidariteit groter worden en zal het makkelijker worden met elkaar problemen aan te pakken, bijvoorbeeld op gebieden als pensioenen en zorg.’

Van Duin: ‘Achmea werkt al heel lang aan de ambitie om de solidariteit in Nederland te bevorderen. Omdat we meer willen zijn dan alleen een verzekeraar die premies int en schades betaalt. Daarom investeert Achmea in het helpen van mensen om gezonder te gaan leven, in kortere wachtlijsten in de zorg, in preventie van schade door brand, ongevallen en diefstal. Daarom investeren we in begrijpelijke en betaalbare verzekeringen. En in het helpen van onze klanten om te kiezen voor verzekeringen die echt noodzakelijk zijn zonder overbodige producten aan te bieden.’

Van Duin gaf daarbij aan dat veel mensen hiervan al doordrongen zijn, maar ook heel veel niet. En dat we iedereen nodig hebben om de samenleving op een positieve manier te verbeteren en problemen met elkaar aan te kunnen pakken. ‘Verbeter de wereld en begin bij jezelf: om bij te dragen aan een meer solidaire samenleving heeft Achmea haar Agenda van Achlum opgesteld. Deze luidt als volgt:

De ’Agenda van Achlum’

Solidariteit
Wij willen op een positieve manier laten zien dat we gezamenlijk maatschappelijke problemen kunnen oplossen.

Eigen Verantwoordelijkheid
Wij maken het mogelijk dat mensen zelf in staat zijn om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen.

Vertrouwen
Wij omarmen initiatieven die de solidariteit bevorderen en geven zelf het goede voorbeeld.
En bij dit alles staat het Welbegrepen eigenbelang centraal

Welbegrepen Eigenbelang
Wij maken duidelijk dat het individuele belang samenvalt met algemene belangen en dus ieder individu beter wordt van solidariteit. Het gaat dus om welbegrepen eigenbelang.

Willem van Duin: 'Wij als Achmea werken al heel lang aan de ambitie om op een fundamentele manier de solidariteit in Nederland te bevorderen.'

Solidair in de regen

Speech, Bill Clinton

Oud-president Bill Clinton is de oprichter van de William J. Clintonfoundation, die de positieve krachten op aarde wil versnellen. Hij kijkt naar zijn publiek in poncho en zegt: “I love the Netherlands. Nederland is de op twee na grootste investeerder in de Verenigde Staten. En ik ben dankbaar voor onze vriendschaps- en partnerschapsbanden."

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Solidair in de regen

Sprekers

Bill Clinton

“Opmerkelijk”, zegt Clinton over de aanleiding van zijn komst naar Achlum, "is dat dit bedrijf is begonnen met een brandverzekering. De eerste NGO (Non-Gouvermentele Organisatie) in Amerika was de vrijwillige brandweer, 225 jaar geleden in Philadelphia. Er was geen geld voor een brandverzekering, dus de mensen runden die samen. We hebben veel gemeen."

De oud-president van de Verenigde Staten is gevraagd om te spreken over dat ene thema: solidariteit. En hij zegt: "Als je wilt weten wat daarvan de betekenis in de 21ste eeuw is, moet je je eerst afvragen: wat is het wezen van onze tijd? Welke wereld wil je aan je kinderen nalaten? Hoe ga je dat doen? En wie moet het doen?"
Het antwoord: "Onze eeuw is een eeuw waarin de onderlinge samenhang steeds duidelijker wordt. Ik vertelde mijn vrouw en dochter laatst dat ik afstam van de Neanderthalers. Ze waren niet verbaasd. Maar wel toen ik zei dat zij er óók van afstammen. Vorig jaar is ontdekt dat de mens DNA deelt met de Neanderthalers."

En er is meer dat ons verbindt. Hij noemt de ontdekking van een planeet die sterk op de aarde lijkt. Goed nieuws: “Want als we een gemeenschappelijke vijand op aarde hebben, zullen we ons veel solidairder met elkaar voelen." Maar het gaat er natuurlijk om onze gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen en de positieve krachten te versnellen. De beste manier - hij zal er vaker op terugkomen: een goede economie, een goede regering en gezonde NGO's.

Zo komt de oud-president aan bij het werk van zijn eigen William J. Clinton Foundation. Die heeft vier grote doelen: armoede in de wereld terugbrengen, de wereldgezondheid op een hoger plan brengen, economieën versterken, en het milieu beschermen. "Er zijn drie grote wereldproblemen", zegt hij in Achlum: “ongelijkheid, instabiliteit, en klimaatverandering. Wat een oplossing daarvan het meest in de weg zit, is het ontbreken van systemen. In veel landen, zoals Haïti - waar de Foundation het land weer probeert op te bouwen - is helemaal geen systeem. Wij hebben tenminste een dak boven ons hoofd en schoon water, daar hebben ze dat niet. De helft van de kinderen gaat nooit naar school, of wordt verkocht. Dit soort landen heeft systemen nodig. Het meeste van mijn tijd spendeer ik aan het realiseren van systemen.”

Aan de andere kant, vertelt hij, kunnen systemen verouderen. Je zag het aan het financiële systeem in de Verenigde Staten. Mensen die er baat bij hebben, houden er te lang aan vast. Verandering is moeilijk, het lukt alleen als er vertrouwen is. “Iemand in mijn regering zei altijd: “Let’s change. You go first!” En toch. “Ik moet zeggen, als er meer systeem is, als er ergens gezondheidszorg is, en schoon water, dan ben je verbaasd hoe snel veranderingen zich kunnen voltrekken. In Rwanda verdiende 10 procent van de bevolking 268 dollar, in 2010: 1100 dollar."

Terug naar solidariteit. Nederland moet, is zijn advies, zelf bepalen wat zijn eigen, unieke manier is om solidariteit vorm te geven. “Maar onthoud: onze verschillen doen er toe, maar wat we gemeen hebben is veel belangrijker. We delen 99,5 procent van ons DNA met andere mensen. Maar we zijn 99,5 procent van onze tijd bezig met die halve procent waarin we van elkaar verschillen."

“We leven in een tijd waarin we over de hele wereld steeds meer met elkaar te maken krijgen. En waarin bovendien onze onderlinge overeenkomsten steeds duidelijker worden. Toch gaat een miljard mensen met honger naar bed. Als we willen dat hun levenstandaard stijgt, zullen we ervoor moeten zorgen dat hun economie kan groeien. Dat kan alleen door in deze landen goed werkende systemen te helpen realiseren: de overheid, NGO’s. Uit solidariteit. Die is ook in ons eigen belang. We hebben geen andere keus dan de cirkel van onze gemeenschap groter te maken. Dat is hoe de mensheid heeft overleefd.”

‘Let’s change. You go first!’
‘Op de lange termijn wint samenwerking het altijd van conflict.’

We moeten niet bang zijn

GROOT VERHAAL, ADRIAAN VAN DIS

Zet de luiken open, klem je niet te vast aan het vertrouwde, probeer niet bang te zijn. Dat is de boodschap van Adriaan van Dis voor een propvolle Gertrudiskerk in Achlum. Hij staat zijn gehoor vanaf het hoge preekgestoelte te woord. Met vuur en met verve. “Ik kom ook uit een domineesfamilie.”

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

We moeten niet bang zijn

Sprekers

Adriaan van Dis

Een dag na Adriaan van Dis zal predikant Alie Reitsma-Ferwerda er weer staan, de 39ste predikant sinds 1578 – zover gaat het kerkelijk archief terug. Of er tussen die 39 veel zaten met het postuur van Adriaan van Dis is de vraag, want zijn hoofd raakt bijna het plafond van de houten kansel. Zeker als hij zingt van ‘Jappen hier, Jappen daar, vele Jappen zonder haar...’

De insteek van Adriaan van Dis is de verkleurende wereld, de wereld van de migratie. En de lijn die hij daarvoor kiest is een persoonlijke. Hij wandelt door zijn eigen oeuvre. Te beginnen bij ‘Nathan Sid, over het jongetje dat opgroeit tussen twee werelden: verwekt op Sumatra, geboren in Nederland. Een ‘toko’ (blanke) in Bergen aan Zee die daar door de kaaskoppen weer als ‘blauwe’ werd gezien. En die dat laatste ook dolgraag wilde zijn, hij was degene die onder de afwas het hardst de kampliedjes meezong. Precies, over de ‘Jappen zonder haar’.

Het thema van de gespletenheid, de verwarring – de schrijver zocht het verder uit in zijn boeken ‘Indische Duinen’ en ‘Familieziek’. Ouders die een verleden liegen of in ieder geval mooier kleuren – kinderen die alles weten van een land waar ze het minst zijn geweest. Het probleem van veel migrantengezinnen.

Hij vertelt over zijn eigen verlangen om te reizen, de wens om in de Thalys te wonen – je eeuwig te kunnen blijven verwonderen. In zijn studententijd ontdekte hij zo Afrika, met name Zuid-Afrika. Hij ging de taal studeren, sloot zich aan in Parijs bij een internationale verzetsgroep tegen de apartheid, de Solidarité. Maar hij begreep ook het unheimische gevoel van de blanken die in Zuid-Afrka tussen wal en schip vielen. Die zich vreemdeling voelden worden. Maar om dat uitspreken was in de jaren zeventig niet bepaald politiek correct.

Acht jaar gelden verhuisde Adriaan van Dis naar Parijs. Hij verbaasde zich er over de verkleurende stad. Maar hij verbaasde zich misschien nog over de ontkenning daarvan door de blanke elite. ‘C’est pas Paris,’ zeiden ze over de wijken waar ze liever maar niet kwamen. Departement Neuftrois – 15 minuten met de metro, 15 lichtjaren van de mentaliteit van het centrum van Parijs.’ Het schreef het op in De wandelaar, een boek dat eigenlijk voordrong, hij ging erheen om te werken aan een roman over zijn tijd bij de Solidarité. Dat boek kwam daarna, Tikkop. Eigenlijk ook over angst voor het verliezen van je identiteiten, maar nu gesitueerd in zijn geliefde Zuid-Afrika. Over het tegen wil en dank ‘witter’ worden, hoe graag je ook de kleur van je omgeving zou aannemen.

Want hoe reageer je als de nieuwe slager om de hoek zijn vlees anders snijdt; als de broden platter worden? President Sarcozy door 151 gerechten uit ‘de bedreigde Franse keuken’ op de UNESCO-werelderfgoedlijst te zetten. De Italianen door er snel 156 uit hun eigen keuken aan toe te voegen. “Hier vertalen de Twenten het Nieuwe Testament in het Twents en zingen de Friezen ‘Fryslân boppe’.” Volgens Adriaan van Dis is dat de tegenstelling van een wereld die groter wordt en een wereld die zich naar binnen keert. “Maar slechts negen procent van de wereldbevolking is blank” – hij meldt het nog maar even. “En toch doen we alsof die helemaal wit is.”

We klampen ons vast aan onze identiteit, of die helemaal klopt of niet. Een oplossing heeft de schrijver zo ook niet, wel een aanbeveling. Dat we soepel moeten zijn, in ieder geval niet bang; dat we de luiken en ramen open moeten zetten. “Misschien zitten we dan even op de tocht”, zegt hij met een milde blik op zijn gemeente... “Maar dat went.”

'Slechts negen procent van de wereldbevolking is blank en toch doen we alsof die helemaal wit is', zegt Adriaan van Dis.

Pas op de plaats

GROOT VERHAAL, FEMKE HALSEMA

Nederland is zichzelf opnieuw aan uitvinden, aan het ‘grondvesten’. “En dan begin je met de vraag: wat is je het meest dierbaar?”, zegt Femke Halsema. En, ja, ze gelooft in een goede afloop, als paniek en defaitisme maar niet de overhand

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Pas op de plaats

Sprekers

Femke Halsema

Onderweg naar Achlum realiseerde Femke Halsema zich weer hoe ordentelijk dit land is. Goed onderhouden wegen, verkavelde grond, zorgvuldig gegroepeerde windmolens, het resultaat van liniaalwerk, eindeloos overleg en langdurige procedures. “Wat is het hier kalm”, glimlacht ze. Om zich daarna hardop af te vragen: “Hoe kan het dan dat dit land geobsedeerd is door incidenten en relletjes; door angst voor de komst van de Islam?”

De voormalige fractievoorzitter van GroenLinks denkt dat het alles te maken heeft met het moment in de Nederlandse geschiedenis. En ze sluit zich daarbij aan bij de politicoloog Ido de Haan die signaleerde dat de Nederlandse samenleving in een ‘constitutionele periode’ zit. Na 9-11 en na de Paarse coalitie staat in Nederland niet langer de uitvoering van de regels ter discussie – de regels zélf liggen onder vuur. Het kader. De Grondwet. De talloze discussies over Artikel 1 en over de scheiding van kerk en staat zijn daarvan uitingen. Politici zijn zich zelfs gaan bemoeien met uitspraken van de rechterlijke macht. Er wordt dus ook geknabbeld aan de Trias politica.

Ze noemt twee mogelijke oorzaken. Om te beginnen de globalisering. Die strekt zich uit van de klimaatverandering tot de Mexicaanse griep; van de economische crises tot de dreiging van internationaal terrorisme. “Ontwikkelingen van buiten dringen ineens voelbaar door in de huiskamer.” Daarnaast noemt ze de gewijzigde opvatting over multiculturaliteit. “Lang werd die beschouwd als een bewijs van onze vrijheid, van de stevigheid van onze rechtstaat. We hadden ruimte voor andersdenkenden. Nu wordt multiculturaliteit beschouwd als een bedreiging van diezelfde rechtstaat. Bang voor Islamitisering. En dat in een land met één Islamitische omroep die bovendien al jaren door onderlinge ruzies verdeeld is.”

Nederland is zichzelf opnieuw aan uitvinden, aan het ‘grondvesten’. “En dan begin je met de vraag: wat is je het meest dierbaar? Ik denk: onze vrijheid en onze welvaart. De grootste bedreiging van onze vrijheid komt niet van buiten – ik zou niet weten wie of wat ons bedreigt. Die bedreiging zit in onszelf.” Wie onwenselijk gedrag van anderen wil inperken met nieuw bedachte wetten, bijvoorbeeld met een burkaverbod, is volgens haar het vertrouwen in het zelfreinigend vermogen van de samenleving kwijt. “Als je andermans vrijheden inperkt, perk je ook je eigen vrijheid in – je kunt niet vrij zijn door een ander onvrij te maken.”

En dan de welvaart. Of ‘de obsessie met welvaartsgroei’ zoals ze het noemt. Die creëert op grote schaal schaarste van grondstoffen, natuur en schone lucht... “We tasten ook de voedselzekerheid in andere delen van de wereld aan,” zegt ze, “en toch is een partijprogramma pas geslaagd als het CPB heeft doorgerekend dat er maximale economische groei uitrolt.”

“Welvaart is noodzakelijk, zeker”, zegt de oud-politica. “Voor onze ouderen, voor onze kinderen... Maar laten we dan investeren in duurzame welvaart: in onderwijs, welzijn, emancipatie, in al die immateriële zaken die nu op de tocht staan. Welvaart als instrument, niet als doel. Want versterking van het onderwijs geeft de komende generaties goed opgeleide, weerbare burgers die niet in paniek hoeven te raken omdat de wereld voor hen onbegrijpelijk en beangstigend is.”

Opzoek naar nieuwe grondvesten. Halsema geeft als sleutel een ‘zachtaardig, rechtstatelijk patriottisme’. Door het koesteren van de nu redelijk egalitaire inkomensverhoudingen, door het investeren in generaties, door ruimte te blijven bieden aan afwijkende meningen en gebruiken. “Ik zou willen pleiten voor geleidelijk veranderingen zoals hier ooit de eerste windmolens gingen draaien in het traditionele boerenland. Ik denk dat dit land geen paniek en defaitisme verdient”, sluit ze af, “maar in deze tijd van verandering juist optimisme. Ik denk dat we daartoe in staat zijn.”



'Laten we investeren in duurzame welvaart: in onderwijs, welzijn, emancipatie, in al die immateriële zaken die nu op de tocht staan', zegt Femke Halsema.

Vertrouwen is een wisselwerking

GROOT VERHAAL, GEERT MAK

In het dorpje Achlum kon boekhouder Ulbe Draisma Pierzoon de complete administratie van zijn onderneming bergen op het ‘bedsbuertsje’, het plankje bij het voetbeschot van zijn bedsteden. In 1911 en in 1961 markeerde Achmea hier respectievelijk het 100-jarig en 150-jarig bestaan. En nu, in 2011 beschrijft Geert Mak een 200-jarige geschiedenis en legt de link met het heden.

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Vertrouwen is een wisselwerking

Sprekers

Geert Mak

Volgens Mak is Achmea het eindproduct van vier historische bewegingen. De Verlichting - waarin Ulbe bliksem en brand niet als noodlot wilde ondergaan en zijn ‘onderlinge’ oprichtte, een vereniging waarin boeren de schade deelden. Dan de periode van industrialisatie en internationalisering. Vervolgens de verzorgingsstaat, ‘bepaald geen linkse hobby, maar algemeen gedragen door een hele generatie economen en politici’. En nu de laatste fase. Zoals Margaret Thatcher die omschreef: ‘Er bestaat niet zoiets als een samenleving. Er bestaan slechts individuen en families’.

Geert Mak stelt het huidige Achmea voor als een reus, als een dinosaurus waarvan het kleine hoofdje bovenaan voortdurend zal moeten oppassen dat hij niet met zijn achterpoot dat mensje vertrapt. Dat mensje: een klant die zijn declaratie ziet verdwijnen in een bureaucratisch apparaat. Hoe logger, hoe gevaarlijker. Als grote lijn door de geschiedenis trof hem het begrip vertrouwen: “Vertrouwen dat steeds maar weer gewonnen en behouden moet blijven. Vertrouwen is het voetstuk waarop de reus Achmea staat – en dat voetstuk kan maar al te gemakkelijk veranderen van graniet in leem.”

Hij haalt de Amerikaanse sociale wetenschapper Fukuyama aan, die erover schreef in zijn boek Trust: over het verschil tussen een ‘vertrouwens-‘, en een ‘wantrouwenseconomie’. Een voorbeeld van de laatste is Italië, waar de staat wordt gewantrouwd en de familie geldt als enige veilige bolwerk. En waar, ironisch genoeg, juist de meeste wetten en regels bestaan, omdat de overheid en burgers elkaar niet vertrouwen, en de burgers elkaar ook niet. “Terwijl in vertrouwenseconomieën, zoals Duitsland en Zweden, waar regels en afspreken gerespecteerd worden, je kunt volstaan met informele afspraken.” Zo veel menselijker, zo veel efficiënter.

“Vertrouwen”, besluit Mak, “is een wisselwerking. Van beneden naar boven, maar evengoed van beneden naar boven. Wie durft te vertrouwen, verwerft gezag. Wie gezag heeft, krijgt vertrouwen. Dat gold voor Draisma, dat geldt voor ons net zo goed. De wereld is gecompliceerd, maar dit soort zaken zijn vrij simpel.” Hij krijgt een ovationeel applaus, beneden aan de trap staat er een rij om hem de hand te schudden. “Dank u wel voor de preek, meneer Mak.” De schrijver glimlacht bescheiden.

'Vertrouwen is het voetstuk waarop de reus Achmea staat – en dat voetstuk kan maar al te gemakkelijk veranderen van graniet in leem', aldus Geert Mak.

Solidariteit en hoop zijn altijd nodig

GROOT VERHAAL, NELLEKE NOORDERVLIET

In de boeken van schrijfster Nelleke Noordervliet spelen sterke vrouwen steevast de hoofdrol. Vrouwen die zich niet de wet voor laten schrijven door ‘lulhannesen van mannen’ of een eventuele lagere stand. Vrouwen die hun eigen kracht vinden in een steeds veranderende samenleving. Ze vertelt over haar overgrootmoeder en haar zoektocht naar het leven van deze vrouw.

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Solidariteit en hoop zijn altijd nodig

Sprekers

Nelleke Noordervliet

Haar voordracht centreert zich rond haar overgrootmoeder, Engelbertha Teljeur-Wiggelaar, die op haar 97ste stierf, toen ze zeven was. Een vrouw die ze kende, maar tegelijkertijd ook niet. In haar boek ‘Altijd Roomboter’ gaat Noordervliet op zoek naar het leven van Engelbertha. Veel informatie was er niet. Ja, een geboortecertificaat, een bewijs dat ze in het Arnhemse weeshuis opgroeide, een certificaat van haar huwelijk met Abraham Teljeur, de geboortebewijzen van haar tien kinderen. Niets over haar dagelijkse leven, niets over haar gedachten. Dagboeken bijhouden was immers voorbehouden aan vrouwen van hogere klasses, niet aan dienstmeisjes zoals Engelbertha.

Toch stuitte Noordervliet op ziekenhuisgegevens die de geruchten die in haar familie de ronde deden bevestigden: Engelbertha’s eerste kind was niet van haar overgrootvader, maar ‘een vrucht’ van de heer des huizes waar ze werkte. Noordervliet spitte verder, op zoek naar de naam van deze ‘heer’ om dienst nabestaanden wellicht alsnog ter verantwoording te roepen. Zonder succes. Wel ontdekte ze een tijdelijke verhuizing van Engelbertha naar Utrecht. Ze bleek nóg een ‘voorkind’ te hebben gekregen, een jongetje dat even later overleed. Hoe beleefde Engelbertha dit? Noordervliet dook in de bibliotheekarchieven om meer te weten te komen over de tijd waarin haar overgrootmoeder leefde. Arme vrouwen mochten weliswaar gratis bevallen in het ziekenhuis, maar de prijs was hoog. Hygiëne was ver te zoeken en je beschikbaar stellen aan de medische wetenschap was verplicht.

Ze begint haar boek met een beschrijving van Engelbertha in dat ziekenhuis. De tien jonge artsen aan haar bed, die vol kille interesse, zichtbare schaamte, nauwelijks verholen opwinding naar deze zwangere vrouw kijken. Hoe eenzaam was Engelbertha? Noordervliet bedenkt dat haar overgrootmoeder twee keuzes had: eraan onderdoor gaan of er sterker uitkomen. Engelbertha koos voor het laatste, en de blik waarmee ze die van de studenten beantwoordde was er één vol strijdlust.

Noordervliets boek combineert feiten en fictie, essay en geschiedenis. Het schetst een scherp contrast tussen toen en nu, tussen haar leven en dat van Engelbertha. Ze illustreert dit verder met twee fictieve, maar niet ondenkbare, ontmoetingen. De eerste is in augustus 1888, de maand waarin prinses Wilhelmina het levenslicht ziet. Een ontmoeting die ze baseerde is op een krantenberichtje dat meldde dat de min op het paleis gearriveerd was. Wie weet solliciteerde Engelbertha naar deze functie? Ging ze op gesprek bij de koningin met haar wolk van een zoon Bram op haar arm als bewijs van haar vruchtbaarheid en kracht? Noordervliet toont beeldend de kloof tussen rijke en arme vrouwen, maar ook hoe hun moederschap hen verbond.

De tweede ontmoeting vindt plaats in 1911, tijdens een bezoek van Sigmund Freud aan Nederland. In Noordervliets boek valt hij in een plas voor het huis van Engelbertha die hem te hulp schiet. Ze beschrijft hoe degenen die hun stempel op de geschiedenis drukten, dat wellicht ook deden op de levens van de gewone mensen die ze tegenkwamen. Hoe het eenvoudige meisje dat zo hard moest knokken, aangeraakt werd door de nieuwe tijd die het leven van de vrouwen na haar drastisch zou veranderen.

Nog maar 200 jaar geleden was de rol van de meeste vrouwen beperkt tot die van moeder. Pas na de Tweede Wereldoorlog kregen vrouwen een plek in het arbeidsproces, het onderwijs en de politiek. Nelleke Noordervliet: “Zonder sterke vrouwen als onze overgrootmoeders die zich op hun eigen manier staande hielden in de maatschappij waarin zij leefden, zonder hun doorzettingsvermogen, was het voor mij niet vanzelfsprekend geweest om te studeren, had ik hier nu niet gestaan.”

‘Solidariteit en hoop zijn altijd nodig, er is altijd ellende te overwinnen.’
‘Het verleden gaat je meer interesseren naarmate je er zelf meer van hebt.’

Hebben we nog gezamenlijke referentiepunten?

GROOT VERHAAL, BAS HEIJNE

“Als we geen gemeenschappelijke kennis meer delen, wat hebben we dan nog met elkaar te maken? Wat verbindt ons dan nog?” vraagt Bas Heijne zich af in zijn verontrustende lezing. “Als we geen gemeenschappelijk referentiepunten meer hebben, komt dan niet het hele idee van een samenleving op losse schroeven te staan?”

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Hebben we nog gezamenlijke referentiepunten?

Sprekers

Bas Heijne

“Zo’n twee jaar geleden belandde ik in Berlijn; in een restaurant in het huis waar de Duitse toneelschrijver Bertolt Brecht ooit woonde”, vertelt Heijne. “Ik at daar met een groep uit Nederland afkomstige studenten, geselecteerd vanwege hun veelbelovendheid en internationale oriëntatie. Toen ik merkte dat de omgeving nauwelijks hun interesse wekte, informeerde ik voorzichtig of ze Brecht kenden. De meesten bekenden dat ze nog nooit van hem hadden gehoord.”

“Ik weet, ook kennis heeft een natuurlijk verloop. Maar je hoeft geen cultuurpessimist zijn om te vermoeden dat hier meer aan de hand is. Wijdverbreid is de gewaarwording dat het de burgers van de hedendaagse samenleving ontbreekt aan gezamenlijke referentiepunten. We weten allemaal heel wat, maar we weten allemaal iets anders. Daardoor wordt het steeds moeilijker een gemeenschappelijke taal te vinden en komt het hele idee van een samenleving op losse schroeven te staan.”

“Volgens de in 2010 overleden Brits-Amerikaanse historicus Tony Judt was dat het grootste probleem van onze tijd: het razendsnel verdwijnen van historisch besef. Geschiedenis is iets persoonlijks geworden, beweert Judt. Je neemt eruit wat je denkt te kunnen gebruiken. Terwijl historisch bewustzijn voorheen zorgde voor referentiepunten waardoor het heden begrijpelijk kon worden gemaakt. Tegenwoordig is het omgekeerd: het verleden krijgt alleen nog betekenis door verwijzingen vanuit het heden. De geschiedenis staat in dienst van hedendaagse preoccupaties en bevliegingen.”

“Naarmate de communicatie toeneemt, wordt het steeds gemakkelijker selectief met feiten om te gaan. Het wantrouwen jegens de beeldvorming neemt evenredig toe. Het zijn de media die ons wereldbeeld vormen en tegelijkertijd vervormen. Het is de hedendaagse vervreemding.”
“Niet zozeer het wegvallen van kennis is het probleem, maar het ontbreken van samenhang in die kennis. Het grootste probleem lijkt mij dat ons blikveld enerzijds enorm is opgerekt en anderzijds schrikbarend beperkt is geworden. Tegenover de wereld die door globalisering van alle kanten op de burger afkomt, staat de toenemende nadruk op de belevingswereld van de burger als consument.”

“Die spanning lijkt alleen op te lossen wanneer het primaat bij de persoonlijke beleving wordt gelegd en het streven naar objectieve kennis over de wereld wordt opgegeven.
Overal worden pogingen gedaan om aansluiting te vinden bij de belevingswereld van die burger-consument. De suggestie is dat de subjectieve ervaring van de wereld de enige werkelijkheid is die ertoe doet.”

“Kunnen we daarmee leren leven? De aantrekkelijke, postmoderne gedachte dat iedereen zijn eigen wereld maakt, krijgt al snel nachtmerrieachtige trekken. Cultuur kan alleen nog gedeeld worden door geestverwanten. Ze vormt niet langer het terrein waar andersdenkenden elkaar kunnen ontmoeten. Het gevaar van die cultuur van zelfbevestiging is dat het steeds lastiger wordt eigen opvattingen en emoties aan kritiek te onderwerpen. Wanneer iedereen opgesloten raakt in zijn eigen belevingswereld, wordt het steeds moeilijker tot overeenstemming te komen over gedeelde waarden en over wat de gemeenschap inhoudt.”

“Het gevolg van dit alles is een groot gevoel van onmacht. Onmacht om naast onze belevingswereld nog zoiets als een gemeenschappelijke wereld te delen. Allemaal willen we de samenleving van nieuw cement voorzien. Maar hoe verbind je mensen die geen band meer hebben? Een ding weet ik zeker: woorden hebben weinig zin als ze niet gepaard gaan met een werkelijke betrokkenheid. Wil je een samenleving veranderen, zal je ervan moeten houden. Iets rationeel beschouwen, iets vinden of iets voorstaan alleen is niet genoeg. Er moet gevoel bij: de wil om onze woorden beslag te laten krijgen in de samenleving”, besluit Heijne.

‘Ik weet, ook kennis heeft een natuurlijk verloop. Maar je hoeft geen cultuurpessimist zijn om te vermoeden dat hier meer aan de hand is.’
‘Tegenwoordig geldt het omgekeerde: het verleden krijgt alleen nog betekenis door verwijzingen vanuit het heden.'
‘De aantrekkelijke, postmoderne gedachte dat iedereen zijn eigen wereld maakt, krijgt al snel nachtmerrieachtige trekken.’

Geniet van het leven

INTERVIEW, ACHLUMGAST HERMAN VAN VEEN

Humor, emotie en passie kenmerken het interview met gevoelsmens Herman van Veen door Arie Boomsma. Het publiek hangt aan zijn lippen wanneer hij vertelt over zijn liefde voor het leven, voor stem en geluid, zijn ouders en zijn ‘gids’ Jacques Brel. Zijn boodschap: “Als je pijn hebt duurt de tijd lang, anders is het maar kort. Geniet van het leven”.

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Geniet van het leven

Sprekers

Herman van Veen

Van Veen heeft muziekfragmenten gekozen ter inspiratie bij het praten over het leven en de toekomst. We luisteren naar een chanson van Jacques Brel, die hij bewondert en ziet als gids in zijn leven. Het chanson gaat over onvoorwaardelijke liefde. Van Veen refereert aan zijn ouders die hem daardoor een gelukkige jeugd schonken. “Liefde is een groot goed, maar soms kan het leven daardoor ook een anticlimax zijn”, aldus Van Veen. Hij roept daarom op om alles in het leven te blijven zien, alsof je het voor het eerst ziet. “Sta er eens bij stil en kijk naar je vrouw alsof je haar voor het eerst ziet. Steeds opnieuw”.

“De echte basis van liefde is zien, vragen en vooral luisteren. Liefde is zorgen, ‘care’, je bekommeren om elkaar en de samenleving, en dat een ander ertoe doet. Het zingen is de gebeurtenis, de woorden en muziek zijn het ‘alibi’ om dat te laten gebeuren. Goed voor je gezondheid en voor iedereen”, vertelt Herman.

Het fragment ‘oudje’ heeft hij met Willem Wilmink geschreven als eerbetoon aan Bertus Heerkes, die opkwam voor de ouderen in de samenleving. Zijn dochter begeleidt Van Veen altijd en is ook vandaag aanwezig. De kleinsten en de ouderen in de samenleving hebben naar zijn idee de hoogste prioriteit, want ‘het allergrootste begint bij het kleinste’. Als zanger breng je dit over met je muziek, tenminste, voor wie wil luisteren. Van Veen gelooft dat de wereld een kans heeft als het de kinderen en ouderen goed gaat. Iedereen lijkt dit ook te willen, maar we leven er niet naar. Van Veen probeert dit op zijn manier te beïnvloeden door middel van kunst.

Op de vraag of hij meent steeds harder te moeten roepen richting politiek wijst hij erop teder anarchist genoemd te worden door de media. Het gaat hem echter om betrokkenheid bij het geheel. Zonder enige Bijbelse overtuiging staat hij helemaal achter de bijbelse tekst ‘laat de kinderen tot mij komen’. En, hij zou willen dat men zo empatisch is als in het sprookje ‘De prinses op de erwt’.

Van Veen roemt het leven en het geluk dat hij altijd had. In zijn ogen heeft niemand gelijk (hoewel zijn moeder vond dat zij altijd gelijk had wat hem betrof), en moeten we ook niets. “Wat iedereen ‘moet’ is niet aan mij”. We zijn op de aarde en dat is het. Toen zijn ouders nog leefden miste hij niets, maar sinds hun dood mist hij ze dagelijks. Het lullige hierbij is zegt hij “dat mijn moeder na haar dood steeds meer gelijk krijgt”.

Met het stuk van Vivaldi refereert hij aan zijn toelatingsexamen voor het conservatorium. Hij hoopte na die eerste bladzijde niet verder te hoeven spelen. Maar, toen zijn muziek van de standaard viel en hij verder ging fluiten, mocht hij wel stoppen! Het stuk gaat over overwinteren, de fase waarin hij nu zit. Hij huivert niet meer voor de dood en vind ook dit ‘winterseizoen’ nu geweldig. Hij vergelijkt het met het kijken naar een boom: “Als je ouder wordt, komt er meer detail en dat is fascinerend”. Hij is nu 66 jaar en levend uit zijn midlifecrisis gekomen door te vragen, ‘op zijn bek te gaan’, en maar dóór te gaan.

Over zijn ouders en humor: ‘Vader staat met een kleerhanger in de kamer. Moeder zegt ‘blijf zo staan Jan, we hebben nu goed beeld’.

He is just not that into you

INTERVIEW: ACHLUMGAST AAF BRANDT CORSTIUS

Aaf Brandt Corstius praat met Arie Boomsma over moederschap, jeugd, werk, relaties en de allesverklarende zin: ‘He’s just not that into you’. En hij vraagt haar hoe het voor haar is om als de Carrie Bradshaw van de Lage Landen gezien te worden. “Het is een leuk om een gebied te hebben waar je veel over mag praten. Maar vaak krijg ik vragen, hoe moet ik dit doen of hoe moet ik dat doen? Dat weet ik zelf ook allemaal niet.”

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

He is just not that into you

Sprekers

Aaf Brandt Corstius

De toon is gezet. Wat volgt is een kijkje in het leven van Aaf Brandt Corstius. De thema’s werk, relatie, moederschap en jeugd passeren de revue aan de hand van vier beeldfragmenten. Wanneer zij kijkt naar de moderne vrouw vindt zij het belangrijkste dat ‘je het allemaal zelf doet en niet afhankelijk bent van anderen’. Door haar omschreven als een Montessorimethode. Haar eerste beeldfragment is van de film ‘Ronja de Roversdochter’ naar het gelijknamige boek van Astrid Lindgren. Haar jeugdidylle, volledige vrijheid en onbevangenheid. Dit hoopt ze ook aan haar kinderen mee te geven.

De humor, zelfspot en zelfreflectie die wij kennen van haar columns is ook op het podium duidelijk aanwezig. Zij en Arie Boomsma kennen elkaar duidelijk al, de twee hebben een goede klik en ze verbaast de zaal hoe open zij is over haar privéleven. Zo onthult ze aan de hand van een ‘Sex and the City’-fragment dat zij zelf ook wel eens te lang met een man is geweest die nooit echt voor haar koos. De zin in het fragment ‘He’s just not that into you’ vindt ze bijzonder rustgevend. ‘Als een man niet belt, is hij gewoon not that into you, blij dat je daar dus niet meer over na hoeft te denken. Vrouwen zijn geneigd om constant excuses voor de mannen te maken en hun gedrag te analyseren, ze willen elkaar geen pijn doen.’

Een andere reden is volgens Brandt Corstius dat vrouwen ook graag het gesprek gaande willen houden. Moederschap is een belangrijk thema in haar leven als moeder van twee kinderen. Ze spreekt zich uit tegen de tendens van haar generatie. Hoog opgeleide vrouwen die niet alleen een perfecte moeder willen zijn maar ook dat hun kind perfect is, alsof een kind maakbaar is. Dit laat ze zien aan de hand van een fragment van NCRV-programma Generatie 2010. Ze pleit ervoor om het moederschap iets natuurlijks en instinctiefs te laten zijn. Haar generatie is nu teveel bezig met grip te krijgen op alles: opleiding, carrière en ook op de kinderen.

Het laatste fragment is van Oprah, Ted Haggard (bekende tv-evangelist die in 2006 toegaf een mannelijke prostituee bezocht te hebben) en zijn vrouw worden geïnterviewd. Ze is er niet over uit of dit soort vrouwen ontzettend dapper of gek zijn. Wel vindt ze het sterk als vrouwen als Hillary Clinton achter hun man blijven staan als zoiets openbaar wordt. Tenslotte geeft ze de vrouwen in het publiek nog advies mee. Houd een goede balans tussen seksualiteit en ratio. “Als mensen gaan scheiden hoor je bijna altijd: ‘we hadden geen seks meer’. Seks is ontzettend belangrijk voor je relatie. Als je elkaar niet tegemoet komt stopt het.”

‘Als moderne vrouw moet je het helemaal zelf doen en niet afhankelijk zijn van anderen. Zoals de Montessorimethode, zelf uitzoeken hoe je iets moet doen’.
‘Als een man niet belt, is hij gewoon not that into you, blij dat je daar dus niet meer over na hoeft te denken.’

Blijven schrijven tot mijn 90ste

INTERVIEW, ACHLUMGAST ADRIAAN VAN DIS

Adriaan van Dis neemt ons mee in zijn verhaal en vertelt aan interviewer Leon Verdonschot over zijn jeugd als onwettig kind van een KNIL-militair tot aan zijn in Parijs gekochte rode schoenen. De boodschap: “Europa moet zijn verantwoordelijkheid richting Afrika nemen”.

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Blijven schrijven tot mijn 90ste

Sprekers

Adriaan van Dis

Het eerste woord dat Adriaan van Dis in de wieg hoorde, was ‘pensioen pensioen’. Zijn moeder is 5 jaar bezig geweest om het pensioen van zijn vader te krijgen. Uiteindelijk lukte dat. Adriaan: “Als vermoedelijke daad van verzet heb ik geen enkel pensioen opgebouwd. Ik moet dus tot mijn 90ste blijven schrijven en daarna ga ik dichten.”

Het eerste fragment dat Adriaan van Dis aanhaalt, is een geluidsfragment waarop Nelson Mandela het gedicht ‘Die Kind’ van Ingrid Jonker voorleest bij zijn rede tijdens de eerste zitting van het eerste democratisch gekozen Zuid-Afrikaanse parlement. Adriaan van Dis: “Het lukte Mandela om te spreken over Afrikaners, alsof alle zwarte Afrikanen dezelfde achtergrond hadden, terwijl er heel veel verschillende stammen zijn. Mandela kon zonder moreel oordeel kijken naar Afrika, op een bijna antropologische manier. Apartheid als fenomeen. Zonder apartheid waren de Afrikaanse stammen niet zover gekomen als nu. Ze hadden een gemeenschappelijke vijand nodig om elkaar te vinden.”

Het tweede fragment toont de Parijse ‘verbanningsoorden’ (aldus Van Dis). In 2008 waren deze veelvuldig in het nieuws. De problemen in de banlieus zijn van sociaal-economische aard. Adriaan van Dis: “We moeten erkennen dat deze wijken er zijn. Als je dat niet doet, krijg je op den duur de rekening gepresenteerd. De politiek laat deze mensen tot nu toe links liggen. Nog steeds gaan er welk weekend 2.000 auto’s in de fik. Na de Arabische lente is het wachten op de Parijse lente.”

Op het derde fragment zijn Afrikaanse bootvluchtelingen te zien die aankomen op Gran Canaria, terwijl even verderop vakantiegangers liggen te zonnen. Adriaan van Dis: “Op Malta bestaat 10 procent van de bevolking uit vluchtelingen. Dat betekent het einde van de solidariteit. De oorspronkelijke bevolking is bang en wil af van de vluchtelingen.”

“Hoe lang kunnen we Afrika nog laten creperen? We zijn het uit eigenbelang verplicht om te delen. Want anders komen ze het wel halen. Dat blijkt wel uit de enorme stroom vluchtelingen naar Europa.”
De politiek moet inzien dat er in onze voormalige kolonie Zuid-Afrika een rekening op ons te wachten ligt. Net als voor de Joden, moeten we ook onze verantwoordelijkheid nemen voor de zwarten. Wees niet bang voor de toekomst, investeer! Want anders doen de Aziaten het wel – dat zie je nu al in Afrika", besluit hij.

'We zijn het uit eigenbelang verplicht om te delen. Want anders komen ze het wel halen.'

Je mag elkaar best de waarheid zeggen

INTERVIEW, ACHLUMGAST HANS WIEGEL

Een gesprek met Hans Wiegel is altijd een feest. Het orakel uit Ljouwert is niet bang om zijn mening in klinkende volzinnen te geven, maar ook met humor. “Vroeger werd er echt gedebatteerd, heel anders dan nu. Het was een gedachtewisseling, waarin plaats was voor een grap tussendoor. Het huidige niveau van omgaan met elkaar is niet geweldig. Dat tast het respect aan. Dat zouden ze anders moeten doen.”

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Je mag elkaar best de waarheid zeggen

Sprekers

Hans Wiegel

Glimmend van genoegen komt hij de zaal binnen. Hij voelt zich duidelijk in zijn element op zijn thuisbasis Friesland. Daarom draagt hij ook zijn stropdas met de Friese vlag erop. Hij komt net uit een debat met zijn oude politieke tegenstrever en goede vriend Ed van Thijn. Het debat hebben ze allebei gewonnen. “Je mag elkaar best goed de waarheid zeggen, als je elkaars mening maar respecteert en doet aan zelfrelativering. En daar ontbreekt het tegenwoordig nogal aan.”

Het eerste fragment is een (nogal langdradige) speech van Margaret Thatcher na het overlijden van Ronald Reagan. Ze prijst hem de hemel in. Wiegel: “Het mooie aan Reagan was dat hij eenvoudig was, maar niet simplistisch. Hij was geen intellectueel en dat was zijn voordeel. Hij had een rechtstreekse band met het volk. Hij had ook enorme zelfspot en maakte merkwaardige grappen. Hij was een optimistisch en positief ingesteld mens, en een vertegenwoordiging van ‘the American dream’ . Zelfs een carrière van filmster tot minister-president is mogelijk.”

Het tweede fragment gaat over Churchill die een schilderij van zichzelf onthult waarop hij zeer nors kijkt. Hij redt de pijnlijke situatie door er zelf een grap over te maken. Wiegel: “Humor is noodzakelijk, met één grap kun je meer bereiken dan met een hele speech.” Churchill heeft echt invloed heeft gehad op de wereldgeschiedenis. “De juiste man op de juiste plaats op het juiste moment.”

In het derde fragment zien we Wiegel tijdens zijn beroemde aanval op Joop den Uijl, waarin hij zei: “Sinterklaas bestaat, en hij zit daar”. Nog steeds een goeie grap vindt hij dat. Hij is er trots op. Den Uijl vond hem in het begin maar een ‘eigenwijze wind’, maar later zijn ze zeer op elkaar gesteld geraakt. “Dat is juist goed, want dan kun je elkaar de waarheid zeggen.” Waar ligt dan de grens? Wiegel: “De grens is dat je niet elkaars persoonlijke integriteit gaat uitschelden. Je bent door het volk gekozen en dat kun je niet zomaar staan uitschelden.”

Wiegel is er duidelijk over: hij heeft niet veel op met de huidige manier van debatteren en de politieke omgangsvormen. “Tegenwoordig is er minder wederzijdse waardering en respect. Er mag wat meer relativering zijn en zelfspot. Het is nu allemaal zo fanatisch.” Ook hecht hij aan het debat en vindt hij een wat grotere afstand tussen politici en het volk belangrijk. “De regering moet regeren en niet naar het volk toegaan. Onzin!”

‘De grootste kunst in de politiek en in het bedrijfsleven is om op het juiste moment afscheid te nemen. De meesten blijven te lang zitten.’
‘Wat mijn leukste politieke baan is geweest? Ik heb alles leuk gevonden, het paste altijd precies. Maar ik ben nog niet geëindigd hoor, pas op!’
‘Je kunt wel bescheiden zijn, maar je hoeft je niet altijd zo te gedragen, dus ik dacht vandaag: ik doe het eens andersom.’

Altijd kunnen presteren

INTERVIEW, ACHLUMGAST PIETER VAN DEN HOOGENBAND

Dat Pieter van den Hoogenband Olympisch kampioen zou worden, dat ‘wist’ hij al heel vroeg. In 1988 om precies te zijn, toen zwemmer Anthony Nesty de gedoodverfde winnaar Matt Biondi versloeg op de Olympische Spelen in Seoul. Samen met Leon Verdonschot kijkt hij nogmaals naar dit spannende moment.

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Altijd kunnen presteren

Sprekers

P. van den Hoogenband

“Iedereen verwachtte dat Biondi zou winnen, ook ik”, vertelt Van den Hoogenband. “Maar toen was daar opeens Nesty! Fantastisch gewoon. Die race heeft mij enorm geïnspireerd. Op dat moment besloot ik dat ik ook winnaar wilde op de Olympische Spelen. Met zwemmen, want ook al was ik een sportief menneke: voor zwemmen had ik echt talent. Ik had ook een trainer die dat herkende en die mij, heel sportief, doorstuurde naar een ander. Hij kon niet verder met me, ik was te goed voor hem, zo meende hij. De verhouding met een trainer is als met een goede docent. Die weet je te raken en te inspireren. Maar uiteindelijk is de eigen verantwoordelijkheid minstens zo belangrijk. Ik had de afspraak met mijn trainer dat hij me het hele jaar door begeleidde, maar de laatste twee weken voor de Spelen liet hij me los. Dan moest ik het zelf doen. Maar in aanvang maakten we samen een plan.”

Een tweede fragment: Pearl Jam op Pinkpop in 1992. Zanger Eddie Vedder springt op een goed moment, via een camerakraan, in het publiek. Het absolute hoogtepunt van hun optreden. Van den Hoogeband: “Ook dit heeft mij enorm geïnspireerd. Op mijn school had je zogenaamde ‘kakkers’ die aan hockey deden en dat deed ik ook. Maar er waren ook ‘alto’s’ en dat waren eveneens mijn vrienden. Ik hoorde eigenlijk nergens bij. Dat heeft me later veel voordeel opgeleverd: ik wil onder alle omstandigheden kunnen presteren, ongeacht de omgeving. Die gedachte heeft mij geholpen bij mijn eerste medaille, toen Ian Thorpe de gedoodverfde winnaar was. Maar ik dacht: no way, ik win. En ik kreeg gelijk. Het grappige is dat de mannen van Pearl Jam dat hebben gezien, sportliefhebbers als ze zijn. En toen ik ze later ontmoette, waren ze stomverbaasd dat ik die zwemmer was die hun landgenoot had verslagen. Ik heb overigens een gesigneerde gitaar van ze gekregen, die op een ereplaats in mijn werkkamer hangt.”

Als derde fragment koos Van den Hoogenband voor Maarten van der Weijden die op de Olympische Spelen van 2008 in China een gouden plak wint voor 25 km zwemmen in open water. Even wordt het warm in de tent, terwijl het daarvoor zo hard stormde dat de tentlijnen het nauwelijks hielden. Iedereen kent immers de lange weg die Maarten van der Weijden heeft moeten afleggen: zijn strijd tegen kanker. Hij zegt: “Mijn vriend die de Olympische Spelen won. Ik was buiten zinnen, zo blij. En het gaf me een nieuw inzicht: dat ik ook gelukkig word als een ander wint. Dat de sport en de prestaties het voornaamste zijn, niet mijn persoontje an sich. Dat biedt een blik op de toekomst.”

‘Iedereen dacht in 2000 dat Ian Thorpe zou winnen. Maar ik dacht: no way, ik ga jullie teleurstellen. Ik ga winnen. En zo geschiedde.’

Opeens stond ik bij Clinton

BEKENDMAKING JONGERENCOMPETITIE JOUW 2028

Ilja Koppers was compleet overrompeld toen ze door jurylid Thomas van Rijckevorsel naar voren werd geroepen om de hoofdprijs van de ideeënwedstrijd voor jongeren (Jouw 2028) in ontvangst te nemen. De 15-jarige havo-scholier uit Giethoorn kreeg 1500 euro en werd later op de middag persoonlijk voorgesteld aan oud-president Bill Clinton. “Dat was echt heel vet.”

Lees meer
Verslag

Opeens stond ik bij Clinton

Sprekers

Thomas van Rijckvorsel

Voordat Bill Clinton zijn toespraak hield op de conventie, werd hij voorgesteld aan een aantal vooraanstaande politici en sporters, onder anderen Cohen, Rouvoet, Sap, Halsema, Van den Hoogenband en Wennemars. In dat rijtje beroemdheden stond ook Ilja Koppers.
Ze mocht een paar minuten praten met de oud-president, onder meer over haar inzending. Ilja: “Het was allemaal superstreng geregeld. Ik was wel zenuwachtig om te spreken met zo’n machtige man, die heel aardig en gewoon overkwam. Het gaf een gevoel van macht dat wij daar stonden te praten met Clinton, terwijl buiten zoveel mensen op hem stonden te wachten. Ik geloof het nog steeds niet.”

Ilja dankt haar prijs aan haar lerares maatschappijleer. Zij inspireerde haar leerlingen om mee te doen aan Jouw 2028. “Ze doet wel vaker gekke dingen met ons,” aldus Ilja. Ilja maakte een heel goed doordachte fotoreportage waarin oplossingen worden aangedragen voor de problemen die samenhangen met de thema’s van de conventie: solidariteit, pensioen, arbeidsparticipatie, veiligheid, gezondheid en mobiliteit.

Via de website van de conventie werden jongeren opgeroepen om hun ideeën over de samenleving van 2028 uit te drukken. De vorm waarin dat gebeurde, was vrij. Dat kon een essay zijn, maar ook een filmpje, fotoreportage of een lied. De jury bestond uit Thomas van Rijckevorsel, lid van de raad van bestuur van Achmea, Hugo van den Bos, strategisch directeur van designbureau Koeweiden Postma en journaliste/presentatrice Wouke van Scherrenburg. Zij verklaarde absoluut onder de indruk te zijn van de 248 inzendingen. “Er spreekt ongelofelijk veel optimisme uit.”

De tweede prijs, een cheque van 1000 euro, ging naar Bauke Stelma. Hij schreef een brief aan de toekomst in 2028 met de jarige Bill Clinton als geadresseerde. De derde prijs (500 euro) werd gewonnen door Albert van der Tuin en Ruben Melving, die een lied en een dvd maakten, met als onderwerp hoe de wereld eruit ziet in 2028.

De winnende inzending van Ilja Koppers is te zien op haar Hyves-pagina. Daar staat ook een persoonlijke impressie over haar ontmoeting met Bill Clinton.

Thomas van Rijckevorsel: ‘De jeugd heeft geen last van doemdenken, blijkt uit de inzendingen van Jouw 2028’

Contact

Hebt u vragen over de Conventie van Achlum?
Mail uw vraag naar Achmea200jaar@achmea.nl

U ontvangt zo spoedig mogelijk een antwoord.

Inloggen

Wachtwoord vergeten?