Wat ging er mis?

VERDIEPINGSGESPREK, HET BELOOFDE LAND

Wat ging er mis in Lelystad? En in de Afrikanerwijk in Rotterdam? Of op het platteland van Oost-Groningen? Drie voorbeelden van groots opgezette plannen voor een beloofd land. Maar de werkelijkheid is anders. “Nederland is goed in het maken van grote plannen”, zo zegt gespreksleider Wim Brands. “Maar zodra er mensen bij betrokken raken, gaat het fout. Hoe los je dat op?” Een gesprek met schrijvers Joris van Casteren, Frank Westerman en Jutta Chorus.

Lees meer
Verslag

Wat ging er mis?

Sprekers

Joris van CasterenFrank WestermanJutta Chorus

Frank Westerman bijt het spits af. Hij schreef het boek ´de Graanfabriek`. Een boek over Oost-Groningen, de plek waar vroeger rijke graanbaronnen woonden. Westerman: “Oost-Groningen is één van de eerste ingepolderde gebieden van Nederland. De klei bleek zeer geschikt om jaar in jaar uit graan te verbouwen. De oogsten waren groot en het ging de boeren voor de wind. Maar het landbouwbeleid ging failliet en in Oost-Groningen lag op geen gegeven moment 10.000 hectare kostbare akkerbouwgrond braak. Toen is bedacht om een deel van het gebied weer onder water te zetten.”

Joris van Casteren schreef een boek over Lelystad. Van Casteren: “De stad waarin ik ben opgegroeid. De maakbare stad die de bekroning van het Zuiderzeeproject had moeten worden. Maar de prachtige plannen van stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren zijn al snel in de prullenbak beland. Er moest snel en goedkoop gebouwd worden. De betrokken rijksdienst besloot om op eigen houtje een stad te ontwerpen.”

Jutta Chorus heeft zich voor haar boek `Afri. Leven in een Migrantenwijk`verdiept in de Afrikanerwijk in Rotterdam. Eén van de eerste migrantenwijken van Nederland. “De wijk is uit economische motieven opgezet. Het moest plaats bieden aan alle arbeiders die in de haven werkten. De eerste arbeiders kwamen uit Zeeland en Brabant. Inmiddels is de wijk voor 84 procent bevolkt door Turken en Marokkanen.”

De drie schrijvers hebben zich allemaal verdiept in een stad of gebied waarvoor grootse plannen bestonden. Maar in alle gevallen liep het anders dan gepland. Van Casteren: “Grote plannen kosten veel tijd. Tijdens de uitvoering verandert er van alles. Dan kun je of heel consequent vasthouden aan het concept zoals in Brazilië bij de bouw van de stad Brasilia is gedaan. Of je laat het helemaal los. Nederland zit daar tussenin. Wij produceren een slap aftreksel van het ideaal.”

“Een polder is maakbaar”, vindt Westerman. “Sloten en wegen kun je aanleggen. Maar wat mensen doen is niet altijd te voorspellen. Lelystad bijvoorbeeld is door Amsterdam gebruikt als dumpplaats.” Van Casteren: “In Lelystad werd van bovenaf bepaald hoe mensen moesten leven. Daar kwam een deel van de bevolking tegen in opstand. Er kwam vandalisme en criminaliteit. Maar daardoor krijgt een stad een ziel, dus dat is in mijn ogen niet verkeerd.”

“Alle nieuwe steden kennen dezelfde problemen”, zegt Van Casteren. “Maar over twintig jaar heb je nostalgische gevoelens voor iets wat je vroeger vreselijk vond. Wanneer je kiest voor sloop, moet je steeds weer iets nieuws opbouwen. Dat is korte termijn denken. Typisch Nederlands.” Chorus: “Alleen een wijk renoveren is niet genoeg. Je hebt ook goed bestuur nodig. Er moet genoeg aandacht zijn voor werk en scholing. Anders red je het niet. Ga uit van wat er is en bouw daarmee een nieuwe wijk op. Vraag waar mensen behoefte aan hebben en wat zij prettig vinden in een wijk.”

‘De polders vormen de jaarringen van Nederland,’ Frank Westerman.
‘Zelfs ik voel nostalgie bij Lelystad,’ Joris van Casteren.
‘Een wijk in een nieuw jasje steken is niet voldoende,’ Jutta Chorus.

Veilig èn solidair?

TWEEGESPREK, DE BURGEMEESTER EN DE HOOFDOFFICIER VAN JUSTITIE OVER VEILIGHEID

Er is altijd een spanningsveld tussen daadwerkelijke, meetbare veiligheid en gevoelens van onveiligheid. Ook in Friesland. Hoe gaan burgemeester Ferd Crone van Leeuwarden en de hoofdofficier van justitie, Annette Bronsvoort, hiermee om? En: waar raken veiligheid en solidariteit elkaar? Friesland als casus voor de rest van Nederland.

Lees meer
Verslag

Veilig èn solidair?

Sprekers

Ferd CroneAnnette Bronsvoort

De veiligste gemeenten van Nederland staan in Friesland, zo blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS). Burgers voelen zich ook veilig in Friesland, zeker ten opzichte van bewoners van andere provincies. Toch is er ook hier een groep mensen, zij het slechts twee procent van de totale bevolking, die zich niet veilig voelt in de eigen omgeving. Deze gevoelens hangen samen met maatschappelijke omstandigheden. Wie slecht gehuisvest is, te maken heeft met werkloosheid of in een lastige financiële situatie zit en ook nog verslaafden in de buurt heeft, vóelt zich vaak onveiliger dan anderen.

Volgens burgemeester Ferd Crone van Leeuwarden is preventief beleid hét middel om deze gevoelens te verminderen of weg te nemen. “Er is in het centrum van de stad veel discussie geweest over de opening van een nieuw centrum voor drugsverslaafden. Omwonenden waren allerminst gecharmeerd van het plan en vreesden voor de veiligheid van hun kinderen. We hebben met burgers een aantal afspraken gemaakt en het centrum is er gekomen. Sindsdien zijn er nul klachten geweest. Nul.”

Wat volgens hoofdofficier van justitie Annette Bronsvoort heeft bijgedragen aan het gevoel van veiligheid, is dat er een grote onderlinge solidariteit is onder de Friezen. Hier heerst het gevoel dat men voor elkaar moet zorgen, zo meent ze. “We zijn een pilotproject gestart waarbij bewoners via sms misdrijven kunnen melden of kunnen meehelpen in de zoektocht naar een dader van bijvoorbeeld een overval. Vijftien procent van de burgers doet mee aan dit ‘Burgernet’. En wat blijkt? Bijna de helft van de zaken waarbij Burgernet wordt ingeschakeld, worden opgelost. Dit versterkt niet alleen het gevoel van veiligheid maar draagt ook bij aan het vertrouwen in justitie. Niet onbelangrijk in een tijd waarin dat vertrouwen, door een aantal juridische missers, onder druk staat."

Volgens de hoofdofficier heeft justitie de laatste jaren ook meer aandacht voor goede communicatie met burgers. “Rechters leggen in de rechtszaal vaker uit waarom ze tot een bepaalde keuze komen. Ook hebben we hier wel eens een ‘burgerjury’ gehad die, bij wijze van experiment, een oordeel mocht vellen in een zaak. Onze ervaring is dat als mensen meer weten over de rechtsgang wij andersom ook beter kunnen uitleggen hoe en waarom bepaalde keuzes worden gemaakt.”

Wat ze lastig vindt, is de algemene consensus dat veiligheid en solidariteit primair zaken van de overheid zijn. “Maar het OM kan dat niet alleen. Wij hebben hulp nodig van burgers en bedrijven. Als we een pand in de rosse buurt van Leeuwarden sluiten op verdenking van mensenhandel, dan moeten we ook de pandeigenaar en eventuele bemiddelaars in de kraag vatten. Want anders begint het probleem na een week van voren af aan.”

Ferd Crone: “Precies, het gaat om de hele keten van veiligheid. Daarom vind ik het extra jammer dat er 60 miljoen bezuinigd op de veiligheidsketen. De burgemeester, maatschappelijke organisaties en burgers moeten samenwerken om de samenleving veilig te maken.” “Dan groei je ook naar onderlinge solidariteit”, besluit de hoofdofficier van justitie.

Ferd Crone: ‘De veiligste gemeenten van Nederland bevinden zich in Friesland.’
Annette Bronsvoort: ‘Burgers betrekken bij veiligheidsvraagstukken mag natuurlijk niet leiden tot eigenrichting.'

Een veiliger gevoel begint in eigen buurt

DEBAT, MAATSCHAPPIJ MONITOR VEILIGHEID

Nederlanders voelen zich steeds onveiliger. Wat is veiligheid en hoe kun je het gevoel van veiligheid vergroten? Experts Hans Anker (opiniepeiler), Nathalie Kramers (korpschef politie Fryslân), Hans Leijtens (plaatsvervangend commandant Koninklijke Marechaussee) en Jack Buckens (divisievoorzitter Achmea) in debat over perceptie en hoe Nederlanders onveiligheid in eigen wijk aanpakken. Anker: “We idealiseren veiligheid en accepteren niet dat we risico’s lopen. De gemiddelde Afghaan voelt zich veiliger dan de gemiddelde Nederlander. Afghanen kunnen beter met onveiligheid omgaan.”

Lees meer
Verslag

Een veiliger gevoel begint in eigen buurt

Sprekers

Nathalie KramersHans LeijtensJack BuckensHans Anker

Als samenleving leggen we de lat van we als veilig ervaren steeds hoger. Hebben we bepaalde problemen opgelost dan vinden we dit snel normaal en moeten de volgende maatregelen onze omgeving nog veiliger maken. Die trend blijkt uit onderzoek naar veiligheid van opiniepeiler Hans Anker. Hij trok gaf nog een paar conclusies: “Mensen beoordelen hun eigen, bekende omgeving als veiliger dan de omgeving in de rest van Nederland. En ze willen best een bijdrage leveren aan het vergroten van veiligheid als ze dat anoniem kunnen doen, denk aan het Amber Alert voor vermiste kinderen.”

De eigen omgeving spreekt Nederlanders het meest aan en het is dan ook niet vreemd dat veel projecten rond veiligheid lokale initiatieven zijn. Jack Buckens geeft als voorbeeld het project in de Uitvindersbuurt, een probleemwijk in Tilburg. “Interpolis werkt daar actief aan veiligheid in samenwerking met de bewoners, politie en gemeente. Tilburg is onze buurt en ons bedrijf heeft een rol in de maatschappij. Het programma werpt zijn vruchten af, zo hebben we bijvoorbeeld een meldsysteem ingevoerd waarbij meldingen direct door de politie worden opgepakt. Ik geloof dat preventie werkt en zie dat buurtbewoners ook alerter worden.”

Een van de aanwezigen uit de zaal vraagt zich af of deze aandacht voor veiligheid wel bij de rol van een verzekeraar als Interpolis hoort. Ligt dat primaat niet bij de politie? Buckens reageert: “Uiteraard ligt de regie bij de politie, wij willen helpen. Daarom zetten we programma’s op, bieden we expertise aan en financieren we een deel van het programma. Als zo’n project goed draait, trekken wij ons weer terug. Anker sluit zich aan bij deze aanpak: “Aandacht voor veiligheid door bedrijven en burgers is belangrijk en de enige manier om een fijne leefomgeving te creëren. De politie kan niet alles regelen.”

Nathalie Kramers is het eens met die laatste conclusie. “De politie heeft beperkte middelen en kan niet alles doen. Het gevoel van veiligheid moeten we als samenleving zelf creëren. Mensen mogen van de politie verwachten dat ze er zijn als het echt nodig is en dat ze dan ook iets doen.” “Veiligheid is in grote mate perceptie”, vult Hans Leijten aan. “Ik heb in Afghanistan gediend en de meeste Afghanen voelen zich gemiddeld veiliger dan de meeste Nederlanders. Dat komt omdat zij veel beter met onveiligheid kunnen omgaan. Zij accepteren dat er risico’s zijn in het leven. Voor dat aspect hebben wij veel aandacht tijdens de training van ons personeel, de soldaten moeten vooral zelf weerbaar worden. Ik denk dat wij als maatschappij ook moeten nadenken over manieren waarop we weerbaarder worden en ons minder snel onveilig voelen. Dat is precies wat we met die wijkgerichte aanpak met burgers doen.”

Kramers sluit zich hierbij aan en geeft ter illustratie een voorbeeld van de weerbaarheid van New Yorkers: “We moeten elkaar niet gek maken. Ik was in New York en zag hoe ze het daar aanpakken. Overal hangen posters met de boodschap ‘Let op elkaar’, ‘Let op verdachte zaken’. Zonder het publiek angst aan te jaren. Ze maken de bewoners alleen alert en dat wakkert de gemeenschapszin aan. Dat willen wij ook bereiken.”

Hans Anker: ‘Aandacht voor veiligheid door bedrijven en burgers is belangrijk om een fijne leefomgeving te creëren.’
Nathalie Kramers: ‘We hebben als politie prestatiecontracten, maar dat levert weerstand op. We kunnen beter de professionals de ruimte geven.’
Jack Buckens: ‘Veel initiatieven komen uit wijken en buurten. Ik wil burgers aanraden hun plannen te bespreken met bedrijven en gemeentes. Wij willen graag helpen.’

De handen ineen

VERDIEPINGSGESPREK, VERBETER UW BUURT

Iedereen heeft baat bij een mooie en veilige wijk. De bewoners, maar ook de verzekeraars. Zij kunnen de handen ineen slaan en op zoek gaan naar manieren om samen te werken. Hoe werkt dit en hoe ver kun je gaan? Hierover gaan Rob Haans (directeur woningcorporatie de Key in Amsterdam), Goof de Vor (plv. directeur CCV) en Nathalie Kramers (korpschef politie Fryslân) met elkaar in gesprek.

Verslag

De handen ineen

Sprekers

Verdiepingsgesprek

Alleen meer bommen en granaten helpt niet

TWEEGESPREK, GENERAAL (B.D.) DICK BERLIJN IN GESPREK MET JAN HAMMING

Tilburg staat hoog op de lijst van meest onveilige steden van Nederland. Wethouder Jan Hamming (PvdA) is voortrekker van een aanpak die van zijn stad weer een leefbare stad moet maken. Voor deze aanpak vindt hij een onvermoede medestander in Dick Berlijn, voorheen Commandant der Strijdkrachten en tegenwoordig adviseur Veiligheid bij Deloitte.

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Alleen meer bommen en granaten helpt niet

Sprekers

Dick BerlijnJan Hamming

“Tilburg heeft enorm veel last van inbraken, overvallen en drugsgerelateerde criminaliteit”, vertelt Jan Hamming. “Daar probeerden we van alles aan te doen, maar zonder veel succes. Dat had er vooral mee te maken dat er wel honderden verschillende projecten waren die allemaal een stukje moesten oplossen. We wisten eigenlijk niet goed waar de prioriteiten lagen.” Dick Berlijn ziet parallellen met Defensie: “Een veiligheidsvraagstuk, of dat nu voor een stad of voor een oorlogsgebied geldt, kun je alleen oplossen als je eerst een grondige analyse maakt van de oorzaken. Die oorzaken hebben altijd te maken met omstandigheden. Als je niets doet aan de omstandigheden van mensen, verander je niets. Alleen met repressie kom je er nooit. In het leger noemen we dat de 3D-methode: defence, diplomacy, development oftewel defensie, diplomatie en ontwikkeling.”

Hamming: “Wij hebben de vijf onveiligste wijken geanalyseerd. Wat zijn de grootste problemen, daar gaan we op focussen. Dus niet meer 532 losse projecten, maar heel gericht een paar thema’s aanpakken. De drie grootste issues zijn armoede, kostwinnerschap (er blijken veel gezinnen zonder kostwinner in die wijken te zijn) en onderwijs. Nu we weten wat de grote problemen zijn, kunnen we daar gericht in investeren. Natuurlijk sluit dat niet uit dat we optreden waar dat moet. Het gezag moet immers ook hersteld worden.”

Berlijn: “Maar alleen maar meer blauw of meer bommen en granaten helpt echt niet als je voor de lange termijn de orde wilt herstellen. Want dit zijn trajecten voor de lange adem. Over Afghanistan kreeg ik ook vaak de vraag hoe lang het daar nog moest duren. Ja, lang, maar snel doorbeuken helpt niet. Je moet hard kunnen en willen optreden waar dat moet, maar altijd in samenhang met die andere kant.” Hamming: “De aanpak voor deze vijf wijken is een tienjarenproject. Niet alleen omdat we weten dat verandering tijd nodig heeft, maar ook omdat we niet afhankelijk willen zijn van politieke wisselingen van de wacht. En zoals Dick al zei: het gaat om een geïntegreerde aanpak. Het een kan niet zonder het ander. We hebben bijvoorbeeld eigen buurtwachten in de wijken ingesteld. Maar als die buurtwachten geen steun krijgen van de politie wanneer dat nodig is, zijn ze zo weg. Daar hebben we politiek Den Haag bij nodig. Ook voor die andere kant. Als Den Haag niet investeert in onderwijs en in kansen op de arbeidsmarkt, staan we alsnog met lege handen.”

Dick Berlijn: ‘Met meer militairen kun je de rust inderdaad tijdelijk herstellen. Maar bestendige veiligheid breng je door te zorgen voor bestuurlijke rust en werk voor de bevolking.’

Aantal moorden spectaculair gedaald

TWEEGESPREK, DE GEBROEDERS ANKER OVER BESTRIJDING VAN JEUGDCRIMINALITEIT

Na dertig jaar in het vak, maar feller dan ooit, springen de gebroeders Hans en Wim Anker, strafrechtadvocaten uit Friesland, op de bres voor hun cliënten én voor de nuance in het debat over de hoogte en de aard van straffen in Nederland, bovenal als het jongeren aangaat. “Feiten over het voetlicht te brengen en niet meningen, gissingen, veronderstellingen en conclusies”, zegt Hans Anker – of Wim, “daar wil ik vanaf zijn.”

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Aantal moorden spectaculair gedaald

Sprekers

Wim en Hans Anker

In een samenleving die steeds harder lijkt te roepen om zwaardere en langere straffen, blijft het strafrechtduo strijden tegen streng beleid gebaseerd op verkeerde aannames. Hoeveel gevallen van doodslag en moord waren er in het afgelopen jaar? Lag het aantal moorden in Nederland jaren geleden rond de 250, nu is het “spectaculair gedaald” en schommelt het al jaren rond de 150.

De twee verbazen zich erover dat daar nooit iets over in de krant staat. We lezen net zo min over een gevangene, die twintig jaar zit, niet terugkeert van een verlof, maar als het een tbs'er betreft staan de kranten er vol van en moet de minister naar de kamer komen. De Ankers nuanceren de paniek met de feiten: van de 50.000 verloven per jaar van 2.000 tbs'ers, gebeurt het dertig keer dat de veroordeelde niet meteen terugkeert. Ander feit: de recidive bij uitbehandelde tbs'ers - gemiddeld na 10 jaar - ligt veel lager dan bij langgestraften.

Het tanende vertrouwen van de politiek in de onafhankelijke rechters, is de Friese broers ook een doorn in het oog. Politici moeten zich absoluut niet bemoeien met individuele processen, en het verplichten tot minimale straffen is een heel slechte zaak. Net als het verbod op taakstraffen, overigens. Anker en Anker vinden juist dat rechters in staat zijn tot het leveren van maatwerk. Vooral bij jongeren kun je nog heel sturend zijn, voorkomen dat ze in herhaling vallen. Voorlopige hechtenis of vrijheidsbeneming moet echt de uiterste maatregel zijn. Jongeren zijn neurologisch en sociaal nog niet uitgerijpt, dat loopt door tot het 23ste levensjaar. De PVV en de VVD willen dat kinderen jonger dan 12 al vervolgd kunnen worden. De twee Ankers wijzen erop dat het binnen Europa gemiddeld 14 tot 15 is, en dat binnen de EU Nederland het grootste aantal jongeren heeft dat vastzit. Weet men wel dat een jongen van 15 die een meisje van 13 tegen haar wil tongzoent – “mag niet, verboden” – verkrachting ten laste gelegd wordt, en twaalf jaar kan krijgen?! Kan hij later nog zo hard zeggen, dat het niks voorstelde, maar zijn hele leven – “en 20 jaar na zijn dood” – blijft hem dat achtervolgen.

Al dit soort zaken moeten anders georganiseerd worden, en daar zullen de twee onverminderd voor blijven vechten. En tot slot geven ze de rechters en officieren van justitie de opdracht mee, meer de boer op te gaan, om uit te leggen waarom ze voor de straf hebben gekozen.

‘Zet die drie letters in die volgorde achter elkaar, de T, de B, en de S en journalisten komen stormend aanhollen en het publiek is bang’, Hans Anker.
‘Rechters in Nederland kunnen geen kant meer op, als ik rechter was, stopte ik er gelijk mee’, Wim Anker.

Het verschil tussen veiligheid en het gevoel ervan

LEZING OVER VEILIGHEID

Wat onze veiligheid betreft klinkt maar al te vaak de roep om meer blauw op straat. Dick Berlijn, gewezen hoofd van de Nederlandse strijdkrachten, heeft zijn twijfels over die eenzijdige aanpak. Meer dan twijfels zelfs. Van het leger kunnen we nog wat leren. De 3D-aanpak bijvoorbeeld.

Lees meer

VIDEO

0 views

Verslag

Het verschil tussen veiligheid en het gevoel ervan

Sprekers

Dick Berlijn

Dick Berlijn heeft veel meegemaakt: F16-piloot geweest, commandant van de luchtmacht, daarna van het leger, conflicten in Irak en Afgahnistan. Deze generaal buiten dienst spreekt over veiligheid en het gevoel van veiligheid. ‘En dat is niet hetzelfde.’ Hij vertelt kort en staccato over ons leger tijdens de Koude Oorlog (veel afschrikwekkende middelen, enorme dreiging) en dat van na de val van de Muur in 1989. Ervoor werd er veel geoefend en was er geen inzet; nu zijn er weinig middelen, is er geen tijd om te oefenen en is de inzet continu. Bij het handhaven van de militaire rechtsorde, de mensenrechten of het verlenen van bijstand tijdens humanitaire rampen. De generaal verwijst naar Sun Zsu en zijn boek De kunst van het oorlogvoeren. “Strategy without tactics is the slowest route to Victory,” wist deze Chinese generaal al 2500 geleden. Maar ook: “Tactics without strategy is the noice before defeat.”

Een andere referentie is het zogenoemde ‘systeemdenken’, ingevoerd door John Warden (geb. 1953). Deze Amerikaanse kolonel verwierf faam door zijn ‘Ringen van Warden’, de vijf ringen waaruit een systeem is opgebouwd: Regelmechanisme, Energie, Infrastuctuur, Organen, Afweermechanisme. Berlijn: “De tegenstander kun je verslaan door hem op zijn zwakste punt te treffen. Maar omgekeerd – nu legt hij het verband tussen de militaire en burgerlijke wereld – kun je de veiligheid van een land of buurt of organisatie verhogen door elke afzonderlijke ring gelijkelijk te versterken. Want het systeem gaat op voor elke plant, elk dier, elk mens en elke staat.”

Een 3D-aanpak wordt dat genoemd. En, aan de hand van zijn ervaringen in Irak en Afghanistan: “Er kan pas veiligheid zijn als aan een aantal belangrijke voorwaarden is voldaan. Goed onderwijs is er een, voldoende werkgelegenheid, goed bestuur, een onafhankelijke, kritische pers, deugdelijke infrastructuur, medische zorg, een professioneel politieapparaat.” Die zaken, benadrukt hij, moeten gecoördineerd worden ontwikkeld. De 3D-aanpak was de basis voor de Nederlandse taktiek in Afghanistan. “Slechte voorzieningen, slecht bestuur, honger, gebrek aan scholing en medische zorg vormen namelijk een prima voedingbodem voor radicalisering door de ‘Talibs’.”

We gaan naar Nederland, en even terug naar het belang van de coördinatie. In Tilburg, hoorde Berlijn van een bevriend raadslid, liepen er in een bepaalde wijk 533 projecten die niet gecoördineerd waren. “Hoe kún je dan positieve resultaten verachten?” Maak iemand verantwoordelijk. Zorg dat je iemand erop kunt aanspreken. Dit is volgens Berlijn belangrijker dan meer blauw op straat.

“In 1955 speelden we op straat, je trok en duwde, leerde ruzie maken, elkaars onzekerheden te bgrijpen. Met de komst van de walkman, de 100-kanalentelevisie, de iPhone etcetera, is onze interactie veranderd. Op meer fysieke afstand, wellicht minder persoonlijk.” Een retorische vraag: “Zou dat ons anders doen denken over onze omgeving? Voelen we elkaar misschien wat minder goed aan?” Hij refereert aan een project in alweer Tilburg, waar de bewoners in een wijk zich niet veilig voelden. Ze werden in de gelegenheid gesteld om samen te komen en het erover te hebben. “En nu gebeurde er iets bijzonders. Hoewel de criminaliteitscijfers gelijk bleven, werd het gevoel van veiligheid groter! De kracht van de buurt moet je niet onderschatten. En die buurt kun je versterken door activeiten te organiseren, door onderlinge contacten te bevorderen, door te leren elkaar aan te spreken.” ‘Naoberschap’ noemen ze dat in Twente, waar hij woont. Waarmee hij niet mee wil zeggen dat we alles maar goed moeten vinden. “Wel dat veiligheid niet alleen wordt bepaald door meer blauw op straat, of dat de regering alles moet regelen.

“Noaberschap,” herhaalt de generaal. En hij knikt. “En een 3D-aanpak. Daarmee kun je de veiligheid en het gevoel van veiligheid vergroten. Niet met alleen meer agenten.”

'Veiligheid wordt niet alleen bepaald door meer blauw op straat', aldus Dick Berlijn.

Criminelen herken je niet aan een grote neus

SPOEDCURSUS VEILIGHEID

“Het is wel even omschakelen”, begint John van den Heuvel. “Ik heb de hele week in de ‘bunker’ gezeten tussen daders en families van slachtoffers van criminelen, die zich moeten verantwoorden bij de rechter. En nu sta ik hier met een ogenschijnlijk keurig publiek.” De aanwezigen, vooral jonge Achlumers, moeten lachen en de sfeer is meteen goed.

Lees meer
Verslag

Criminelen herken je niet aan een grote neus

Sprekers

John van den Heuvel

Van den Heuvel vertelt over zijn ervaringen in het criminele circuit. Over zijn rendez-vous met de Hell's Angels: "Ik bevond me in het hol van de leeuw. De Angels stoorden zich aan een stuk in mijn televisieprogramma. Ze wilden met me 'praten'. Of ik even meeging… Het bleek uiteindelijk om een foto te gaan. De zaak werd uitgesproken en we gaven elkaar een hand. Daarna overhandigden ze mij het volledige dossier van de Esther-moorden. Daarmee heb ik zeer belangrijke informatie in handen gekregen."

"Mensen vragen me soms waarom ik zoveel energie steek in de georganiseerde misdaad. We hebben met z'n allen toch meer last van de kleine, veelvoorkomende criminaliteit. Toch is dat niet waar. In de geweldsgolf die begon met de moord op Endstra vielen er ook doden en gewonden onder gewone mensen. De georganiseerde misdaad houdt niet op in de onderwereld. De onderwereld moet contact maken met de 'bovenwereld'. Bijvoorbeeld om geld wit te wassen. Die relatie heb ik tijdens mijn onderzoek naar de contacten tussen Holleeder, Mieremet en Endstra bewezen. Criminelen maken tijdens die contacten met de bovenwereld duidelijk hoe ze 'zaken' willen doen. Ze maken hierbij gebruik van dreiging van ontvoering, chantage of afpersing."

Om te voorkomen dat mensen slachtoffer worden van georganiseerde misdaad heeft Van den Heuvel de volgende tips. "Ken uw zakenpartner, vermijd vermenging van privé- en zakelijke belangen en schakel tijdig professionals in." Van den Heuvel sluit af met de vraag: Loont misdaad? "Met de meeste criminelen loopt het niet goed af. Er is een groot aantal geliquideerd en anderen zitten een gevangenisstraf uit. Dus nee, misdaad loont niet. Maar… Ik besta bij de gratie van tips over criminele activiteiten. Dus als u nog een tip heeft?"

‘Soms leiden de activiteiten van criminele organisaties bij mijn programma wel tot logistieke problemen. Zo werden twee criminelen kort voor de uitzending vermoord, daar sta je dan...'

Hoe beveilig ik mijn buurt?

VERBETER ZELF UW BUURT

Onzebuurtveilig.nl helpt de burgers van een aantal binnenstadswijken van Tilburg om hun omgeving veiliger te maken. Op de website kunnen de bewoners problemen aanwijzen, met buurtbewoners bespreken én met elkaar en de betrokken instanties oplossen. De website is een initiatief van Interpolis, de gemeente Tilburg, de politie West-Brabant en de Rabobank Tilburg en omstreken. Sjak van Nieuwkuijk, de initiatiefnemer vanuit Interpolis, vertelt erover en geeft tips hoe de aanwezigen hun buurt veiliger kunnen maken.

Lees meer
Verslag

Hoe beveilig ik mijn buurt?

Sprekers

Sjak van Nieuwkuijk

Onzebuurtveilig is niet het enige initiatief van Interpolis en haar partners op het gebied van buurtbeveiliging. Van Nieuwkuijk vertelt ook over enkele andere initiatieven. Ze hebben gemeenschappelijk dat ze het veiligheidsniveau verhogen door de inzet van innovatieve technieken. Neem bijvoorbeeld de sms-alerts die buurtbewoners op de hoogte stellen van een toename van inbraken in hun buurt of de sms-alerts die bewoners zelf kunnen versturen als er bij hen wordt ingebroken.

“Wat is nou de top drie van zaken die burgers een gevoel van onveiligheid geven?”, wil een van de aanwezigen weten. Van Nieuwkuijk vertelt: “Dat is op de eerste plaats een gebrek aan verlichting, twee is hangjongeren en op nummer drie staat verpaupering en leegstand.” Ja, hangjongeren, beamen de aanwezigen, die zijn inderdaad vervelend. En er in je eentje op afstappen, durf je niet zo gauw. “Nee”, zegt Van Nieuwkuijk, “dat zou ik zelf ook niet doen. Maar stap er eens met vier of vijf buurtbewoners op af en neem een biertje voor de jongens mee. Meestal zul je zien dat er wel met ze te praten valt.”

“Hoe kan ik mijn huis beveiligen tegen inbraak? Wij gaan straks vier weken op vakantie”, wil een andere mevrouw weten. “De gouden tip”, zegt Van Nieuwkuijk, “is zorgen dat je huis er bewoond uitziet. Vraag aan de buurman of hij zijn auto op jullie oprit parkeert, zorg voor tijdschakelaars zodat de lampen vanzelf aangaan, maar niet elke avond om hetzelfde tijdstip! Laat de gordijnen open, maar vraag ook aan de buren of ze ze af en toe dicht willen doen.”
“Ik doe ‘s nachts de deur op slot en haal de sleutel uit het slot”, reageert de vrouw. “Dat maakt het voor inbrekers lastiger, toch?” Van Nieuskuijk kijkt bedenkelijk: “Tja, lastiger voor inbrekers, maar ook voor u… wat als er nou brand uitbreekt?” ‘Ik doe de deur ook altijd op slot, maar laat de sleutel erin steken. Is dat dan beter?”, vraagt een andere mevrouw. Hij kijkt nog steeds bedenkelijk. “Weet u hoe heet die sleutel wordt als er brand is?”

‘Wij hebben een levendige buurtvereniging”, vertelt een meneer. “Hoe kunnen wij iets doen aan buurtveiligheid?” “Zet het eens op de agenda voor een vergadering”, adviseert Van Nieuwkuijk. “Vraag iedereen: wat vinden jullie van de veiligheid in de buurt? Of regel eens een activiteit. Er is bijvoorbeeld een stichting van ex-inbrekers die u kunt uitnodigen. Dan loopt zo’n ex-inbreker door de wijk en vertelt daarna welke kansen voor inbrekers hij allemaal heeft gezien. Dat is heel confronterend, maar wel leerzaam.”

‘De gouden tip: zorg dat je huis er bewoond uitziet. Vraag aan de buurman of hij zijn auto op jullie oprit parkeert.’
‘Hangjongeren? Stap er eens met vier of vijf buurtbewoners op af en neem een biertje voor de jongens mee. Meestal zul je zien dat er wel met ze te praten valt.’

Gekregen kaarten

INTEGER OP DE WERKVLOER

Integriteit op de werkvloer is het onderwerp van gesprek. Spreker Marcel Boekhorst is directeur van een bedrijf dat onderzoek doet naar fraude en integriteit en het bedrijfsleven hierover adviseert. Hij heeft dus recht van spreken en voedt het publiek eerst met wat harde feiten.

Lees meer
Verslag

Gekregen kaarten

Sprekers

Marcel Boekhorst

De helft van alle bedrijven heeft te maken met fraude. Vaak komen de daders uit het bedrijf zelf. Fraude kan op allerlei manieren plaatsvinden: van knoeien met cijfers en urenfraude tot diefstal van bedrijfseigendom of het aannemen van giften. “Het komt allemaal voor”, aldus Boekhorst, “maar we doen er weinig aan.”

Vooral over het aannemen van giften wordt uitgebreid gedebatteerd, aan de hand van een aantal cases die Boekhorst in de groep gooit. Ga je bijvoorbeeld mee als je van een leverancier het aanbod krijgt om mee te gaan op een bedrijfsuitje? De aanwezigen kunnen kiezen uit een aantal opties en gaan vervolgens in discussie. Volgens sommigen kan dit absoluut niet. Want hoe beïnvloedt zo’n uitje de contractonderhandelingen? Ben je nog zuiver? Het risico is dat het beïnvloedbaar wordt als je giften van zakenrelaties accepteert. Anderen voeren aan dat de realiteit, zeker in de top van het bedrijfsleven, genuanceerder in elkaar zit. “Je moet wel deals sluiten. En dan moet je wel eens iets doen om iets te forceren. Er hangen soms banen van af.”

Andere cases gingen over het elkaar aanspreken op gedrag - drinken en rijden - en bijklussen in het weekend. De meningen onder de aanwezigen zijn verdeeld. Kennelijk hanteren we niet allemaal dezelfde normen. Nog los van de cultuurverschillen die je tegenkomt als je zaken doet in het buitenland, zoals één van de aanwezigen opmerkt.
Boekhorst: “Juist dat laat zien dat het belangrijk is om als bedrijf afspraken te maken over wat je wel en niet toestaat.” Als je kaders hebt, kun je elkaar aanspreken. Belangrijk daarbij is dat de top de toon zet. En dat je met elkaar in gesprek gaat. “Een gedragscode is maar een instrument. Je moet de openheid creëren om er met elkaar over in gesprek te gaan.”
Een mooie conclusie, maar de uitsmijter volgt als een deelnemer opmerkt: “Ik ben het er helemaal mee eens. Alleen wel grappig dat ik de kaarten voor de Conventie van Achlum heb gekregen van een werkrelatie.”

'Een gedragscode is maar een instrument. Je moet de openheid creëren om er met elkaar over in gesprek te gaan', aldus Marcel Boekhorst.

Belevenissen in de Afrikaanderwijk

AFRI, DE KRONIEK VAN EEN MIGRANTENWIJK

Het is geen vrolijk beeld dat Jutta Chorus schetst van het migrantenleven in de Afrikaanderwijk. In de huizen, achter gesloten deuren leiden bewoners een uitzichtloos bestaan. Dit zorgt voor agressiviteit en onveiligheid. Sociale controle binnen de groepen is groot. Mensen zitten vast in hun onvermogen. Het gevoel van onmacht groeit. Het halfslachtige beleid van de Nederlandse overheid is hier schuldig aan en de overheid pakt het nog steeds niet echt aan. Deze patstelling moet doorbroken worden.

Lees meer
Verslag

Belevenissen in de Afrikaanderwijk

Sprekers

Jutta Chorus

Schrijfster Jutta Chorus vertelt over haar belevenissen in de Afrikaanderwijk in Rotterdam-Zuid. Zij verwerkte die in haar boek 'Afri, de kroniek van een migrantenwijk'. Anderhalf jaar volgde zij een Turkse, Marokkaanse en Nederlandse familie. Zij kwam bij hen thuis en maakte hun dagelijkse beslommeringen mee. Zij kreeg het voor elkaar om erbij te horen en toch afstand te bewaren.

Brabanders en Limburgers die in de haven werkten, waren de eerste bewoners van deze negentiende-eeuwse wijk. Zij waren Hollandse migranten en voelden zich tweederangs burgers, geen Rotterdammers. In de jaren zestig kwamen daar de Italiaanse gastarbeiders bij en daarna de Turken en de Marokkanen. De wijk werd een snelkookpan vol spanningen. In 1972 waren de eerste rassenrellen. Er werd slecht bestuurlijk ingegrepen.

Jeugdbendes terroriseerden de buurt. Door ze te ‘vippen’ (very irritating police) werden ze uiteindelijk opgerold: de politie volgde de leiders bij alles wat ze deden. Met een van de Turkse bendeleiders en zijn familie kwam Chorus in contact toen hij een snackbar kreeg van zijn ouders. Deze snackbar is een centraal ontmoetingspunt in de wijk en zo ontmoette de schrijfster vele andere wijkbewoners. Wat haar opviel was hun apathie. Ze zijn getekend door onvermogen.
Ze hebben nauwelijks scholing en er is hoge werkloosheid. Politie en hulpverleners weten niet wat er binnenshuis echt speelt. De gevolgen van apathie zijn agressiviteit en onveiligheid. Dat moet volgens Chorus doorbroken worden. Dat kan alleen door scholing en werk.

Veel jongens zijn rebels en identificeren zich met de maffia, Don Corleone en Scarface zijn hun helden. De schappen met maffiafilms bij de videotheek zijn altijd leeg. Zij keren zich tegen het establishment. Meisjes zijn veel pragmatischer; zij onderhandelen over het dragen van een hoofddoek en vriendjes. Maar de sociale controle is groot. Iedereen let erg op elkaar. Niemand kan zijn vleugels uitslaan. Er heerst binnenshuis dan wel veel gezelligheid en humor, maar het is ook beklemmend.

Haar voornaamste klacht is gericht tegen de Nederlandse overheid. Die loopt achter de problemen aan en voert een halfslachtig beleid. Door er vanuit te gaan dat migranten hier maar tijdelijk bleven, werd ook maar weinig voor hen gedaan. Zij voelden zich nooit echt welkom. Gezinshereniging kwam pas laat op gang. Zo ontstond nog meer achterstand. Het land van oorsprong bleef voor hen het thuisland en de agressiviteit ten opzichte van Nederland nam alleen maar toe. Dit werkte de rechts-populistische golf in de hand, met als gevolg de opkomst van Pim Fortuyn en Geert Wilders.

‘Deze mensen zijn met grote dromen hier naartoe gehaald; zorg dat ze aan werk komen en doe wat aan schooluitval.’
‘De afstand Achlum – Amsterdam is kleiner dan de afstand Amsterdam – Amsterdam-Slotervaart.’
‘In Rotterdam-Zuid worden stadssafari’s georganiseerd; dat is maar een Erasmusbrug over.’

Klokkenluiderssite

ALLES WAT JE NIET MOCHT WETEN

Wikileaks is eigenlijk gewoon een decoderingstechniek. Weinig sexy, zou je zeggen. Maar de gevolgen van de klokkenluidersite hebben de wereld op zijn kop gezet. En dat is een onderwerp waar Alexander Klöpping (1987) echt in wilde duiken. Daarom heeft hij een boek geschreven: Wikileaks. Alles wat je niet mocht weten. . “De shit die de Nederlander Rop Gonggrijp doormaakt nadat hij Wikileaks heeft geholpen is ongelofelijk. Dat zou ik niet durven,” vertelt Klöpping.

Lees meer
Verslag

Klokkenluiderssite

Sprekers

Alexander Klöpping

“Politiek heeft de neiging om alles onder controle te houden. En juist internet is lastig om onder controle te houden.” In twee zinnen geeft internetjournalist Alexander Klöpping de spanning tussen ‘oud’ en ‘nieuw’, ‘vroeger’ en ‘nu’ kernachtig weer. Internet en internettechnologie hebben de wereld veranderd. En de verhoudingen in de wereld. Want: “Internet is essentieel in ons leven. Maar het is lang niet altijd duidelijk wie de touwtjes in handen heeft. Op internet gelden niet de oude wetten.”

Julian Assange, de oprichter van Wikileaks, streeft totale transparantie na. Alexander Klöpping: “Zijn filosofie is zonlicht door openheid. Als iedereen open is over alles, verdwijnt de duisternis. Dat denkt Assange. Hij is ervan overtuigd dat er bij volledige openheid geen oorlogen meer zullen zijn.” In de wereld van computerhackers wordt de overtuiging van Julian Assange breder gedragen. Alexander: “Ik was op de CCC-beurs in Berlijn waar computernerds van over de hele wereld bij elkaar komen. Daar heeft Rop Gonggrijp een spreekbeurt gehouden. Rop Gonggrijp is de Nederlander die Wikileaks heeft geholpen bij het publiceren van videomateriaal van een Amerikaanse luchtaanval in Bagdad waarbij burgers en twee journalisten van Reuters om het leven zijn gekomen. Het is bizar om te horen wat hij heeft meegemaakt nadat bekend was dat hij Wikileaks heeft geholpen. Minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken heeft de Tweede Kamer inmiddels laten weten dat hij niet uitsluit dat Nederland meewerkt aan de uitlevering van Gonggrijp als de Verenigde Staten daarom vragen.”

Volgens Klöpping reageerde de zaal in Berlijn strijdbaar op de lezing van Rop Gonggrijp: “Hackers geloven heilig in de open basis van internet. Ze geloven in de politieke kracht van technologie. Wat Rop Gonggrijp overkomt druist daar dwars tegenin.”
Klöpping durft niet te voorspellen of het ‘model Wikileaks’ toekomst heeft. “Ze zijn compleet afhankelijk van mensen die lekken.” Ook weet hij niet of Wikileaks met meer documenten komt. Er zijn mensen die met Wikileaks gewerkt hebben die zeggen dat er geen informatie meer is. Maar: “Ongeacht de toekomst is duidelijk dat Wikileaks klokkenluiden op de kaart heeft gezet.”

Alexander Klöpping: ‘Ik ben verbaasd dat de aandacht voor Wikileaks niet eerder is gekomen.’
Alexander Klöpping: ‘Wikileaks heeft klokkenluiden op de kaart gezet.’

Er is een boel fout gegaan bij de bouw

DE MISLUKKING VAN DE BELOOFDE STAD

Joris van Calsteren groeide op in Lelystad, een stad waarover de meningen zijn verdeeld. Het werd geen voorbeeldgemeente maar een mislukking, een plek geteisterd door criminaliteit en leegstand. “Een mislukking zou ik het niet willen noemen”, zegt hij. “De werkelijkheid is anders dan het concept dat er aan ten grondslag ligt. Maar er is een heleboel fout gegaan bij de bouw van de stad.”

Lees meer
Verslag

Er is een boel fout gegaan bij de bouw

Sprekers

Joris van Casteren

Het leven van Joris van Calsteren loopt parallel aan de geschiedenis van de stad. Reden genoeg om er een boek over te schrijven. In de stad zelf is het boek in eerste instantie slecht gevallen. “De boekwinkel werd gedwongen het boek uit de schappen te halen”, vertelt hij. “Ambtenaren spraken zelfs over een boekverbranding. De vuile was buitenhangen, dat doe je niet. Maar de mensen die net als ik in Lelystad zijn opgegroeid, herkennen zich in het verhaal.” Inmiddels is de stad bijgedraaid.

De geschiedenis van Lelystad gaat terug tot in de 16e eeuw. “Toen fantaseerden de Nederlanders al over het droogleggen van de Zuiderzee”, vertelt Van Calsteren. “Ingenieur Lely heeft die dromen waargemaakt. En toen was er opeens een wit stuk papier waar je van alles mee kon doen.” Lelystad is gebouwd als stad voor de crème de la crème van Nederland. Een futuristische stad die het vieze Amsterdam overbodig zou maken. Maar het werd de meest ongewenste plek van Nederland. “Op school werd ons keer op keer verteld dat wij opgroeiden in een wereldwonder. Dat geloof heeft lang stand gehouden.”

Stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren werd gevraagd om een ontwerp te maken van Lelystad. Hij bedacht een stad aan een baai, geïnspireerd op de Baltische steden die hij had bezocht. Maar de rijksdienst IJsselmeerpolders besliste anders. Er moest snel en goedkoop gebouwd worden en daarmee werd het plan van de stedenbouwkundige steeds verder uitgekleed om uiteindelijk in de prullenbak te belanden. De dienst besloot om zelf een stad te ontwerpen. Niet aan de kust, maar drie kilometer landinwaarts. Met blokken woningen, een school en een winkelcentrum. De medewerkers van de dienst waren zelf de eerste bewoners van Lelystad. Van Calsteren: “Het was net als in de film de Trumanshow. De medewerkers van de rijksdienst ontwierpen hun eigen decor en figureerden in hun eigen film. Bizar.”

Lelystad trok verschillende groepen mensen. Idealisten zoals de vader van Joris van Calsteren. Hij was onderwijzer en wilde iets bereiken met progressief onderwijs. Dat kon in Lelystad. Maar de gemeente Amsterdam stuurde lastige huurders naar Lelystad. Probleemgevallen werden gewoon gedeporteerd naar de polder. “Door die groepen samen te voegen, ontstond een explosief mengsel. Er ging van alles fout.”

Infrastructuur was er nog niet. “Vrouwen zonder baan zoals mijn moeder konden daardoor geen kant op. Groene weduwes werden ze genoemd. Het aantal echtscheidingen was enorm. Ook het huwelijk van mijn ouders heeft Lelystad niet overleefd”, vertelt hij.
Om Lelystad een positieve boost te geven, is er de laatste jaren veel gesloopt. “Een typisch Nederlandse oplossing. Persoonlijk geloof ik daar niet in. Dan moet je namelijk steeds weer opnieuw beginnen. Wie weet hebben we over een paar jaar wel waardering voor de bouwstijl van toen.”

Joris van Calsteren: ‘Mijn jeugd in Lelystad vond ik spannend genoeg om er een boek over te schrijven.’

Het doek valt

DE TELOORGANG VAN DE GRAANPUBLIEK

‘De graanrepubliek’ van schrijver Frank Westerman gaat over de opkomst en ondergang van de graanbaronnen in Oost-Groningen. Tijdens de ‘champagnejaren’ in de negentiende eeuw verdienen de boeren geld als water. Ze investeren hun geld in grote boerenhuizen met speciaal aangelegde tuinen. De arbeiders houden ze arm. Jaren later zijn de gouden tijden voorbij. De grote huizen worden niet langer onderhouden en de met veel moeite ingepolderde grond, wordt weer teruggegeven aan het water.

Lees meer
Verslag

Het doek valt

Sprekers

Frank Westerman

Boeken lezen? Schrijver Frank Westerman had er maar een hekel aan. Voor zijn tentamen Nederlands op de middelbare school las hij liever de samenvattingen die zijn zus had gemaakt. Tot hij op zijn zeventiende gegrepen werd door een boek: Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel Garcia Marquez. Dat boek veranderde alles. Honderd jaar eenzaamheid gaat over een klein dorp dat op het moeras is gewonnen. “Dat dorp stond op mijn netvlies toen ik `De Graanfabriek`schreef”, bekent Westerman. “Ook daar gaat het om een stuk land dat is gewonnen op het water.”

Als hij voor het eerst naar Oost-Groningen rijdt, gaat hij op zoek naar Hoornderveen, een dorp dat niet langer bestaat. Hij ontmoet een oude turfsteker die hem voorspelt dat over tien jaar (in 2004) alle akkerbouw uit Nederland verdwenen zal zijn. Die voorspelling lijkt uit te komen. De graanboeren in Oost-Groningen kunnen in de jaren negentig maar net hun hoofd boven water houden. De graanprijzen kelderen en in sommige jaren werken de boeren onder kostprijs.

Op een gegeven moment ligt er maar liefst 10.000 hectare akkerbouwgrond braak. Via de VVV kun je fietstochten maken door het ruige gebied. En er worden plannen gemaakt om een deel van het gebied weer onder water te zetten. Om een stukje Friesland in Groningen te importeren, zoals Frank Westerman zegt. De graanbaronnen trekken weg. In 1999 is `De Graanrepubliek’ af. Het doek lijkt te vallen voor de graanindustrie in Oost-Groningen.
“Mijn boek was af en ik ging aan de slag als correspondent in Moskou”, vertelt hij verder. “Daar kwam ik op een gegeven moment een boer uit Groningen tegen. Een deel van zijn land was onder water gezet om de Blauwe Stad te creëren. Hij nodigde mij uit om te komen kijken.”

Er is veel veranderd. Het heeft een jaar geduurd voor de 800 hectare voor de Blauwe Stad onder water staat. In die tijd verdubbelen de graanprijzen. Graan verbouwen zou weer rendabel zijn geweest. Maar de boeren kijken niet achterom. Een van de boeren maakt van zijn erf een werf en verdiept zich in boten. Hij bezoekt niet langer de LandbouwRAI, maar stapt over naar de HISWA. Voor Frank Westerman reden om een extra hoofdstuk aan zijn boek toe te voegen. Met daarin hoe het nu met de graanboeren gaat.

Frank Westerman: ‘De boer in kwestie maakte van zijn erf een werf. Scheelt maar één letter.’

Contact

Hebt u vragen over de Conventie van Achlum?
Mail uw vraag naar Achmea200jaar@achmea.nl

U ontvangt zo spoedig mogelijk een antwoord.

Inloggen

Wachtwoord vergeten?